Cultuurbarrière

 

Zelfs voor expats die hier al een behoorlijke tijd leven blijft het lastig om het cultuurverschil te overbruggen. Wij krijgen sommige levensgewoontes maar niet onder de knie, trappen steeds weer in dezelfde val. Bij Daan en Leen mag je dat rustig letterlijk en figuurlijk nemen, hun zware ‘hoogbouw’ maakt ze een opvallende verschijning. Waar ze ook lopen, staan of zitten. Jack is een dusdanig ‘zwierige’ figuur dat hij ieders aandacht trekt. Peter probeert daar allemaal ‘Vlaams-listig’ aan te ontlopen maar zijn drinkgewoontes vallen hier op – wie drinkt er nou hete thee bij vijfendertig graden? Marcel, Gerard, Fred en anderen kunnen zich een uurtje gedeisd houden tot de alcohol begint te werken, luidruchtige farangs trekken hier altijd de aandacht. Ook onze Britten (het hele zootje, van Engelsen tot Schotten, van Welshman tot Ieren), Amerikanen, Finnen, Australiërs en andere homo sapiens vallen op. Kan komen door een opvallend buikje, het dragen van witte of zwarte sokken, door het blijven dragen van een zonnebril na zonsondergang, of hun gebrekkige kennis van de taal want Angelsaksen denken dat de hele wereld Engels praat. Kortom, we blijven een soort olifant in de porseleinkast :   

 

Het heerlijke klimaat is uitbundig maar dat ervaren wij soms als lastig. Regenbuien zijn dikwijls zodanig zwaar dat er na vijf minuten al kniehoog water in de straten staat. Een man als Jan geeft dan af op het minimalistische rioleringssysteem, niet beseffende dat er vijftig kilometer dieper landinwaarts gewoonweg geen riolen zijn. Ondergetekende klaagt makkelijk wegens het gebrek aan dakgoten – parkeer ik brommer of auto vlak naast de gevel om vervolgens op te merken dat bij een plotse plensbui mijn gemotoriseerd tuig quasi wegspoelt wegens de watermassa afkomstig van het dak. Bij een onweer slaan wij met z’n allen in paniek : de donderslagen zijn ongeveer tien maal luider dan in ons land van oorsprong en de bliksemschichten blijven zowat een minuut of vijf in de lucht hangen.

Terwijl de Thai ervan genieten : ze beginnen spontaan hun motorfiets annex auto te wassen want gratis water, lachen als een kind wegens de heerlijke verfrissing die iedere bui met zich meebrengt, verheugen zich op enkele stofloze uren en zijn blij dat hun beplantingen opgefrist kunnen doorgroeien (want Thai, zonder uitzondering, zetten geen sierplanten of bomen, alles moet eetbaar zijn). De luide onweders beschouwen Thai als een zegen : het lawaai en de bliksemschichten jagen de boze geesten weg.

 

De zon is in onze ogen dikwijls een last, ze steekt vanaf 7u ‘s ochtends tot zonsondergang rond 18u30. Gaat iemand als Jack wel in de schaduw liggen maar loopt dan vaak heen-en-weer op het strand, verbrandt vervolgens tot op het bot en is uitgeput na iedere wandeling, hoe kort ook. Peter parkeert zijn motorfiets zonder na te denken – in volle zon en pijnigt vervolgens zijn derrière wanneer hij wat later terug opstapt. Idem dito met de wagen : Daan’s pick-up is dikwijls tot een oven verworden die zelfs met de airco op de hoogste stand niet meer af te koelen valt. Bovendien, wanneer we er dan wel eens aan denken en de auto in de schaduw onder een boom plaatsen, vergeten wij vaak om te kijken of er geen kokosnoten in hangen, of mango’s, of ander fruit met de grootte van een voetbal. Veel farangs troffen hun wagen dan ook al aan met een serieuze deuk in het dak of op de motorkap … . Soms zitten we wel eens op een terrasje of aan het strand, en vergeten we om eten en drinken af te schermen – na een vijftal minuten is je biertje een soort warme bittere drank geworden en alles wat eten zou moeten voorstellen is in een onherkenbare dikke droge brij verandert.

Thai hebben dat niet, ze parkeren alles wat wielen heeft in de schaduw – zonder er rekening mee te houden of ze inrijpoorten of straten afsluiten, maar wie is nu de slimste? En ze vergeten niet de boomsoort te controleren. Ze lopen, nu ja, wandelen, als automatisch in de schaduw en indien nodig zouden ze bij wijze van spreken zelfs een skipak inclusief de muts aantrekken – zolang hun huid maar niet donkerder wordt als ze al is. Maar hierdoor behouden ze hun lichaamstemperatuur terwijl wij opwarmen tot boven 40 graden … . En eten en drinken is heilig voor hen, het krijgt domweg geen tijd om op te warmen.

 

Planten groeien en bloemen in een ongekende snelheid en uitbundigheid. Zodanig dat in mijn tuintje bomen staan die alhoewel slechts maximaal  8 jaar oud zowat dertig meter de lucht in gaan. Of uitgroeien tot een mastodont die de helft van de oppervlakte van de tuin inpalmt en met wortels die overal doorheen of overheen groeien. Krijst Jack van angst door de insecten die hij opmerkt, ze komen in ongekende aantallen en afmetingen. Mierenkolonies die onuitroeibaar zijn. Bijen in de grootte van een stevige huismus. Padden en kikkers die een live-concert van Metallica makkelijk overstemmen. Diverse soorten hagedissen waarvan de tok-kei’s bijtgrage griezels zijn. Dodelijke duizendpoten, polsdik met een lengte van dertig centimeter. Om van de slangen nog maar te zwijgen – in alle soorten en varianten aanwezig, van de onschuldigste boomslang tot de king-cobra en andere waarvan de gemiddelde noorderling geen kennis van heeft.

Thai zitten daar niet mee. Ten eerste, reeds eerder gemeld, alles wat zij aanplanten moet eetbaar zijn. Dus krijgt geen plant of boom de kans om uit te groeien naar volwassen grootte. Insecten eten ze ook domweg op, om hun proteïnen aan te vullen. Slangen zien Thai veel sneller dan wij domme farangs, wij trappen er ongeveer op voor ze op te merken, Thai zien ze van op twintig meter. Of ze nu in een boom hangen, zich onder een struik verschuilen of simpelweg liggen te zonnebaden. Bovendien hangt er een mysterieus sfeertje rond slangen hier, ik ben nog steeds niet zover van hoe en wat, maar wanneer het een echt storend beest is, vangen ze die om ze wat verderop in de struiken weer los te laten … .

 

Het Thaise tijdsbesef krijgen wij maar niet onder de knie, vooral Peter en David hebben er last van. Eigenlijk kennen Thai geen exact uur van afspraak, of het nu voor ontspanning of voor zaken is. Toch blijven wij, zonder uitzondering, ons allemaal druk maken. We zouden beter moeten weten want over gans Thailand hangen bijna geen publieke klokken of horloges. Het enige waar ze vroeger rekening mee hielden was het geluid van de tempels, wanneer de monniken op een soort trommel sloegen om het uur aan te geven. <Toem>. <Nung toem>, ofte 1 slag is synoniem voor 1 uur. En pas een uur later hoorden ze 2 slagen, <soong toem>, twee uur. De zestig minuten daartussen zijn enkel opvulling. Ondraaglijk voor een westerling. Hebben ze ook nog <tsjauw>, <baai>, <jen> en nog meer maar dit is geen taalblog. Beste om dat te overleven is je er bij neerleggen of je boete betalen indien te laat – dit laatste passen we toe in ons poolteam alhoewel een enkeling daar wel wat problemen mee heeft.

 

En dan is er de cultuur van gezichtsverlies. Dat duurt jaren voor je het onder de knie hebt, en dan nog, iemand als David is met zijn Friese achtergrond kansloos. Een voorbeeldje : je bent verloren gereden in een onbekende stad en dus vraag je de weg. De brave man of vrouw die je aanspreekt heeft met negenennegentig procent kans totaal geen idee van waar je doel ligt doch zal om voor beide partijen gezichtsverlies  te besparen je toch ergens heen sturen. Totaal irrelevant aan je ware bestemming … .

Doet iemand iets fout, wijs hem of haar nooit terecht. Negeer het, maak er een grapje over en probeer in overeenstemming het karweitje toch naar jou idee te laten uitvoeren. In het andere geval is de kans groot dat je <chang> ofte vakman het gewoonweg afdruipt en nooit meer weerkomt … . Jack kan daar van meespreken met z’n personeel in de bar en het blijft een bron van plezier voor ons klanten : onthou dat wanneer je totaal wat anders krijgt dan wat je dacht besteld te hebben. Waarschijnlijk een communicatiefout maar om gezichtsverlies te vermijden zal niemand jou aanduiden als de dader – doch zelf willen ze natuurlijk ook niet opdraaien voor de fout.

 

En dan het hoofdstuk verkeer. Als eerder gemeld, parkeren doen Thai waar ze het nodig achten. Vlak naast een eetstalletje, dubbel indien nodig en de file die ontstaat zal ze worst wezen. Voor je poort – ha, wat kan dat nu kwaad? Ergerlijk traag rijden tot ze vinden wat ze zochten. Veel te snel om te zijn waar ze naartoe willen. De hoofdstraat opdraaien zonder zich te bekommeren of er aankomend verkeer is. De hoofdstraat verlaten om af te slaan zonder enige aanleiding of waarschuwing. Kortom chaos, want de weg is verzadigd van bromfietsen, auto’s, al dan niet gemotoriseerde eetstalletjes, een enkele fietser en dromende wandelaars. Wij zitten met z’n allen te vloeken en te tieren op ons brommertje, in de auto en zelfs wanneer we te voet zijn. Dagelijks hebben we zin om iemand op z’n bek te timmeren – het enige probleem is dat Thai daar niet boos over worden. Ze maken zich niet druk, verkeersagressie is hier nauwelijks. En de vele ongevallen zijn karma, Boeddha brengt dat wel in orde.

 

De Thaise <sanoek sabaai> kunnen we dan wel waarderen. Feestvierders zijn het, en dit sluit uitstekend aan bij ons luie leventje, we moeten per slot van rekening ons vochtpeil in balans houden nietwaar. Hier geen geroddel wanneer je eens drie dagen achter elkaar bier drinkt, integendeel, dat kunnen ze waarderen – dat past weer goed samen met onze levenswijze. En eten, dat gaat nog beter : Thai lusten nou net die stukken vet aan het vlees welke wij links laten liggen. Van een vis gaat niets verloren, wij eten het vlees, zij het hoofd inclusief de ogen en andere viezigheden. Scampi’s waaraan eitjes hangen willen wij echt niet – Thai vinden dat nou net lekker. Wij lusten best een stevige westerse hap, zij houden zich meestal aan het veel te scherp gekruide Thai food, dus nooit geen conflicten aan tafel. Behalve, weer, het personeel van Jack. Daar zitten dames die telkens weer zijn voorraad curryworsten verorberen, zijn brood laten verdwijnen, zijn pot satesaus legen. En Jack kan zich geen gezichtsverlies permitteren dus hangt hij maar een bordje over zijn menukaarten : ‘tijdelijk uitverkocht’. Tot Bob’s grote spijt. Want die besteld meestal twee schotels tegelijk, hij verward onze stamkroeg nog al eens met een soort frituur, ofte, zoals de Hollanders zeggen, petat-kraam.

Maar Thai waarderen zeker het fenomeen ‘stamcafé’. Zelf kennen ze dat niet maar vinden ze wel handig. Altijd een vriend aanwezig : om te poolen, om gewoon wat te lullen, om te filosoferen, om een voetbalwedstrijd te bekijken of om je lazarus te drinken. Onze bar leent zich uitstekend voor dit soort gemengde activiteiten dus komen de Thai massaal afgezakt bij de diverse feestjes. Want is er gratis eten en halen de meeste farangs hun <chai die> (goed hart) boven. Trakteren ze nogal makkelijk een biertje.

Ondanks de cultuurbarrière : we blijven hier nog wel een tijdje, zeker weten. En tot nader order behouden we onze stamkroeg.

De Inquisiteur

 

Leave a Reply

You must be logged in to post a comment.