Ervaring

Wie verhuist naar een wat verder gelegen land en er een poosje woont neemt andere gewoontes aan en vervreemd van zijn eigen cultuur. Natuurlijk, we spreken hier niet van enkele maanden of een paar jaar, dat gebeurd pas na minimum een jaar of zeven, acht. En dan hangt het nog af van waarheen je verhuist. Ieder ander Europees of westers georiënteerd land zoals de Verenigde Staten, Canada, Australië en andere tellen niet mee. Ook bijvoorbeeld Turkije niet want ook hier probeert men stilaan een westers leven te leiden. Zuid-Amerikaanse landen zijn op het randje, katholiek tot en met dus veel gelijkenissen met Vlaanderen. Zuid Afrika, Suriname en andere onzin zijn te Nederlands. Neen, pas wanneer je naar een totaal andere cultuur verhuist wordt je anders. Botswana. Japan. Libanon. China. Ethiopië.

En Thailand.

 

Thailand is zelfs een speciaal geval, hier is geen enkele andere invloed van welke kolonisator dan ook want die zijn hier nooit geweest. Nu ja, Birma is hier enkele honderden jaren geleden eens binnengevallen en even gebleven, tijdens de tweede wereldoorlog kwamen de Japanners wat roet in het eten gooien maar dat was telkens slechts voor een paar jaar. De naam alleen al zegt genoeg want het betekent ‘vrij land’ of ‘vrije mensen’. En dus vind je de Thai in den beginne nogal koppig en vreemd. Vriendelijk genoeg maar erg leep. Je word ingepakt met een strikje rond en zodoende geraken enkel de wat sterkere karakters niet verzwolgen.

 

Dus worden we niet te snel meer boos voor wat dan ook. Neen, <mai pen rai> is het motto. Je haalt je schouders op wanneer de <chang> (vakman) met je voeten speelt door aan een karwei te beginnen om je vervolgens zeven dagen in de steek te laten. Je gaat met een westerse glimlach vertellen dat je roestvrijstalen schroeven wil in plaats van die roestende ijzeren. En je aanvaard met een oosterse glimlach dat hij dat toch niet doet omdat hij ouder is dan jij. Je kijkt niet meer op wanneer de werklui die je tuinmuur aan het bouwen zijn urenlang liggen te slapen in de koele schaduw van een boom. Je wind je niet meer op wanneer de karwei gedurende weken doorgaat terwijl je weet dat het in tien dagen kon worden gedaan. Je gaat niet uit je bol wanneer de afgesproken prijs met tien procent omhoog gaat.

Omdat je langzamerhand hun cultuur leert kennen : de vakman laat je helemaal niet in de steek, hij wilde gewoon niet dat je je slecht zou voelen wanneer je een week zou moeten wachten voor hij kon komen. Je weet dat je als jongere man nauwelijks een oudere kan commanderen. Je weet dat het hier warm is en dat je moet afkoelen in de schaduw – waarom dan niet meteen een beetje slapen? Wat maakt het uit dat de karwei veel langer duurt dan nodig? Je geeft ze immers te eten en veel te drinken, hebben ze voorlopig geen zorgen en dus blijven ze graag wat langer. Je weet dat een afgesproken prijs zowat altijd kan verhogen – je gunde ze toch dat karwei wegens veel te goedkoop?

 

We aanvaarden die vreemde dingen die gebeuren wanneer we ergens wat kopen. We hebben er geen probleem mee om een dag later een vriend te moeten sturen om diezelfde kraan te kopen die je zag liggen in de winkel maar die de verkoper je niet meer wilde geven – omdat hij in eerste instantie had gezegd dat ze die niet hadden. We proberen serieus te blijven wanneer blijkt dat na de opsomming van keuzes het uitgekozen product blijkbaar toch niet voorradig is. We maken een grapje wanneer de serveuse steeds weer met je meer dan nog halfvol flesje bier begint te schudden en vraagt of je er niet nog eentje wil bestellen. We krijgen de slappe lach bij de steeds weerkerende vraag bij het bestellen van een eerste biertje : <nung khaa?> of “only one?”. Een echte expat kijkt niet meer op wanneer zijn steak doorbakken op tafel komt terwijl je er wel drie keer erop wees dat je hem bloederig wou. We vinden het normaal dat de frietjes een halfuur na de gebraden kip worden opgediend. Of dat de soep samen met het dessert arriveert.

Omdat we de cultuur van gezichtsverlies kennen : de verkoper van die kraan kan het gewoonweg niet meer aan jou gunnen door dat fenomeen. Iedere verkoper somt altijd het ganse gamma op ondanks het feit dat hij weet dat vele dingen niet voorradig zijn – hij gaat zijn werkgever toch geen gezichtsverlies bezorgen? Het feit dat ze je een nieuw biertje willen aansmeren doen ze altijd uit goede wil – da’s toch fijn zo? En waarom zouden ze niet vragen of we er meteen twee in plaats van eentje willen – we drinken ons eerste biertje van de dag altijd in tien seconden leeg. En willen we nu echt dat die nieuwe, totaal ongeschoolde, immigrant uit een godvergeten plattelandsdorpje kennis heeft van alle westers eten? Thai food komt altijd op tafel wanneer het klaar is. En eet iedereen van iedere schotel – gaan wij nu klagen dat er drie van de vier tafelgenoten nog niets kregen terwijl de vierde allang voldaan is?

 

In het verkeer nemen we beetje bij beetje hun rijgedrag over. Wij denken allang niet meer na of we net op die gewenste plek wel verantwoord kunnen parkeren. We zetten ons daar waar we moeten zijn, verkeersopstopping of niet. Wij draaien van links naar rechts zonder na te denken wat we veroorzaken bij de andere weggebruikers. Dat doen de Thai toch ook? Richtingsaanwijzers – ok, als we het niet vergeten wat we in tachtig procent van de tijd wel doen. Helm dragen? Pfff, het is hier wel warm hoor dus doen we dat enkel op de uren van politiecontrole. Ha ! Rijden we tweeëntwintig van de vierentwintig uur zonder. Snelheidscontrole? Woh, niemand van de expats weet wat de maximum toegelaten snelheid is op Sukhumvit Road. Of op Pattaya Klang. Of op Nern Plub Waan. Of Sai Siam Country. Rijden en drinken? Da’s een nutteloze vraag, niemand die er hier wakker van ligt. En wij ook niet.

 

Dat veel spullen stuk gaan zijn we allang gewent. Of dat nu een simpele deurknop is of een gesofisticeerd telefoontje. Of dat nu onze afvoerbuizen zijn of de elektriciteitsleidingen. Of dat de knoppen van onze broek springen. Of de mouw van dat nieuwe shirt scheurt. Of dat er scheuren in de muren komen. Of dat er telkens weer en ieder jaar en op dezelfde plaatsen putten in het wegdek komen. Of het toilet gaat lekken. Dat er dagenlang geen leidingwater is. Dat de stroom op gezette tijden weg valt. Of de kabeltelevisie vaak uitvalt, net als internet. Dat er geen garantie bestaat. Geen rampenplannen bestaan. 

Pfff, wie maakt zich daar nu zorgen over? Simpele dingen herstellen we zelf, ‘je plan trekken’ zeggen ze in Vlaanderen. De duurdere hebbedingen zoals telefoontjes en andere zijn hier spotgoedkoop – als je met een kopie genoegen neemt.

Een scheur in de muur? Een toilet dat lekt? Vandaag geen leidingwater? Een uurtje of vier geen elektriciteit? Geen televisie? Geen internet?

“Et alors?” – naar de Franse ex-president Francois Mitterand.

 

Het is hier 350 dagen op 365 mooi weer en we moeten wel trager bewegen dan vroeger om niet in zweten uit te barsten – dat komt ons mooi uit. De mensen lachen altijd. Je komt hier nooit te laat. De overheid valt je hier niet lastig. Er zijn nauwelijks verboden en geboden. Zware belastingen moeten ze hier nog uitvinden. En er zijn nog nooit problemen geweest met Singha-bier. Of Leo, of Chang. Schol !

De Inquisiteur

 

Leave a Reply

You must be logged in to post a comment.