Reizen

 

Dit prachtige land heeft zoveel te bieden dat we, een enkeling daar gelaten, zowat allemaal wel eens een keertje op stap gaan. Vermits we in een vorig leven hier vaak op vakantie kwamen zijn de meeste gekende toeristische hotspots echter niet meer aan ons expats besteed. Maar toch kan je merken aan iemands karakter welke bestemming eruit gekozen wordt. Vooral in onze stamkroeg zitten er mensen (doch elke gelijkenis met bestaande personen is louter toevallig) met vreemde reisgewoontes die ik als Inquisiteur graag wil uitlichten : 

 

Laten we beginnen met een zekere Fred. Fred beschouwt zichzelf graag als zakenman, terwijl ik als Vlaming hem eerder als sjacheraar wil beoordelen. Maar met Fred kan je zaakjes doen, laat dat buiten kijf staan. Zodoende is geen enkele verplaatsing van Fred zonder bijbedoelingen, hij houdt zijn oogjes open om koopjes niet voorbij te laten gaan. Fred verplaatst zich lokaal meestal naar de grote magazijnen, de grijpklare Thaise rommelshops en/of markten, maar hij vergeet ook niet om wekelijks de grote supermarkten te bezoeken als Lotus, Foodland, Friendship, BigC en andere. Geen enkele toeleverancier heeft nog geheimen voor hem. Maar ook Fred’s grotere verplaatsingen zijn doelgericht. Vermits zijn zwembad annex cafetaria ook leep-Thais met de grond gelijk zijn gemaakt (letterlijk en figuurlijk) is hij op zoek naar nieuwe business. 

En ziet hij zijn toekomst in Buriram. Een niet al te grote stad die al middenin met wat men hier de ‘country-side’ noemt ligt. Ondergetekende is er al eens geweest en catalogeerde het als ‘niks te zien’. Maar Fred ziet er grote mogelijkheden liggen, dus gaat hij de laatste tijd op en af naar de grote verlatenheid – aangaande farangvertier. Suggesties aan de toog halen niks uit : waarom niet Rayon, een kleine industriestad zo’n veertig kilometer ten zuid-oosten van ons geliefde Nongprue? Of Ma Ta Phut, nog meer industrie en vol met koopkrachtige expats die voor de grote multinationals werken? Neen, Fred houdt het bij de grote eenzaamheid in Buriram.

 

Marcel en Gerard zijn totaal anders. Die gaan graag naar de tropische eilanden waarvan Thailand vergeven is. Enkel, Marcel laat de beroemde eilanden als Koh Samui en Koh Chang links liggen. Zijn voorkeur gaat naar wat hij noemt ‘onontdekte paradijsjes’. Koh Kut – de naam alleen al. Of Koh Phangan – bekend van de full-moon party’s. Dat hij telkens weer, rond zonsondergang, wordt opgevreten door de mosquito’s houdt hij stil maar ben ik zeker van. Dat de slaapkamers vergeven zijn van de gekko’s – no problem voor Marcel. Dat hij bij de afrekening telkens weer het vijfvoudige betaald van wat het waard is – maakt hem niks uit. Paradijzen zijn het. 

Gerard is slimmer – denkt hij. Koh Samet, kan hij van thuis uit met het brommertje tot aan de ferry bollen. Dat doet hij zelfs om op Koh Chang te geraken ondanks 150 km snorren in volle zon en hitte. In deze bekende toeristische oorden wordt je als toerist financieel bestolen als de beste, doch Gerard heeft zijn connecties. En verdwijnt dan naar afgelegen stranden waar enkele hutjes staan, een eetstalletje en een soort bar. Is hij voor enkele dagen van de wereld want mobiele telefoon, internet en andere kan je daar vergeten. Bovendien rijden de zeldzame taxi’s slechts om de drie dagen. Geen probleem voor Gerard, gedurende die tijd noemt hij zich Robinson.

 

Daan is een familieman. Met zijn grote macho-pickup geraakt hij overal en zodoende gaat hij graag familie bezoeken. Zijn Thaise familie welteverstaan. Oorden als Prachinburi, Nakhon Nayok, Korat, Khon Kaen en andere hebben geen geheimen voor Daan. Zijn auto volgeladen met afgedankte koelkasten, oude fietsen, een kapotte televisie en andere spullen bolt Daan telkens vrolijk naar de Isaarn provincie – het ultieme platteland van Thailand. Die spullen zijn voor de familie van de familie van de familie – zo is dat nu eenmaal in Thailand. Ze herstellen wel wat stuk is en kunnen alles gebruiken. Behalve afgedankte kledij van Daan tenzij ze het gebruiken als beddengoed, zijn afmetingen zijn het dubbele van de gemiddelde autochtoon. Doch Daan vergeet telkens weer dat het ginds anders is dan in onze welvarende streek. Zo moet hij overschakelen op Isaarn-food : kikkers (en dan niet enkel de billen), insecten, rauw varkensvlees en meer van dat lekkers. Daan’s lichaam heeft heel wat calorieën nodig dus houdt hij dit menu slechts enkele dagen vol om vervolgens naar de dichtst bijgelegen grote stad te rijden, op zoek naar een Mac Donald’s. Ergo, Leo bier, en dan zeker in grote flessen, vind je hier nauwelijks. Daan schakelt dan over naar het plaatselijke drankje, lao kao, een zelf gebrouwen rijst-whiskey. En zodoende sneuvelt Daan na enkele dagen, hij drinkt het straffe spul in dezelfde hoeveelheden als Leo bier … .

 

Leen, de goedhartige maffiaman, is het maatje van Daan en gaat meestal mee op stap. Maar ondanks zijn stoere uiterlijk is Leen een filosoof. En hij droomt weg wanneer Daan langzaam de kilometers maalt. Leen ziet zichzelf als een soort vreedzame Rambo ergens in de buurt van Nong Khai. Hij ziet zich daar varen op de Mekong rivier in een longtail bootje richting Laos. De Golden Triangle, werken in de papaver kweek met zo’n typisch strooien hoedje op z’n kop. Hij droomt van uitstappen naar Cambodja, illegaal de grens overschrijden via Bo Rat. Doolt in gedachten doorheen de jungles van Kanchanaburi, op de rug van een olifant. Om zo ongemerkt in Birma te verzeilen, in zijn gedachten vermijdt hij de grensovergang van Mae Sot. Gelukkig is Leen voldoende realist, in al de vernoemde streken is er nauwelijks bier en westers eten te verkrijgen.

 

Is er Bob. Maar -de ongelukkige- hij moet nog werken. Daarbovenop is hij pas vader geworden en zit hij noodgedwongen vast in Nongprue. Bob houdt het bij lokaal vertier in en rond deze streek. De Pattayaanse stranden als Yomtien, Don Tang, Wong Amat en andere. Iets verder is er Ban Saree, en nog wat verder Ban Saeng. Binnen een jaar of drie kan hij naar Khao Kheow Open Zoo met z’n eerste afstammeling. Of naar Pattaya Parc, een soort Hollands tropisch zwembad maar dan in open lucht. Bob zie je de eerste jaren niet in meer avontuurlijke gebieden, tenzij er familiebezoek op de proppen komt. Maar hij heeft al, als enige in Thailand, een keurmerk baby-stoeltje voor in de auto. Bob is nog steeds Nederlander in hart en nieren.

 

Aad en Do zijn twee onafscheidelijke vriendjes, nu ja, gezien hun afmetingen mag je rustig vrienden zeggen. Beetje zoals Statler en Waldorf van de Muppetshow hebben ze een oordeel over alles en nog wat, doch hun reisgewoonten zijn vermoedelijk heel klassiek. Zij houden het bij de meer traditionele bestemmingen, zijn ze zeker van hun Hollandse hap en het bier. En van een goed bed met airco. Dus bereizen zij bestemmingen als Chiang Mai en Chiang Rai. De River Kwai. Ayutthaya, Sukhotai. Phuket. En met een beetje geluk komen ze hordes Hollanders tegen, gezellig om wat bij te praten met een kop koffie. Alleen, je zal ze nooit ‘s ochtends bij het ontbijt zien. Ze hebben namelijk een nogal zwaar nachtleven, waar ze ook toeven.

 

En dan Jack, de chef van onze geliefde stamkroeg. Hij verplaatst zich uitsluitend met een bromfiets, dus is hij gelimiteerd aangaande afstanden. Van de grote bussen die gans Thailand bestrijken moet hij niks hebben, te gevaarlijk. Ondanks de spotprijzen ziet hij de trein niet zitten – hij kan de aankondigingen noch lezen, noch verstaan. Vliegen is niet aan hem besteed. Je krijgt hem hooguit in een songteauw taxi, die pick-up trucks met banken achterin. Maar Jack maalt er niet om. Hij voelt zich als een vis in het water – in Nongprue. Heel af en toe maakt hij een uitstapje naar een lokaal strand, kwestie van geen problemen met zijn gade te krijgen, het mens wil ook wel eens een stapje in de wereld zetten. Maar zijn groot avontuur ondernam hij met ons, de poolspelers. Hij bracht ons naar een voor hem grote onbekende bestemming – Koh Laan. Een eilandje zo’n 10 kilometer uit de kust van Pattaya. Jack genoot van iedere minuut ondanks hij de grote schommelingen op de boot niet waardeerde. Vol zelfvertrouwen liep hij veilig -midden in de groep- te lachen en tieren, liet zich gaan op het strand maar bleef wel in de buurt van waar de rest zat, toonde zich een echte waterrat maar dat kwam omdat het slechts kniediep was, raakte verbrand tot op het bot doch wat kon hem dat schelen, kortom, de dag van zijn leven.

Eerlijkheidshalve moet ik wel zeggen dat hij snorfietst als geen ander – in Nongprue en Pattaya. Hoe hij er in slaagt snap ik niet, maar hoe run je nu een etablissement waar eten en drinken wordt verkocht, alle spullen aanhalen met een bromfietsje? Bovendien is hij fanatiek oranje-verzamelaar. Spullen van een halve kilo tot twintig kilo, hij haalt ze in huis. Met dat brommertje.

 

Het leukste van dit alles zijn de verhalen aan de toog nadien. Lekker lullen en overdrijven, doen we allemaal. Maar hier zijn we zeker van ons droogje en natje. En van werkende ventilators in de bar. Want god, wat is het heet. 

Jack moet dringend zijn brommertje op. Om <paa jen’s> te gaan halen. Lekker ijskoude verfrissende doekjes die je in iedere instelling in Thailand gratis krijgt. Alleen heeft Jack ze nog niet in huis, dus, hallo ? Fred zal wel weten waar ze het goedkoopst zijn.

De Inquisiteur

 

One response to “Reizen”

  1. Marcel Pellikaan says:

    Erg fijn en raak getypeerd!

Leave a Reply

You must be logged in to post a comment.