Hollanders

 

Het leven is terug normaal in het land van de glimlach. En zo ook in onze stamkroeg. Het vreemde gedrag dat enkelen vertonen heeft niks te maken met de zes dagen lang durende vieringen van vorige week, het zijn hun genen die hun parten spelen. En geloof me, alhoewel ik geen nationalist ben heb ik een zwaar vermoeden dat de verschillen afhankelijk zijn van de streek van afkomst. In eigen land word ik al scheef bekeken door tachtig procent van mijn medelandgenoten omdat ik afkomstig ben uit Antwerpen – wij zijn er namelijk van overtuigd dat de rest van België parkeerplaats is. Maar hier krijg je te maken met een mix van nationaliteiten dat het iets ongelooflijks wordt.

 

Het merendeel van de stamgasten in de Brass Monkey zijn Hollanders. En dan begint het al, want krijg je te horen dat dit fout is. Nederlanders moet het zijn. Hollanders komen namelijk ergens vanuit midden-Nederland. Maar toch dragen ze met z’n allen liefdevol een oranje-shirt, houden ze van de oranje gekleurde muren, de oranje kussens in de zetels, de oranje vlaggetjes boven de pooltafels, potplanten met uitsluitend oranje bloemen, het oranje toiletpapier – foutje, dat is hier tot spijt van chef Jack niet verkrijgbaar want anders hadden we prijs gehad. Enkel het koningslied verdeelt ze momenteel een beetje : Leen en Daan houden ervan, Fred is boos omdat hij geen exclusiviteit kreeg voor Thailand, Jack is in de wolken want kan hij weer een feestje organiseren en de rest van de Hollanders – excuseer, Nederlanders, zijn republikeinen in hart en nieren.

 

Maar hun verschillen zitten dieper. Amsterdammers zijn nog grotere karakters dan Antwerpenaars, spuien kritiek en andere commentaren zonder scrupules in het rond en denken dat ze iedere sport of handigheid beter onder de knie hebben dan wie ook. In Holland, excuseer, Nederland, hebben ze ook een Brabant en een Limburg. Iedere Vlaamse lezer weet wat dat betekent : de Limburgers zingen in plaats van te praten en de Brabanders denken dat ze de gezelligheid hebben uitgevonden. Lopen er nog een paar rond afkomstig uit streken die de gemiddelde wereldburger niks zegt : Flevoland, Utrecht, de Veluwe, Groningen, Zeeland en nog van dat.

En is er ook nog een Fries. Kan je met niets vergelijken, een ras apart. Koppig maar naïef. Niet echt intelligent maar erg leep. Het kan natuurlijk ook zijn dat ik nu al te zeer veralgemeen, er loopt hier maar een enkel stuk van dit ras rond … .

 

Al die karakters maken dat sommige activiteiten nogal chaotisch verlopen. Vooral vanwege de Hollandse (Nederlandse) commentaren en ik moet zeggen dat ze elkaar niet sparen. Gelukkig ga ik nooit naar hun “klaverjassen-namiddagen”, wie weet wat daar gebeurt. Of naar de darts-competitie : volgens mij levensgevaarlijk met die pijltjes. Neen, je zit gewoon aan de toog, genietend van een koel biertje, gezellig lullen over voetbal en vrouwen want we zijn hier een exclusief mannengezelschap natuurlijk. Tot er een andere stamgast arriveert. Als Belg heb je dan de gewoonte om goedendag te zeggen, te vragen hoe het gaat en ander vriendelijk commentaar. Nederlanders niet. 

Dan hoor je : “Hey, hallo, ben je hier alweer?”. ” Ga je nog niet weg?”. Of : “Ga je vandaag weer zeuren?”. Heb ik al snel de neiging om een grote glazen asbak vast te nemen in geval van ruzie. Nederlanders niet, die lachen met dat soort commentaar.

 

Maar het ergste gaat het eraan toe tijdens de poolavonden. In eerste instantie denk je als buitenlander het Mekka gevonden te hebben : hier heerst ploeggeest. Want een oranjeshirt is verplicht. Verplicht een halfuur voor de wedstrijd aanwezig zijn. Gezamenlijk vertrekken wanneer we uit spelen. Boetes voor afwezigheid, boetes wegens te laat komen. Professioneel zijn ze ook : boetes als stimulans om geconcentreerd te spelen, iedere verliespartij kost je geld. Vuistjes geven aan elkaar in geval van winst, en indien de wedstrijd in ons voordeel eindigt staat een halfuur later de stamkroeg op z’n kop. Het lijkt wel op het Nederlands voetbalelftal en dus denk je goed te zitten. Tot de wedstrijd aanvangt.

 

Wanneer de eerste speler zich aan de tafel gereed zet kan je een smalende glimlach zien verschijnen op vele monden. Want hopen ze dat hij gaat verliezen : zijn ze gedekt mochten ze zelf de mist ingaan en is er weer wat meer cash in de boetepot. Tijdens het spel hoor je genadeloze kritiek zodat de speler van dienst te zenuwachtig wordt of zelfs depressief. Maakt ze niet uit, vinden ze ‘al te gek’. Lachen ze zich te pletter wanneer een teamgenoot een stomme stoot op tafel gooit. Kraken ze iedere speler vlak na een verloren game, soms gaan ze zover dat ze juichen voor de tegenstrever. En zelf blijven ze een vat vol zelfvertrouwen wanneer ze drie games op een rij verliezen. Dat wordt onder de noemer pech geplaatst. Voor een zachtaardige Vlaming is dit een hel – wanneer je niet uit Antwerpen afkomstig bent. Peter, de tweede Vlaming in het team, is al zover dat hij zichzelf regelmatig laat versassen naar het Engels team … .

 

Je zou voor minder, maar toch, eens wat gewent aan al dat Hollands lef, is het op zijn Belgisch gezegd plezant. Want kan je zelf iedereen genadeloos kraken. Hoef je niet bang te zijn voor een afgang, dat ondergaan ze zowat iedere avond zelf. Kan je lekker blijven bier drinken ondanks dat je accuraatheid snel achteruit gaat tijdens het spel. En vooral, ze zijn ontzettend snel tevreden. Twee gewonnen wedstrijden op een totaal van twaalf en het lijkt wel alsof we kampioen gaan worden. 

Bovendien trakteert Jack ons altijd op een biertje na de wedstrijd, hoe slecht we ook speelden. Serveert hij af en toe een gratis bitterbal. Neemt hij ons mee naar een eiland. Creëerde hij de beste stamkroeg die je je kan voorstellen – in gans Thailand. 

Hollanders. Als Inquisiteur kan ik er wel mee om.

 

De Inquisiteur

Leave a Reply

You must be logged in to post a comment.