Isaanland

De Inquisiteur heeft de blues. Het korte bezoek aan het hedonische Pattaya, nog geen twee weken geleden, heeft zijn sporen nagelaten. De euforie van de terugkeer naar Isaanland is even weg. Het farang-eten, de voortdurende feestroes die daar aan zee heerst, het voortdurende vakantiegevoel dat die stad je geeft, het is weg.

De slangen en andere reptielen, de insecten, de bomen, de rijstvelden en andere country-genoegens hier geven even geen voldoening. Zelfs het ruimtelijk gevoel, het trage levensritme, de buffels, de natuur – de Inquisiteur zit peinzend op zijn terras en zijn gedachten gaan als vanzelf naar dat betonnen gedrocht aan zee. 

De overvloed aan restaurants, bars, cafe’s, clubs. De overvloed aan vrouwelijk <ahaan taa> die in Pattaya zonder uitzondering heerlijk kort gerokt rondlopen en je aandacht proberen te trekken. Het aanbod in de diverse winkels en magazijnen – in Pattaya koop je op ieder moment wat je nodig hebt, in tegenstelling met Isaanland waar je weinig westerse smaken vind, waar je afhankelijk bent van het seizoensaanbod.

En dan je oude stamcafé. De Brass Monkey. Eigen aan dit soort instellingen is dat er weinig of niets verandert. Je voelt je meteen terug op je gemak. Je herkent direct alles. De goede dingen als het ijskoude Singha bier, de Hollandse maatjes, de gekke serveuses die alles fout doen. De mindere dingen als die overheersende oranjekleur en een deel wankele barstoelen. En de waard, nu ja, mag  je niet zeggen want hij tapt geen pint. Het poolen. Het roddelen. Het afkappen. Het beter weten. De oude bekenden met hun o zo eigen karaktertrekjes en dan had de Inquisiteur nog geluk dat twee van de meest vreemde vogels als David-de-Fries en Leen er niet waren. En nog meer geluk dat Jack een beetje last had van ‘tourista’, dus geen onzin vanuit die kant.

Ha ! De Inquisiteur weet gewoon dat iedereen nu op zijn verkeerde been gezet is : “zie je wel, hij heeft er genoeg van, net zoals iedereen die naar die jungle verhuisde”. 

Nee hoor. Wat een zaligheid hier. Je hoeft jezelf niet te bewijzen, men neemt je zoals je bent en zoals je je op dat moment voelt. De stilte en de rust. Slechts ‘s ochtends en ‘s avonds even wat meer verkeer, een paar ouderwetse motorfietsen met zijspan voor hun talloze vrachtjes, voor de rest een enkele stootkar, een troep buffels, heel af en toe een vreemd mobiel dat iets met de rijst doet. Na zonsondergang is het hier enkel de natuur die geluid voortbrengt. Geen geruis van zoemend verkeer, geen knallende brommertjes, geen voortdurend lawaai van bouwwerven.

Het eten is hier puur natuur en gezond, smaak is een kwestie van even aanpassen en avontuurlijk genoeg zijn. Gaan ze vissen gaat de vangst direct op de barbecue, heerlijk toch. Hetzelfde voor een varken of een biggetje, verser kan niet. Vlak voor de Isaaners gaan koken halen ze hun groenten uit de bossen, de velden en eigen tuin. En indien gewenst kook je af en toe Belgische petatten-met-groenten-en-vlees (saus lukt me nog steeds niet zo goed). Blij als een vogeltje keer je terug van de markt wanneer er wat herkenbaar in aanbod was : een bloemkool of een rode kool, boontjes, champignons. En dan smaakt het eens zo goed. Nog vrolijker word je wanneer er ergens een koe geslacht wordt, zoiets gaat in het dorp als een vuurtje rond. En maak je stoofvlees. Of biefstuk. Met frietjes en mayonaise en salade. Zo beleef je veel meer plezier aan je eten.

De Inquisiteur heeft zelfs wat eetgelegenheden gevonden die zijn smaak serveren. Een wat groezelig klein stalletje waar je kan afhalen of ter plaatse kan consumeren : kippenbouten op houtskool, <som tam> salade die hij wel <mai phet> laat maken. Heerlijk ! Of het kleine restaurantje waar je ze lekker vers koken : <muu nak maa> (varkensvlees met groentjes en rijst, licht zoet en verder zelf op te smaken met zuur, pikant), <muu deing> (varkensvlees met een rode buitenkant dat erg lekker smaakt, met rijst, een sausje, en een kopje bouillon met bieslook), <kwa tieaauw> (een soep met veel groenten, vermicelli, naar keuze : kip, beef of varken). En dan is er de favoriet bij uitstek : het grote <muu ka taa> restaurant. Krijg je een houtskoolvuur, daarop komt een soort Mexicaanse sombrero in aluminium, aan het buffet haal je je vlees naar keuze (beef, varken, kip -alles naar keuze al dan niet gemarineerd), je groenten (in een groot aanbod), zoetwatergarnalen, inktvis, kwarteleitjes en andere ingrediënten. Aan tafel kap je vooraf gemaakte bouillon in de opvang goot van de sombrero, je groenten erin, de eitjes, de garnalen, de inktvis. Op de top van de hoed leg je een stuk wit vet en op de schuine kanten bak je het vlees. Zo lekker !! Maar dat komt ook omdat ze hier, jawel, frietjes aanbieden. Die haal je gewoon aan het buffet uit een grote ketel. Waar ze dat idee vandaan hebben snapt de Inquisiteur niet goed, niet zijn suggestie en er wonen hier in de wijde omtrek geen andere <farangs> … .

Na maanden hier wonen weet de Inquisiteur enkele geschikte locaties om eens op stap te gaan. Een gezellig klein kleurrijk cafeetje in de dichtst bijgelegen gemeente, een kilometer of zeven van ons dorpje is zo’n favoriet plekje. In diezelfde gemeente, even buitenaf, een mooi resort met zwembad, lekker wat baantjes trekken, luieren in een relaxzetel met een vers mangosapje terwijl je wat Googelt en waar je nadien heerlijk <tom yam kun> kan eten in het aanverwante gezellige openlucht restaurantje. Een massagesalon in een naburig dorp, spotgoedkoop, uiterst vriendelijk en je krijgt er een soort thee die speciaal maar overheerlijk is.  

Is er een grote instelling op zo’n kilometer of dertig van ons dorpje en waar ze zonder uitzondering iedere avond show, muziek, (coyote)dans en andere pleziertjes ten beste geven en waar de hele ‘bon-ton’ van de streek op af komt, altijd veel volk hier. En ben je ondanks de verkrijgbare snacks te dronken om de dertig kilometer huiswaarts te overbruggen duik je in een van de talloze resorts binnen waar je voor vierhonderd baht je roes kan uitslapen. 

In ieder dorp, langsheen de verbindingswegen, zijn er de onvermijdelijke karaokebars. Die de Inquisiteur doen denken aan het Thailand van meer dan twintig jaar geleden : primitief met goedkope en natuurlijke materialen in elkaar geknutseld -enkele meer moderne uitvoeringen daar gelaten-, paniek omdat ze geen Singha bier in huis hebben want dat is hier net iets duurder dan Leo bier of de traditionele lao-kao en dat krijgen ze dus niet verkocht. Er staat een soort jukebox met televisiescherm waar je muntjes in kan werpen om zo je favoriete liedjes uit te kiezen,  je krijgt een microfoon die zonder uitzondering onder stroom staat en die je daardoor nauwelijks zonder handschoen kan vast nemen en wat hilarische taferelen oplevert wanneer de zanger(es) van dienst wat al te enthousiast zijn of haar lippen er tegen drukt. En hier zijn de serveuses net zo vastberaden van plan om het geld uit je zakken te slaan als in Pattaya … .

Indien gewenst en geen zin om met de auto te rijden gaat de Inquisiteur naar de buurman, een vijftig meter verder. Dit echtpaar, tegen de zeventig aan, baat een soort winkel uit. Vanuit hun woonkamer. Hun huis dateert volgens de Inquisiteur uit de middeleeuwen – gezien de bouwstijl en de gebruikte materialen maar het levert een pittoresk erf op waar je graag zit. Er staat een ouderwets weefgetouw waar de vrouw dagelijks kleurrijke stoffen op weeft, het geklok van dat ding geeft een rustig gevoel. Hier komen de lokale zatlappen en boeren voor en na hun werk wat verpozen bij enkele flessen <lao kao> – in een dagelijkse hoeveelheid die de Inquisiteur in het ziekenhuis zou doen belanden. Maar commercieel genoeg want het koppel snapte direct dat ze me enkel tot hun klandizie konden rekenen wanneer ze het duurdere Singha bier in huis haalden, dat hadden ze drie weken na mijn verhuis al door en zo geschiedde. 

Is de Inquisiteur echt lui maar wil hij wel wat gezelschap dan plaatst hij zichzelf op het eigen erf -beton overgoten natuurlijk, maar in de schaduw van enkele grote bomen (vanwaaruit talloze mieren vallen). Met een gevuld ijsemmertje, een fles Singha en een muziekje. Het duurt geen halfuur of er zitten mensen bij. Die heel vrijgevig zijn : kikkers, slangen, voor een westerling onherkenbare groenten, … wat ze hebben delen ze. De Inquisiteur hoeft enkel een biertje terug te geven (…), maar na een week wist hij dat de Isaanse variante van Jack Daniels -<lao kao>- goedkoper uitkomt : worden ze sneller dronken en vallen ze in slaap waar ze zitten. Kan de Inquisiteur zonder gezichtsverlies rustig bedwaarts gaan, wanneer ze enkele uren later wakker worden gaan ze -nog steeds vrolijk- huiswaarts.

En na maanden van wantrouwigheid zijn de inboorlingen de Inquisiteur als een van de hunne gaan beschouwen. Kan hij mee gaan vissen. Mag hij mee op kikkervangst. Meer avontuurlijk : ‘s nachts slangen gaan pakken. Mag hij mee in die enorme longtailboot van het dorp waar ze met deelnemen aan de regionale kampioenschappen. Mag hij mee naar de hanengevechten. Leren ze hem alle eetbare planten kennen – de natuur is o zo overvloedig blijkbaar, wij westerlingen zijn die wetenschap allang kwijt. Wordt hij uitgenodigd op alle feestjes en tambuns. Moet hij zelfs het eten aandragen voor de monniken in de tempels.

Het leven is hier goed. Rustig, op een traag tempo. Je doet wat je wil, wanneer je het wil. De Inquisiteur zit hier graag. En als de kriebels te hoog worden, stapt hij in de auto. Klein dagje rijden en is hij in Pattaya-aan-zee. Klinkt bijna als Blankenberge of Zandvoort-aan-zee.

De Inquisiteur

 

Leave a Reply

You must be logged in to post a comment.