Afwezigheid

Van tijd tot tijd valt het voor dat je door omstandigheden minder vaak dan gewenst in je stamkroeg frequenteert. Zeker voor expats die af en toe eens vrienden of familie op bezoek krijgen en derhalve verantwoordelijkheid dragen voor deze mensen, die wil je met plezier je nieuwe vaderland laten zien. Maar voor diegenen die hier al afzienbare tijd leven is dat wel een verrassing, je hebt langzaam maar zeker een soort Thaise mentaliteit aangekweekt die je zelf niet opmerkte maar des te opvallender is voor die vriend die je jarenlang niet meer zag, tenzij op de moderne media zoals op smoelenboek, skype en andere onzin.

Enkelen weten van je stamkroeg maar de meesten niet. En hebben ze dus geen genade : ze willen cultuur, natuur, shoppen en eten doch geen zuippartijen aangevuld met lokale roddel. En willen ze geen aframmeling op de pooltafel, alhoewel, dit laatste onder voorbehoud.

 

Als goede stamgast ga je natuurlijk de diensten van je kroeg aanbevelen, doch in mijn geval kon dat enkel aangaande mobiliteit, een bromfiets dus. Maar na enkele dagen mocht ik al uitpakken met een voordeel : de prijs. Een andere, meer reguliere vakantiegast betaalde elders vijftig procent meer, leuk is dat, vrienden tevreden en in vol vertrouwen aangaande mijn aanbevelingen. De aanwezige dames kon of beter gezegd mocht ik niet promoten wegens een vergezellende vriendin. Zuippartijen zaten er ook niet in, onze gasten wilden ‘reizen’. Kon ik het bezoek transformeren naar een van de ergste vormen van westers vermaak : toerisme. Een westerling op reis is een zenuwachtig dier dat wil bewegen. Dat alles wil zien ongeacht de afstanden en vooral reisduur hier in Thailand. En geen tijd heeft om urenlang bewegingsloos gezellig te pintelieren – in expatjargon heet dat de hitte bestrijden maar dat maakt hen niets uit ondanks de zevenendertig graden.

 

Dus na een enkel en kort bezoekje was het rondhossen op het motorfietsje teneinde hun jetlag te bestrijden. In en rond ons geliefd Nongprue is meer dan voldoende te bekijken, je kan een gemiddelde gast hier zowat een dag of tien bezig houden. En in mijn optimistische gedachten zaten daar enkele afzakkers in de Brass Monkey bij. Doch dat is wishful thinking – na een dag of drie kon ik de hort op richting Bangkok. Singhaloos en wel bleef ik vrolijk, paste me aan bij hun ongelooflijk snelle motoriek en was ik bereid om mijn toeristisch ongekende pareltjes -die elke zichzelf respecterende expat wel heeft en weet- te showen. Doch de socialisten staken daar een stokje voor.

 

Voor ons is het iedere dag zondag, of een feestdag. Dus wie kijkt er nu naar de datum? En zo trok ik met de vrienden China Town binnen op 1 mei. De doodse kalmte, zeer uitzonderlijk voor Bangkok, was me de avond ervoor al opgevallen maar verder denken doe ik hier niet meer. Maar algauw bleek dat meer dan driekwart van de shops en werkplaatsen gesloten waren. Geen berenklauwen, tijgerpenissen, olifantentanden, gemalen hoorn van neushoorns en andere Chinese specialiteiten te zien. De Bankokezen genoten van een lang weekend en zijn met z’n allen naar Pattaya getrokken. Daar ging mijn pareltje. De vrienden dan maar naar de toeristische hotspots gestuurd, ondergetekende en gade lieten zich elders verwennen met massage, een etentje en een zalig terrasje.

En liet ik me overtuigen om zelf mee te trekken naar zo’n toeristisch geval : de Bayoke Tower. Diner op het eenentachtigste verdiep op een openlucht privé-terras. Wanneer ik de tickets betaal schrik ik me rot : duizend tweehonderdvijftig baht per persoon, ik ben ervan overtuigd dat ze me afzetten. Om dan in een van die Thaise verrassingen te vallen die het leven zo vaak zo aangenaam maken hier. Fantastische zonsondergang boven de stad, een van de beste diners sinds jaren en een uitermate gezellig en sfeervol verlicht terras maken de avond kompleet. Ole. Wanneer we dan ook nog overheerlijke mojito’s ontdekken aan de hotellobby van het Shangai Mansion Hotel aan Yaowarat Road vergeet ik mijn stamkroeg-heimwee helemaal, lekker bezopen gaan we slapen.

 

Na enkele dagen in de Thaise metropool trekken we weer huiswaarts, ik in de hoop dat de toeristische druk wat weg zal zijn bij onze gasten. O oo ooo. Nogmaals, ons levensritme is een pak lager dan het hunne. Olifantentochten, shoppen, kostuum op maat laten maken, dineren, … het kan niet op. Gelukkig kan ik hier vaak aan ontsnappen want ze zijn mobiel – het gehuurde brommerke nietwaar. Maar het ontbreekt me aan fut om Brass Monkey-waarts te trekken, ik heb recuperatie nodig. En moet wat verplichtingen nakomen zoals tuin onderhouden en alle potplanten bewateren, een bankbezoek, even bij m’n advocate wat regelen en aquarium- en vijver onderhoud. Dat niet bezoeken van de stamkroeg houdt ook financiële consequenties in : boetes betalen wegens niet poolen. Dat achtervolgt me zelfs via smoelenboek.

 

Vervolgens moet ik me weer in westerse versnelling zetten, we trekken naar de omgeving van Saraburi en Korat : Kao Yai, daar is een enorm natuurreservaat en de omgeving wordt hier het Zwitserland van Thailand genoemd – wat me erg argwanend maakt. Maar zie, ongelooflijk mooie en bergachtige streek. En een fantastisch resort gevonden waar we wegens low-season gratis een upgrade krijgen naar kamers die ik anders niet wil betalen. Het zwembad werkt aanstekelijk maar maakt me snel moe, het autorijden in de bergen mat me af maar het reservaat is mooi. En echt Thais : ‘hier komen de wilde olifanten eten en drinken’, er staat zelfs een soort boshut op palen. Maar geen olifant te zien. Gelukkig ontdekken onze gasten enkele in het woud levende apen – die ons net zo aangapen als wij hen. En zien ze zo’n dodelijke duizendpoot – ik blijf liever uit de buurt. Lopen er enkele herten rond – die zie je zelfs in België nog. Maar de flora in het woud en op de bergen is prachtig. En de insecten bovennatuurlijk groot. En de laat-avond Singha’s die we verorberen op de sala voor de kamers laten me weer m’n ‘stamkroegheimwee’ vergeten.

 

Breng ik na een drietal dagen iedereen weer veilig terug doch ik mag slechts een enkele nacht in eigen bed slapen. Op naar Koh Samet, de auto laten we achter in Ban Phe en de boot op. Het resort is het duurste dat we samen met onze vrienden boekten en de verwachtingen zijn hoog gespannen. En dat is in Thailand wel eens nefast. De prijs-kwaliteit verhouding is volledig zoek alhoewel het gezellig is. Ach, geen nood : zon, zee en strand. Maar de volgende dag stuur ik vriend en vriendin wel de motorfiets op, ze moeten hun drang om ‘dingen te zien’ gaan vervullen. Ik weet uit eigen ervaring dat dit erg zwaar is, de zeldzame wegen zijn een soort Afrikaanse savanne vlak na het regenseizoen en daar bovenop erg heuvelachtig. Kan ik ondertussen mijn afgematte lichaam nog eens laten masseren, wat ronddrijven in het zwembad en gezonde ijskoude vruchtensappen drinken. De volgende dag verlaten we het eiland met gemengde gevoelens : mooie stranden, schone zee, veel groen maar eens uit de centra erg veel zwerfvuil en de diverse afvoeren en riolen hebben een geurtje dat mij slechts een beetje opvalt maar onze westerlingen danig stoort. Waarop ik een discussie krijg want ik wil niet dat de overheid hier zwaar gaat investeren in reinigen, ophalen en verwerken van het afval – dan gaan ze belastingen heffen en komen we in Belgisch/Nederlandse toestanden.

 

Wat voor een werkende westerling een normaal ritme blijkt zijn is voor ondergetekende te zwaar. Afgemat en wel spelen m’n zwakke nieren weer eens op en ik moet de volgende dagen verstek laten gaan, gelukkig is mijn gade ook ‘auto-bekwaam’ genoeg om onze vrienden nog een beetje op sleeptouw te nemen. Thuis geraak ik snel terug in Thaise modem, de medicijnen doen hun werk en mijn stamkroeg-heimwee begint terug op te spelen. Zijn Leen en Daan weer lekker dronken geweest? Heeft Fredje nog geen koopjes gevonden? Hoe kunnen we Bob klooien nu die voor enkele weken moet gaan werken? Hoe vaak heeft David verloren op de poolavonden? Is Gerard al terug? Hoe gaat het met Neville? En de Peter’s? Is er nog iets oranjeachtig bijgekomen in de bar? Mogelijk nieuwe serveuses?

 

De laatste vakantiedag gaan de vrienden even mee met mijn echtgenote om gewone, dagdagelijkse inkopen te doen. En is mijn geheime spelletje verraden : zeventien dagen lang heb ik hem wijsgemaakt dat hij hier geen broodjes, kaas, hesp, salami, choco en andere westerse lekkernijen kan kopen. Kon ik hem lekker laten zweten bij het pikante Thai food. Hem laten griezelen bij de <mu ka thaa>. Hem laten huiveren wanneer buurvrouw Kip Isaan-food aanbood. Was hij veroordeelt tot een ontbijt met toast en aardbeien jam. Kon ik lachen met zijn verontwaardiging wanneer hij mij een overdreven hoeveelheid westers beleg en broodjes laat zien. 

En raken we toch nog eenmaal in de Brass Monkey : die laatste avond leveren we de bromfiets terug in, kunnen we heimelijk snel een Singha of zes drinken alvorens onze gades ons aanmanen om te gaan dineren zoals beloofd. Anders hadden we geëindigd zoals iedere stamgast hier vaak doet : stomdronken een gehaktbal verorberen. Of een curryworst. Of een braadworst.

 

Als altijd heb ik na het vertrek van wie dan ook een beetje weemoed, het is erg stilletjes thuis. Maar daar heb je een stamkroeg voor, ik ben benieuwd tot hoe laat ik deze namiddag kan thuisblijven … .

Leave a Reply

You must be logged in to post a comment.