Isaanland 2

 

De Inquisiteur heeft veel tijd en vooral, terug iets beter internet. Tenslotte moeten de stille avonden gevuld worden en televisie is niet aan hem besteed dus grasduinen op het net is de boodschap. En heeft hij ‘Thailandblog’ ontdekt, nu ja, vroeger in de Brass Monkey bar in Pattaya had hij al vaak de suggestie gekregen om daar eens poolshoogte van te nemen. Beter gezegd, hij is het gaan lezen. Meestal veel betere schrijfsels dan de zijne maar het deert niet, de Inquisiteur is de schaamte allang voorbij.

Verbazing is het eerste gevoel dat opkomt, verdorie, er zijn er meer als hij die ook gekozen hebben voor het rurale leven in Thailand in plaats van de toeristische hotspots. Het tweede gevoel is een beetje gelukzaligheid : ze maken op dat blog net zoveel schrijffouten als ondergetekende. Bewondering ook, sommigen lijken wel echte Thai indien wat ze beweren waar is. Vrolijkheid komt ook boven : de expats lijken verdeelt in twee kampen : de Pattayanen (daar kan je makkelijksheidshalve ook de Samuiers, de Hua-Hinners, de Pukhetters, de Chang-Maiers en zelfs de Bankokezen bijrekenen) tegenover de Isaaners. 

Wat is dat toch met Isaan? Waarom roept deze streek zoveel controverse uit? Waarom zoveel commentaren over deze mensen? Wie de Inquisiteur al langer volgt weet dat hij ook hier een antwoord op heeft.

 

Iedereen die Thailand bezoekt, er langdurig verblijft of er woont krijgt er mee te maken, willen of niet. Neem nu het eerste het beste koppel dat een georganiseerde rondreis maakt. Hun eerste contact, de mini-bus chauffeur die hem op Suvirnabum afhaalt, is Isaaner – zeker weten. Eentonig en slecht betaalde job, veel en lang van huis. De poetsvrouwen in de hotels – Isaans want ze moeten zes maanden twaalf uur per dag werken, de opgespaarde maandelijkse vakantiedag nemen ze pas bij het Thaise nieuwjaar of een ander traditioneel feest, kunnen ze hun kinderen bezoeken. De toerist ziet de bouwvakkers, in die hitte, in de zon. De straatwerkers, de afvalbehandelaars, een nadenkend toerist kan zich zelfs een voorstelling maken van hoe het er aan toe moet gaan in de fabrieken in en rond Bangkok. 

Kortom, al het lager en ongeschoold personeel komt uit het noord-oosten. Vriendelijk glimlachend, diep buigend en verlegen. Toeristen vinden deze mensen uitermate aangenaam – dienstig en vriendelijk, blij met een tip van twintig baht, het moet goed zijn daar in die Isaanstreek. En toeristen vertellen vanaf nu veel goeds over Isaan.

 

Vervolgens een nieuwsgierig man, of een groep vrienden, die wel eens willen ontdekken of het daar in Thailand werkelijk zo losjes aan toe gaat. Via-via reizen ze zelfstandig en geraken er meestal zonder al te veel problemen tot ze uit de klauwen van de goed georganiseerde westerse organisaties als luchtvaartmaatschappijen en luchthavens komen. De rit richting -vul zelf in- doch meestal Pattaya, is al iets avontuurlijker, de chauffeur wil toch graag net iets meer verdienen dan de schamele driehonderd bahtjes per dag. Later, in de tot zijn tijdelijk uitgeroepen stamkroeg zal hij van de meer ervaren mannen te horen krijgen dat het een Isaaner was, die zijn tuk op geld.

Dat weten ze door de meisjes, de vrouwen. Die zijn ook erg geldlustig. En bijna zonder uitzondering afkomstig uit de Isaan-provincies. De serveuses, de kassiersters, de ronddolende schoonheden op straat, de ongelooflijk mooi en slank gebouwde go-go dansers, zelfs de mooie jongens in de bars, clubs en discotheken, …: negentig procent kans dat ze uit Korat, Udon Thani, Kon Khean of een andere Isaanprovincie komen. 

Vanaf nu ondergaan deze mannen vreemde dingen. De lieve meid blijkt arm te zijn, moet werken om de familie te ondersteunen. Vroeger, zo’n twintig of meer jaar geleden was dat nog leuk : de buffel was ziek. Nu is dat een kapotte tractor geworden. Indien dat niet werkt sukkelen de moeders nog steeds in het ziekenhuis en jawel, geen geld. Kortom, de man begint kennis te krijgen, Isaan-mensen willen geld weet hij nu. Meestal worden deze mannen vaste Thailand-reizigers. En worden ze ervaren in het behandelen van hun Isaan-problemen, er komt meer eelt op hart en ziel, de portefeuille blijft vaker achter slot en grendel – want ze krijgen ook te maken met slimme Isaan-sters die al jaren in de horeca werken. Die meer welstellend geworden zijn, slimmer dan hen zijn. En gaan hun verhalen rond, meestal niet zo erg positief wat deze streek betreft … .

 

Dan zijn er de gevorderden, de ‘long-stayers’. Sommigen houden vast aan het vrijgezellenleven maar zijn toch meestal verliefd geworden op, jawel, negentig procent kans, een Isaanvrouw. De impulsieven gaan direct samenwonen, willen dat vakantiegevoel gedurende drie-vier maanden per jaar, en komen zodoende in de problemen met hun geliefde. Want ze vergaten dat die familie en meestal zelfs kinderen heeft waarnaar ze verlangt. De nadenkenden maken eerst de barre tocht richting platteland, overleven gedurende enkele dagen het vreemde eten, de minder hygiënische omstandigheden, de hitte, de familie. En besluiten om langdurig in Thailand te gaan leven doch niet in Isaan. Ze gaan met hun trofee in een westerse enclave wonen zodat ze hun eigen gewoontes aangaande cultuur, eten, farang-vrienden, op stap gaan en andere kunnen behouden. De gade moet maar blijven, of ze nu heimwee naar kinderen, familie of streek heeft of niet. Tenslotte betaald hij toch alles zeker. Uit goedheid zal hij jaarlijks wel een keertje of twee heen-en-weer rijden. Die vlotte, sexy meid begint te veranderen, ze begint te zeuren, ze is minder toegevend geworden als voorheen. En weer komen er meer slechte dan goede verhalen los over Isaan.

 

Er zijn ook echte Isaan-kenners. De expats. Mensen die echt integreren, zelfs die fonetische taal willen aanleren om vervolgens veel te veel de klemtoon op de medeklinkers gaan leggen in plaats van op de tonen. Die willen werken op de rijstvelden zonder te beseffen dat hun ondernemingslust door de overheid als illegale arbeid beschouwd wordt. Die verhuizen naar dat geheimzinnige gebied en er een zodoende huis bouwen, meestal niet ingedekt door een goed samenlevingscontract. Ze ondergaan morrend het familiegedoe, de broers en zussen, de moeder en de verre verwanten die plotseling allemaal in zijn huis wonen, er eten en slapen en hem links laten liggen. Tachtig procent zal na een half jaar terugkeren naar de meer farang-vriendelijke streken. Deze mensen zijn de ware bloggers, de specialisten, de kenners. Met veel cynische verhalen over Isaan, al dan niet positief.

 

En zijn er mensen zoals de Inquisiteur. Vijfentwintig jaar Thailand, waarvan vijftien jaar lang langdurend rondreizend van noord naar zuid, van oost naar west. De laatste tien jaar er wonend, eerst negen jaar in de enclave Pattaya-aan-zee en nu in, jawel, Isaanland, En jawel, met een trofee. En jawel, een huis gebouwd. Die zich nog steeds voortdurend ligt te verbazen over cultuur, taal en andere Thaise, Isaanse dingen. Die een eigen taaltje heeft ontwikkeld waar geen buitenstaander iets van begrijpt, enkel zijn naasten begrijpen hem goed. Die nog steeds dikwijls, zware en emotievolle, discussies heeft met de geliefde over hoe samenleven. Die het budget na een eenmalige proeftijd van een maand of drie terug in eigen handen moest nemen om niet failliet te gaan. Die beseft dat hij altijd een vreemdeling zal blijven, hoe vriendelijk en meelevend het er ook aan toe gaat – tot het menens wordt. Die zich ergert aan familiedingen waar hij kop noch staart aan krijgt. Die beseft dat hij hier niet enkel voor eigen plezier kan leven, maar dat er een jongere partner is die aan haar en haar dochter’s toekomst denkt en verwacht dat hij daaraan meewerkt. En die gevonden heeft wat hij zocht : plezier in het leven, in zijn partner, in zijn omgeving. Iemand die veel krijgt voor wat hij geeft, iemand die niet steeds wil oordelen of veroordelen.

 

Mensen uit Isaan zijn gewone mensen – alleen is er een erg groot cultuurverschil. Ze hebben hun gevoelens, ze willen een goed leven net als iedereen. Ze zijn lief, ze zijn wreed. Ze zijn vriendelijk, ze zijn ergerlijk. Ze zijn werklustig, ze zijn lui. Er zijn drinkers, er zijn geheelonthouders. Er zijn slimme mensen, er zijn domme mensen. 

Zoals in België en in Nederland. Zoals over de hele wereld. 

De Inquisiteur

 

Isaanland

De Inquisiteur heeft de blues. Het korte bezoek aan het hedonische Pattaya, nog geen twee weken geleden, heeft zijn sporen nagelaten. De euforie van de terugkeer naar Isaanland is even weg. Het farang-eten, de voortdurende feestroes die daar aan zee heerst, het voortdurende vakantiegevoel dat die stad je geeft, het is weg.

De slangen en andere reptielen, de insecten, de bomen, de rijstvelden en andere country-genoegens hier geven even geen voldoening. Zelfs het ruimtelijk gevoel, het trage levensritme, de buffels, de natuur – de Inquisiteur zit peinzend op zijn terras en zijn gedachten gaan als vanzelf naar dat betonnen gedrocht aan zee. 

De overvloed aan restaurants, bars, cafe’s, clubs. De overvloed aan vrouwelijk <ahaan taa> die in Pattaya zonder uitzondering heerlijk kort gerokt rondlopen en je aandacht proberen te trekken. Het aanbod in de diverse winkels en magazijnen – in Pattaya koop je op ieder moment wat je nodig hebt, in tegenstelling met Isaanland waar je weinig westerse smaken vind, waar je afhankelijk bent van het seizoensaanbod.

En dan je oude stamcafé. De Brass Monkey. Eigen aan dit soort instellingen is dat er weinig of niets verandert. Je voelt je meteen terug op je gemak. Je herkent direct alles. De goede dingen als het ijskoude Singha bier, de Hollandse maatjes, de gekke serveuses die alles fout doen. De mindere dingen als die overheersende oranjekleur en een deel wankele barstoelen. En de waard, nu ja, mag  je niet zeggen want hij tapt geen pint. Het poolen. Het roddelen. Het afkappen. Het beter weten. De oude bekenden met hun o zo eigen karaktertrekjes en dan had de Inquisiteur nog geluk dat twee van de meest vreemde vogels als David-de-Fries en Leen er niet waren. En nog meer geluk dat Jack een beetje last had van ‘tourista’, dus geen onzin vanuit die kant.

Ha ! De Inquisiteur weet gewoon dat iedereen nu op zijn verkeerde been gezet is : “zie je wel, hij heeft er genoeg van, net zoals iedereen die naar die jungle verhuisde”. 

Nee hoor. Wat een zaligheid hier. Je hoeft jezelf niet te bewijzen, men neemt je zoals je bent en zoals je je op dat moment voelt. De stilte en de rust. Slechts ‘s ochtends en ‘s avonds even wat meer verkeer, een paar ouderwetse motorfietsen met zijspan voor hun talloze vrachtjes, voor de rest een enkele stootkar, een troep buffels, heel af en toe een vreemd mobiel dat iets met de rijst doet. Na zonsondergang is het hier enkel de natuur die geluid voortbrengt. Geen geruis van zoemend verkeer, geen knallende brommertjes, geen voortdurend lawaai van bouwwerven.

Het eten is hier puur natuur en gezond, smaak is een kwestie van even aanpassen en avontuurlijk genoeg zijn. Gaan ze vissen gaat de vangst direct op de barbecue, heerlijk toch. Hetzelfde voor een varken of een biggetje, verser kan niet. Vlak voor de Isaaners gaan koken halen ze hun groenten uit de bossen, de velden en eigen tuin. En indien gewenst kook je af en toe Belgische petatten-met-groenten-en-vlees (saus lukt me nog steeds niet zo goed). Blij als een vogeltje keer je terug van de markt wanneer er wat herkenbaar in aanbod was : een bloemkool of een rode kool, boontjes, champignons. En dan smaakt het eens zo goed. Nog vrolijker word je wanneer er ergens een koe geslacht wordt, zoiets gaat in het dorp als een vuurtje rond. En maak je stoofvlees. Of biefstuk. Met frietjes en mayonaise en salade. Zo beleef je veel meer plezier aan je eten.

De Inquisiteur heeft zelfs wat eetgelegenheden gevonden die zijn smaak serveren. Een wat groezelig klein stalletje waar je kan afhalen of ter plaatse kan consumeren : kippenbouten op houtskool, <som tam> salade die hij wel <mai phet> laat maken. Heerlijk ! Of het kleine restaurantje waar je ze lekker vers koken : <muu nak maa> (varkensvlees met groentjes en rijst, licht zoet en verder zelf op te smaken met zuur, pikant), <muu deing> (varkensvlees met een rode buitenkant dat erg lekker smaakt, met rijst, een sausje, en een kopje bouillon met bieslook), <kwa tieaauw> (een soep met veel groenten, vermicelli, naar keuze : kip, beef of varken). En dan is er de favoriet bij uitstek : het grote <muu ka taa> restaurant. Krijg je een houtskoolvuur, daarop komt een soort Mexicaanse sombrero in aluminium, aan het buffet haal je je vlees naar keuze (beef, varken, kip -alles naar keuze al dan niet gemarineerd), je groenten (in een groot aanbod), zoetwatergarnalen, inktvis, kwarteleitjes en andere ingrediënten. Aan tafel kap je vooraf gemaakte bouillon in de opvang goot van de sombrero, je groenten erin, de eitjes, de garnalen, de inktvis. Op de top van de hoed leg je een stuk wit vet en op de schuine kanten bak je het vlees. Zo lekker !! Maar dat komt ook omdat ze hier, jawel, frietjes aanbieden. Die haal je gewoon aan het buffet uit een grote ketel. Waar ze dat idee vandaan hebben snapt de Inquisiteur niet goed, niet zijn suggestie en er wonen hier in de wijde omtrek geen andere <farangs> … .

Na maanden hier wonen weet de Inquisiteur enkele geschikte locaties om eens op stap te gaan. Een gezellig klein kleurrijk cafeetje in de dichtst bijgelegen gemeente, een kilometer of zeven van ons dorpje is zo’n favoriet plekje. In diezelfde gemeente, even buitenaf, een mooi resort met zwembad, lekker wat baantjes trekken, luieren in een relaxzetel met een vers mangosapje terwijl je wat Googelt en waar je nadien heerlijk <tom yam kun> kan eten in het aanverwante gezellige openlucht restaurantje. Een massagesalon in een naburig dorp, spotgoedkoop, uiterst vriendelijk en je krijgt er een soort thee die speciaal maar overheerlijk is.  

Is er een grote instelling op zo’n kilometer of dertig van ons dorpje en waar ze zonder uitzondering iedere avond show, muziek, (coyote)dans en andere pleziertjes ten beste geven en waar de hele ‘bon-ton’ van de streek op af komt, altijd veel volk hier. En ben je ondanks de verkrijgbare snacks te dronken om de dertig kilometer huiswaarts te overbruggen duik je in een van de talloze resorts binnen waar je voor vierhonderd baht je roes kan uitslapen. 

In ieder dorp, langsheen de verbindingswegen, zijn er de onvermijdelijke karaokebars. Die de Inquisiteur doen denken aan het Thailand van meer dan twintig jaar geleden : primitief met goedkope en natuurlijke materialen in elkaar geknutseld -enkele meer moderne uitvoeringen daar gelaten-, paniek omdat ze geen Singha bier in huis hebben want dat is hier net iets duurder dan Leo bier of de traditionele lao-kao en dat krijgen ze dus niet verkocht. Er staat een soort jukebox met televisiescherm waar je muntjes in kan werpen om zo je favoriete liedjes uit te kiezen,  je krijgt een microfoon die zonder uitzondering onder stroom staat en die je daardoor nauwelijks zonder handschoen kan vast nemen en wat hilarische taferelen oplevert wanneer de zanger(es) van dienst wat al te enthousiast zijn of haar lippen er tegen drukt. En hier zijn de serveuses net zo vastberaden van plan om het geld uit je zakken te slaan als in Pattaya … .

Indien gewenst en geen zin om met de auto te rijden gaat de Inquisiteur naar de buurman, een vijftig meter verder. Dit echtpaar, tegen de zeventig aan, baat een soort winkel uit. Vanuit hun woonkamer. Hun huis dateert volgens de Inquisiteur uit de middeleeuwen – gezien de bouwstijl en de gebruikte materialen maar het levert een pittoresk erf op waar je graag zit. Er staat een ouderwets weefgetouw waar de vrouw dagelijks kleurrijke stoffen op weeft, het geklok van dat ding geeft een rustig gevoel. Hier komen de lokale zatlappen en boeren voor en na hun werk wat verpozen bij enkele flessen <lao kao> – in een dagelijkse hoeveelheid die de Inquisiteur in het ziekenhuis zou doen belanden. Maar commercieel genoeg want het koppel snapte direct dat ze me enkel tot hun klandizie konden rekenen wanneer ze het duurdere Singha bier in huis haalden, dat hadden ze drie weken na mijn verhuis al door en zo geschiedde. 

Is de Inquisiteur echt lui maar wil hij wel wat gezelschap dan plaatst hij zichzelf op het eigen erf -beton overgoten natuurlijk, maar in de schaduw van enkele grote bomen (vanwaaruit talloze mieren vallen). Met een gevuld ijsemmertje, een fles Singha en een muziekje. Het duurt geen halfuur of er zitten mensen bij. Die heel vrijgevig zijn : kikkers, slangen, voor een westerling onherkenbare groenten, … wat ze hebben delen ze. De Inquisiteur hoeft enkel een biertje terug te geven (…), maar na een week wist hij dat de Isaanse variante van Jack Daniels -<lao kao>- goedkoper uitkomt : worden ze sneller dronken en vallen ze in slaap waar ze zitten. Kan de Inquisiteur zonder gezichtsverlies rustig bedwaarts gaan, wanneer ze enkele uren later wakker worden gaan ze -nog steeds vrolijk- huiswaarts.

En na maanden van wantrouwigheid zijn de inboorlingen de Inquisiteur als een van de hunne gaan beschouwen. Kan hij mee gaan vissen. Mag hij mee op kikkervangst. Meer avontuurlijk : ‘s nachts slangen gaan pakken. Mag hij mee in die enorme longtailboot van het dorp waar ze met deelnemen aan de regionale kampioenschappen. Mag hij mee naar de hanengevechten. Leren ze hem alle eetbare planten kennen – de natuur is o zo overvloedig blijkbaar, wij westerlingen zijn die wetenschap allang kwijt. Wordt hij uitgenodigd op alle feestjes en tambuns. Moet hij zelfs het eten aandragen voor de monniken in de tempels.

Het leven is hier goed. Rustig, op een traag tempo. Je doet wat je wil, wanneer je het wil. De Inquisiteur zit hier graag. En als de kriebels te hoog worden, stapt hij in de auto. Klein dagje rijden en is hij in Pattaya-aan-zee. Klinkt bijna als Blankenberge of Zandvoort-aan-zee.

De Inquisiteur

 

Pattaya-on-the-Beach

De Inquisiteur is na maandenlange zelfverbanning even terug gegaan naar zijn Thaise roots : Pattaya, ‘on-the-beach’. Na negen uur vlot auto rijden doorheen het Thaise centrale binnenland begon de miserie : file. Highway7 is aan een opknapbeurt toe, of ze investeren in nieuwe op- en afritten, steeds onduidelijk in het land van de glimlach, maar een grote chaos als vanouds. De laatste 25 kilometer duurden langer dan de afstand tussen pakweg Kon Kheang en Korat. Knarsetandend doorstond de Inquisteur het oponthoud dat meer veroorzaakt werd door van links naar rechts laverende ongeduldige Thaise chauffeurs dan door de wegenwerken maar kon uiteindelijk op Sukhumvit Road rijden. Met nog meer miserie. De Inquisiteur is inmiddels gewent aan het trage, rustige Isaan-verkeer waar enkel de buffels en honden oponthoud veroorzaken. Hier zie je alleen auto’s en motorfietsen in ongelooflijke aantallen. Second Road op, nog meer van hetzelfde. En dan die lintbebouwing, geen open ruimtes, geen bomen of struiken, … . Beton overal. 

 

Vervolgens kom je op Beach Road. De baai van Pattaya is weer een stukje lelijker geworden : op de boulevard hebben ze de tropische aanplant gesnoeid om de veiligheid te verhogen (?), op zee liggen afgrijselijke plastieken blokken in rood en wit om zwemzones af te bakenen. Ze beginnen hier westers-voorzichtig te worden blijkbaar. De songteauws blokkeren als vanouds de ganse straat dus stapvoets richting Walking Street, jawel, de Inquisiteur wou na maanden soberheid gaan feesten en had een prijselijk logement gevonden in het midden van deze befaamd/beruchte uitgangsbuurt. Zonder te beseffen dat hij zijn wagen zou moeten missen want Walking Street wordt tussen 19u en 4u ‘s ochtends verkeersvrij gehouden.

 

De sociale media hadden ondertussen hun werk al verricht, de telefoon begint te rinkelen (de Inquisiteur is een van die ouderwetse figuren die weigert om een of ander melodietje in te zetten, neen, ouderwets telefoongerinkel is zijn keuze). Darksiders (voor de niet ingewijden : dat zijn die figuren die aan de overzijde van de Sukhumvit wonen en leven, hetzij uit zuinigheid, hetzij vanwege de nabijheid van de Brass Monkey Bar). Die willen weten hoe laat ik kom, wanneer we een biertje kunnen gaan drinken, of we samen vanavond gaan stappen – of kan de Inquisiteur vanmiddag al ? Nondejee, in Isaanland rinkelt de telefoon zowat twee maal maandelijks. Maar nee, de Inquisiteur is onverbiddelijk, hij wil dat vakantiegevoel van voorheen, hij wil zich als buitenstaander gedurende een dag of drie onderdompelen in een feestroes.

 

Het trage levensritme dat de Inqusiteur zich eigen heeft gemaakt in Isaan gaat volledig naar de vaantjes : normaal komt hij tussen 6 en 7 uur ‘s ochtends bed uit, hier in Pattaya gaat hij bed in rond deze tijd. In Isaanland gaat de Inquisiteur slapen tussen 20 en 21u, hier in Pattaya gaat hij rond deze tijd douchen om te gaan stappen. De ongeveer 5 biertjes per week in Isaanland worden hier vervangen door zowat dertig bacardi-cokes aangevuld met een vijftal tequila-shots – per nacht. Gelukkig is Pattaya voorzien van een ongelooflijk aantal restaurants met een ganse wereldkeuken. Het met rijst aangevulde kikker-, insecten-, slang- en andere dieet wordt nu vervangen door overvet Europees eten dat echter verschrikkelijk goed smaakt. Op drie dagen zal de Inquisiteur twee kilogram bijkomen.

 

Na drie dagen Windmill, Insomnia, Lucifer, Flexx en andere go-go’s, clubs en discotheken inclusief afterparty’s is de feestbui een beetje bedwongen en kan er een rustdag ingelast worden. Meteen tijd om te verhuizen naar Nern Plub Waan, dicht bij de Brass Monkey, de oude stamkroeg van de Inquisiteur. De Darkside in. Waar de Inquisiteur een licht benauwd gevoel krijgt. De drukte, het bouwen, de smalle straten, het drukke verkeer. De chaos want het nemen van een kamer gaat niet zorgeloos. Jack van de Brass Monkey is even leuk als voorheen : ja, je kan een kamer huren vanaf 22 november. OK, op aanraden richting Fabrice de fransoos want goeie commentaren. Paniek aldaar – de baas is er niet. Ja we hebben een kamer. Nee we hebben geen kamer. Pfff. Vieuw Diee dan maar daar wil de vriendin niet slapen – er zijn hier immers binnen het jaar twee doden gevallen. En eindigen we ergens in een zijstraat van Siam Country Road in een typisch Thais resort. Voor een redelijke prijs krijgen we een alleenstaand bungalowtje tussen het tropische groen en een zwembad.. Doch ook een verontreinigde airconditioning – later meer hierover.

 

Maandagmiddag rond vier uur in de namiddag zit de Inquisiteur weer eens in een van zijn geliefkoosde stomme kroegen van de Darkside : de Coolbar. Vriend Kevin staat er na een uurtje ook, poolen kunnen we niet want er is een feestje – zonder dat we het wisten. Dus als vanouds drinken en lullen. Om rond zevenen richting Brass Monkey te gaan. Maandag – pooldag daar. Goeie gewoontes verdwijnen niet. Doch het zo beruchte BVN-team is danig verzwakt blijkbaar. De specialisten zoals David de Fries, de Inquisiteur himself en nog wat gerenommeerde spelers zijn vervangen door jawel, zelfs een Duitser. Wablief ? Vroeger moest je op zijn minst het Nederlands machtig zijn en nu nemen ze een oude Germaan in dienst? Tsjonge jonge toch. Een materiaalmeester zoals Leen is er niet. Het ontbreken van een motiverend boetesysteem levert een dikke nederlaag op – terwijl ze gisteren, in de zondagcompetitie ook al zwaar verloren. Doch net als voorheen blijft iedereen lachen (de tegenstrevers iets meer natuurlijk) en het is er leuk. Oude vrienden terug zien, elkaar afkalven, ieder weet het beter dan een ander, echt plezant.  

De meeste bekenden waren er, de Hollanders, de Engelsen, de Belg, de Thai inclusief serveuses die uitermate vriendelijk hun best doen om het verkeerde te bezorgen. Maatjesharing, Jack’s voorraad is bijna op wegens grootverbruik van de Inquisiteur. De geur van frietjes. De overheersende oranje kleur ; de muren, de stoelen, de kussens. Overgoten met oranje sfeerlicht. De overdaad aan B52’s dwingen de Inquisiteur rond middernacht kamerwaarts te rijden, zo dronken als een aap rijdt hij even verloren daar waar hij eens de ganse buurt als zijn broekzak kende.

 

Een dag recup was nodig vooraleer de thuisrit zonder problemen kon doorgaan, en een gevoel van kalmte en rust overvalt de Inquisiteur. Stilte. Een fabuleuze sterrenhemel. Vuurvliegjes. De poezen. De honden.

Maar ook een steeds weer opkomende lichte keelpijn, jaren geleden dat de Inquisiteur dat gevoel nog had. Slecht slapen wegens hoesten. Zweten. Nu ja, wat verzwakt denk je dan, een paar dagen ‘op de plooi’ komen en voorbij.

De tweede dag thuis moet de Inquisiteur noodgedwongen naar het plaatselijke kliniekje. Waar hij doorgestuurd wordt naar het iets meer gesofisticeerde hospitaaltje. Waar ze de Inquisiteur ongerust maken door het grote aantal in witte kledij gestoken mensen die hem toespreken in een mix van Isaan?Thai?Engels?. Waar ze zijn longen testen. En waar ze melden dat hij een bacteriële longinfectie heeft. Van een verontreinigde airco ergens in Pattaya want het zit al een dag of vier in zijn systeem. Mogelijk ook : het regende daar aan Pattaya-aan-de-Beach. Pijpestelen, motregen, Belgisch/Hollandse vervelende regen. En die had de Inquisiteur al wekenlang niet meer gezien in Isaanland, daar schijnt de zon.

 

De volgende feestreis slaapt de Inquisiteur in het Hilton of soortgelijks, zeker weten. Of bij Jack, de Inquisiteur weet dat vanaf 22 november er een kamer vrij is. Reserveert hij die lekker rond kerst en Nieuwjaar. Wat Jack met de rest van die dagen aan moet is zijn zorg. 

De Inquisiteur