Zelfkastijding

Ieder zichzelf respecterende mens denkt wel eens na over zijn levenswijze, zo ook wij expats. Kwestie van, om het op zijn Vlaams te zeggen, “de kerk in het midden te houden”. Enfin, hier spreken we van <wat> (tempel). 

Thailand, en dan vooral het zuid-oostelijke hoekje waar wij zitten, biedt nogal veel vertier aan en bovendien hebben we een zee van tijd. En is de levensduurte hier een pak lager dan in het barre Europa. Ergst van al, de gemiddelde leeftijd van een expat ligt boven de vijftig. Om niet te zeggen zestig. Dus denk je na want je geest mag dan wel zijn tweede adem gevonden hebben, je lichaam niet.

 

Zo zie je hier gezondheidsfreaks bij vierendertig graden joggen. Levensgevaarlijk want dat doen ze het liefst van al dicht bij huis in de drukke, levendige straatjes vol met chaotisch verkeer. Bandana rond de kop, zweterig T-shirt, veel te slobberige broek met grote zakken want ze moeten geld en telefoon mee, groene sokken en blauwe sportschoentjes en alles in goedkope Chinese namaak van een groot merk. Aan het zonnebrilletje moeten ze meer aandacht schenken of het zakt van hun neus. Na vijf minuten joggen beginnen ze al meer te hobbelen maar dat hebben ze zelf niet in de gaten. Het flesje water dat uit voorzorg werd meegenomen is na een kwartier al leeg.

 

Aanverwant zijn de wielertoeristen. Gekleed als wijlen Pantani malen ze de kilometers af. Op Sukhumvit Road waar dagelijks vijf verkeersdoden vallen. Doch ze houden vol want het is kwestie van gezien worden, zelf zien ze naar niks. Ook niet naar de aanstormende auto’s, de kwakkelende brommers en de wankelende sidecars. Op het einde van hun rit komen ze op het territorium van de joggers : de drukke straatjes van Nongprue waar de cafe’s en aanverwante gevestigd zijn. Vergeet ik nog te melden : net zoals de joggers hebben de fietsers zonder uitzondering een handdoekje in de nek liggen dat na tien minuten al nutteloos is wegens te zwaar zweten.

 

Vervolgens komen de fitness-mensen. Je kan geen verhaal horen aan de toog of ze hebben een ‘life-time’ lidmaatschapskaart van een sportclub. Die worden hier om de drie maanden zogezegd eenmalig goedkoop aangeboden. En vervolgens gaan ze failliet. Behalve Tony’s, de beroemdste en slimste van allemaal. Je kan geen wijk in of er is een Tony’s. Enkele mooie uitzonderingen in Pattaya centrum daar gelaten opent Tony waar hij maar kan. Een overdekte parking. Een schuurtje op het platteland. Een doodnormaal woonhuis. Plaatst er enkele toestellen waar niemand kennis van heeft en hoepla, neem een ‘life-time’ lidmaatschapskaart !

 

Dan heb je de werkers. Voor dag en dauw bed uit en aan de slag. Schilderwerk, muurtje verhogen, vijvertje bouwen. De tuin verzorgen, gras afrijden, palmtakken snoeien. Bewateren met emmertjes in plaats van met een tuinslang. Grond omspitten en bemesten. Bomen planten. Fruit oogsten. Potplantjes aanmaken. Tussen twaalf uur ‘s middags en vier uur namiddag rustpauze, de hitte en zon vermijden. Om dan te herbeginnen, bewateren is hier nodig wegens nauwelijks regen.   

 

Maar ook over het eten wordt nagedacht. Want zowat iedere expat heeft een stamkroeg en die serveren het vaderlandse eten. Dus meestal vettige en groenteloze kost. En zelfs de bekende Thaise eethuizen serveren ‘farang-food’ en daar grijpt de gemiddelde expat toch sneller naar dan naar het gezonde Thaise voedsel. Thuis wordt er boter, spek, eieren en ander ongezond voer verorbert. En liters bier. Dat hebben we nodig om onze vochtbalans op peil te houden. Dus nu en dan schakelen expats over naar gezonde voeding. Kilo’s groenten en fruit tot het toilet verstopt. Thai food tot de pikanterie zijn tol gaat eisen. Massa’s plat water uit dure plastic flessen wegens risicovol leidingwater. Fruitsap tot het toilet weer dienst weigert.

 

Ook slaap is belangrijk. Lastig soms want wij moeten niet uit bed, wij kunnen. Liederlijk nachtleven wordt ingeperkt, we kruipen om <haa toem jen> (drieëntwintig uur) bed in. En laten de wekker de volle acht uur tellen om nadien bij zonsopgang van een gezond ontbijt te genieten, koffie en sigaretten worden een kwartiertje achterwege gelaten. Uiteraard een middagslaapje, een uurtje maar hoor. Om de hitte te bestrijden en om de alertheid te verhogen. Op televisie is er toch niks te zien, we vallen vanzelf in slaap.

 

Nu, ‘wishful thinking’ is mooi genoeg. 

Want de werkelijkheid bij de Brass Monkeyers is anders. Na een biertje of zeven komt aan de toog de waarheid boven. Het was al te vermoeden want de gemiddelde stamgast hier begint al te zweten na een toiletbezoek. Voor ons is matigen gelijk aan zelfkastijding.

Neem nu jogging. De Inquisiteur had al wat vernomen, doch zowel de vertellers als de luisteraar waren toen al beschonken. Daan en Leen joggen. Iedere ochtend zeggen ze ! Tot de Inquisiteur hen eens waarnam op Siam Country Road – deze twee gaan niet in de met bars behuisde straatjes lopen. Daan had nog enkel een stevige stap, lopen was er niet meer bij. Je zag hem afzien, zelfs door de donker getinte ruiten van de auto. Honderdvijftig meter daar achter Leen. Rood hoofd, kromme benen en wankelend. Handdoek uitwringend. Op twee jaar tijd ben ik ze eenmaal tegen gekomen. Joggen noemen ze dat.

Fitness. Ongeveer tachtig procent heeft een lidkaart voor het leven. Bij Tony’s. Maar nog nooit kon iemand zeggen op welke dag, welk uur en hoelang hij “fitness-te”. Laat staan dat ze kunnen uitleggen waar sommige toestellen goed voor zijn en hoe ze te bewerken. Ze kennen wel de merknamen en prijzen van de vele illegale middeltjes die je hier overal kan kopen. Maar nee, ze gebruiken het niet. David, de Fries, is een “fitness-er”. Dan weet je genoeg.

Vreemd genoeg zitten er geen fietsers onder de stamgasten van de Brass Monkey, ondanks het feit dat de bar vol met Hollanders zit. Het zou kunnen zijn dat de financiële drempel te hoog is. Ofwel te gevaarlijk. Want de goedkope fietsen zijn wrakken met erbarmelijke remmen, zonder licht, geen bel. En de goede fietsen met bel zijn peperduur. Doch Daan heeft er eentje, een echte, stoere Hollandse fiets. Hij kwam naar Thailand met ambitie – hij zou het land rondfietsen. Waarschijnlijk te druk met joggen.

De werkers. Doen we allemaal, of beter gezegd, deden we allemaal. Maar op een bepaald moment is je huis in orde, enkel de kleine afwerkingen nog. Doch we moeten onze diverse gades toch de mogelijkheid geven om een beetje op onze kop te kunnen zitten? Dus laten we dat liggen. Tuinieren ? Na enkele jaren weet je dat alles hier groeit als kool. Steek een kale tak in de grond en hij is vertrokken. Zelfs al geef je te weinig water. Zelfs al vergeet je te bemesten. En koi’s voeren is niet zo inspannend. De slimmerds houden kippen – moet je zelfs je keukenafval niet meer buiten zetten. Gerard is zo iemand. En Nico. En ja, ook Daan weer. Heb je Bob. Die heeft al wekenlang hetzelfde verhaal aan de toog : hij moest het kapotte achterlicht aan zijn motorfiets herstellen. Is hij nog met bezig.

Slaap is niet ons grootste probleem. Als eerder vermeld, wij moeten het bed niet uit. Dus blijven we wekelijks wel enkele keertjes hangen tot ver na middernacht maar de gezonde acht uur slaap halen we wel. De rest van de dagen zijn we uitgeteld voor negen uur ‘s avonds, de dorst komt hier erg vroeg opzetten nietwaar. En volgens de toogverhalen maken wij geen middagslaapjes. Wij dutten weg. Voor televisie, in de tuinstoel, in de hangmat. 

Voeding is wel een probleem. Negentig procent heeft hier een serieuze pens. Het zit in de genen. Het is erfelijk. Is makkelijk weg te werken, wacht tot ze tijd hebben. Maar wat is er nou heerlijker dat een stevige portie sate’s ? Of dikke vleeskroketten ? Frietjes ?Mayonaise ? Overgoten met het nodige vocht – bier. Gelukkig kopen de serveuses nogal makkelijk aan de mobiele eetstalletjes. Eten we onze portie gezond maar onbekend fruit.  

Matigen met bier doen we ook. Je ziet het meer en meer op de maandagpool : we beginnen met een kop koffie. De hardliners, ook ondergetekende, bestellen vervolgens en tot grote verbazing van de serveuses een sodawater. Om pas driekwartier na aankomst over te gaan op bier. Een hele verbetering tegenover enkele maanden geleden ! Daarbovenop drijven we de zelfkastijding nog op. Sommigen toch. We gaan gewoon niet naar de stamkroeg, we blijven thuis. Ondergetekende is dan alcoholloos tot en met – tenzij de buren gaan buiten zitten, je moet toch blijven integreren he. Daan, Leen, Gerard, noem maar op – verraden zichzelf door de moderne technieken, ze plaatsen foto’s van hun thuisactiviteiten waar je zonder uitzondering de bierflessen mee ziet op staan. Of betrapt de Inquisiteur ze : hun brommertjes staan voor een gekend cafe. Terwijl ze me niet opbelden.

 

Neen, niet overdrijven met gezond doen is hier de boodschap. In dit klimaat is het zelfkastijding.

De Inquisiteur

One response to “Zelfkastijding”

  1. Chris says:

    Dear Inquisitor,
    No cyclists? I do 23km three times a week around the Maprachan lake, no sweat. Why? So I can have a few beers at the local watering hole of course…

Leave a Reply

You must be logged in to post a comment.