Riverside

Mensen die momenteel in Europa zitten te kniezen bij een koude en winderige motregen krijgen bij een titel als deze meteen zalige gedachten over een tropisch landschap waartussen ergens een idyllisch teakhouten gebouw staat, fris en luchtig met openstaande luiken en traag wiekende plafondwaaiers op grote terrassen.

Ze fantaseren over een kleurenscala van weelderig groen waartussen ze een zacht stromend riviertje kunnen ontwaren met vissen die traag de gladde waterspiegel breken en schildpadden die liggen te zonnen op rotsblokken. Zonnestralen snijden doorheen een schaduwrijk bladerdek en belichten fleurig bloeiende bloemen in rood, blauw, geel en paars.

Bedienden lopen rond in katoenen vest met korte mouwen, een halflange broek en met tropenhelmpje op. Op schalen dragen ze vers aangesneden fruit en frisse cocktails rond. In de mooie tuinzetels zitten, liggen en hangen mensen van allerlei pluimage te soezen of te lezen. Met wat geluk is er ergens nog een verborgen zwembad waarin je zalig kan verkoelen, niemand die roept of tiert, neen, het is een paradijsje van stilte.

 

Wel nu, wij hier in Nongprue hebben ook een Riverside. Maar de realiteit is heel wat anders wanneer je weet dat vele Engelse expats deze bar de “suïcide”-bar noemen. Buiten enkele stamgasten komt er nauwelijks volk, gelukkig dat ze nog een poolteam hebben zodat er op enkele dagen van de week toch iets meer beweging is. En afgelopen maandag was het weer eens onze beurt om er te gaan spelen.

 

De bar ligt zowat halverwege soi Nern Plub Waan en, jawel, aan een riviertje. Meer een grote sloot eigenlijk waarin zwart water vuil en afval meevoert naar voor ons onbekende bestemmingen. Een open bar, geen ramen en deuren, zelfs geen rolluiken om bij nacht af te sluiten. Kromme houten palen ondersteunen een soort dak gemaakt van allerlei overschotten : zinken platen, houten platen, wat zeil en wat rottende palmbladeren.

Zodra je binnenkomt moet je nog meer dan elders in Thailand zien waar je je voeten plaatst. Hier en daar is wat beton gegoten die ze vergaten glad te trekken en die bovendien waarschijnlijk in verscheidene keren gegoten is – het vloerniveau gaat van grote hoogtes naar diepe kuilen, nergens kan er wat recht staan. Hoe ze de pooltafel toch enigszins waterpas gekregen hebben moet een werk van maanden geweest zijn.

Iemand in die bar houdt van kralen. Kralen die op de meest onmogelijke plaatsen hangen, wat hun nut is weet ik niet, ze kietelen nek en oren op de meest ongepaste momenten. Aan de binnenkant van het plafond hangt als afwerking een soort zwart plastic net. Dat vol met insecten zit en die beestjes vallen er te pas en te onpas uit – in je bier, in je nek, op je benen. Daartussen iets dat sfeerverlichting moet voorstellen, in werkelijkheid gekleurde TL-lampen die dringend aan vervanging toe zijn. Aan design hebben ze ook gedacht : er hangt ergens een buffelkop – akelig wit en iemand heeft de bek opengetrokken zodat je grote kiezen ziet die duidelijk grijnzen in een doodsstrijd. Als orgelpunt zitten in de oogkassen rode lampjes die het uitzicht veel te kitscherig maken en soort Haloween-sfeer van “ik-wil-wel maar ik-kan-niet oproepen.

Staat er ook nog een afgedankte badkuip met in de midden enkele bakstenen die een eilandje moeten voorstellen, een fonteintje waarvan de helft van de spuitmonden verstopt zijn en waarin armtierige visjes wanhopig op zoek naar eten rond zwemmen. Een aquarium staat er ook. Plastic plantjes vol met algen, groenig water dat de triest ronddrijvende vissen een vale kleur bezorgt en een veel te traag borrelende filter die zijn taak niet aan kan.

 

De bediening wordt verzorgd door overjaarse dames die niet uit het nachtleven willen of kunnen, vriendelijk genoeg maar niet in staat om twee bestellingen tegelijk uit te voeren. Eens je fles of glas op tafel moet je die in de gaten houden want het tafelblad zakt af door de scheve vloer. De veel te lage barkrukken dateren uit de Vietnam-oorlog, het plastic omhulsel is gescheurd en daardoor geven ze water af wanneer je jezelf neerzet – bij hevige regenbuien houdt het wankele dak het water niet tegen. Iedere poolspeler moet hierdoor milde spot ondergaan omdat hij een nat zitvlak heeft. Bovendien is in dit deel van de bar geen beton gegoten, laat staan dat er een vloer ligt. Neen, grote grijze cementstenen zijn zonder enige verankering neergelegd en het is een wonder dat niemand van z’n stoel gevallen is al scheelde het vaak niet veel.

 

De pooltafel heeft een ontzettend hoge moeilijkheidsgraad. Kan te maken hebben met de staat van het laken en de zonderlinge stootkracht van de kussens. Maar de ballen zijn het opvallendst : akelig klein en enkel geel en rood. Niks half-kleurige en vol-kleurige ballen met vrolijke nummers erop, neen, enkel rood en geel, verwarrend voor iedere bezoekende ploeg. De ‘potten’ zijn op maat van de ballen : leg er handmatig een bal voor en je zal merken dat je zowel links als rechts slechts twee millimeter over hebt. Dus gegarandeerd lang spelen vooraleer de ballen verdwenen zijn, goed voor de kroegbaas maar vervelend voor de spelers, het lijkt wel alsof iedereen voor het eerst een keu vast heeft.

 

Een ander fenomeen is de lokale hond. Een ketting rond zijn nek die maakt dat hij continu met gebogen hoofd moet lopen. Die aanhoudend straat oploopt om aankomende klanten lastig te vallen. Die zich graag neervlijt bij een argeloze pooler of supporter om zich dan uitgebreid te krabben en bijten. De vlooien springen in het rond. Na een halfuurtje zit iedereen zich te ergeren aan de hond en zijn kleine bijhangsels maar het ergste moet nog komen. Muggen. Duizenden. Die welig tieren in de vlakbij gelegen sloot. En afkomen op de uitgekleurde lampen die nu een hel wit licht afgeven. 

 

Kortom, een demoraliserend geheel deze Riverside. Gelukkig was het voor ons spelers de laatste wedstrijd van het seizoen en konden we het gelaten ondergaan mits de nodige biertjes. Onze talrijke supporters lieten het totaal afweten, enkel Jan daagde op maar dat is voor het culinaire deel vermoed de Inquisiteur (en dat slaat tegen in deze bar, een soort waterige wortelsoep met brood dat al enkele weken ergens in een kast gelegen had). Fred-de-bodybuilder was er wel. Voor een enkel biertje om ons vervolgens lachend in de steek te laten.

 

Wij zijn altijd blij om terug naar onze stamkroeg te gaan na een uitwedstrijd. Maar nu waren we uitgelaten. En tevreden dat we net niet degraderen, dat onze uitstap eraan komt, dat we weer heerlijk kunnen zeiken over de vervanging van de kapiteinspost, er moet een nieuwe penningmeester gezocht worden en vooral een nieuwe CEO. Wat de Hollanders ook mogen denken, in België vervangen we die redelijk snel indien noodzakelijk !

De Inqusiteur

 

Leave a Reply

You must be logged in to post a comment.