Vreemdeling ?

De Inquisiteur was de laatste weken weinig in zijn stamkroeg en kon derhalve niks pikants vertellen over de stamgasten. Hij vertoefde zelfs vaak buiten Nongprue, beter gekend als de Darkside, en korte blitsbezoekjes wanneer er tijd was gaven weinig stof tot schrijven.

Doch veel is blijkbaar van hetzelfde : poolen, lullen, party’s, drinkgelagen, voetbal kijken, Fred’s kookkunsten waarderen, … . Af en toe komen bleke Nederlanders en Belgen vanuit hun kikkerlandje wat vakantie houden en vinden dan de weg naar de Brass Monkey. De serveuses zijn nog even vriendelijk en (ongewild on-)behulpzaam. Jack, de kroegbaas, geniet nog steeds van zijn etablissement alsof het zijn eigen kasteel is. Engelsen komen met hoopvolle blik poolshoogte nemen of de wedstrijd van hun favoriete team live wordt uitgezonden. Nederlanders eisen dat hun competitie op het grote beeldscherm wordt geprogrammeerd. David wil de fanpage van Heerenveen als achtergrond op de televisieschermen. Kortom, weinig nieuws onder de zon. Het enige nieuwe is de derde pooltafel. De spelers maken ruzie over wie op de nieuwe tafel mag spelen, de supporters van het BVN-team eisen dat hun team zonder meer aan de oudste tafel gaat. Kunnen ze roken. 

 

En toch mis je het een beetje wanneer je in verre streken zit. Een lallende Hollander of Belg is toch net iets beter te begrijpen dan een Isaan-landbouwer die vol lao-kao zit. En alhoewel de meeste schoonheden in Nongprue nu net van die Isaan-streek vandaan komen zijn ze mooier hier dan in hun geboortestreek. En is het bier ginds net zo duur als hier. En zelfs voor een niet liefhebber als de Inquisiteur mis je af en toe die vettige hap. De steeds weerkerende liedjes die Jack lui laat afspelen via hetzelfde kanaal, al bijna twee jaar nu, klinken herkenbaar na enkele weken Thaise folk. Je bromfiets of auto hoef je hier pas om de twee-drie weken te wassen, ginds zowat om de twee uur wegens de <din deang> (rode aarde) wegen. De benzine is hier bijna drie bath per liter goedkoper dan daar.

 

Aan de andere kant, de nog steeds aanhoudende bouwwoede maakt Nongprue er niet mooier op. Het begint een beetje op Vlaanderen te lijken : ongebreidelde lintbebouwing met geen aandacht voor de mooie natuur. De welvaart neemt toe maar dat vertalen de Thai hier naar meer en meer auto’s. Met verstikte wegen en straten want de nauwe straten en steegjes zijn daar niet op voorzien. Nern Plub Waan en Kao Noi bijvoorbeeld zitten alle dagen vast – om van Pattaya stad maar te zwijgen. De Inquisiteur merkt dat er (nog) veel meer krijttekeningen op het asfalt staan: teken dat er een ongeval te betreuren viel, dikwijls zwaar vanwege de achtergebleven donkere vlekken op het wegdek. Bovendien verbeterd het rijgedrag niet, de Thai rijden hier net hetzelfde als op het rustige platteland : ergerlijk traag wanneer ze op zoek zijn naar iets, onverantwoord snel wanneer ze ergens wezen moeten, parkeren daar waar ze wat nodig hebben zonder rekening te houden met de andere weggebruikers, ze maken nauwelijks gebruik van richtingaanwijzers en draaien een straat op zonder te zien naar aankomend verkeer. Op het platteland is dat geen probleem, daar is plaats zat. Hier geeft dat een chaotische kakofonie van door elkaar wroetende voertuigen – van auto’s naar bromfietsen, fietsen en stootkarren, eetkraampjes en lichte vrachtwagens. Daar tussen door proberen voetgangers wanhopig een veilig heenkomen te zoeken. O ja, en moet je nog uitkijken naar de viervoeters die te pas en te onpas elkaar achter na zitten.

 

Ginds op het platteland hoor, zie en ruik je de natuur : zingende vogels, kwakende kikkers, loeiende buffels. Die prachtige ochtenden wanneer de lage mist doorheen de velden kruipt, palmbomen en ander exotisch groen negerend, en die zachtjes verdwijnt bij de stilaan hoger klimmende zon. Bloemenpracht die een heerlijk tropische geur verspreidt. En ja, de Inquisiteur heeft geleerd dat de rijstvelden ook heerlijk ruiken en de zoete geur tussen de bananenplantages maken je licht in het hoofd. Je ziet planten groeien en bloeien – wanneer ze onderhouden worden en dagelijks water krijgen weliswaar. De uitgestrekte rijstvelden blijven gezellig omdat men er op gezonde regelmaat bomen laat tussen staan om wat schaduw te creëren voor de oppasser van de buffels die in de tussenseizoenen die <kwaai’s> daar mag laten grazen. Je kan daar tot twee uur achter elkaar rondrijden en nauwelijks een huis te zien. Je komt doorheen bochtige wegen binnengereden in rustige dorpjes met nog steeds dezelfde bouwstijl als honderd jaar geleden. Houtvuurtjes bedienen zwartgeroete potten waarin vreemd geurende gerechten pruttelen. 

 

Hier weet de gemiddelde ervaren expat dat hij beter in grote magazijnen zijn inkopen gaat doen voor z’n dagdagelijkse spullen. Maar een beetje boodschappenlijst is hier de laatste tien jaar zowat veertig procent duurder geworden. Ginds ga je naar de markt en blijf je je verbazen over de lage prijzen. Voor de levensnoodzakelijke spullen spendeer je zowat de helft van je Pattaya-budget. En het koele bier smaakt hetzelfde.

 

Je denkt dat je hier, in en rond Pattaya, een groter aanbod hebt van zaken voor vertier en plezier. Tsja, als je blijft houden van cafe’s vol met meiden, zuipende farangs, betweterige toeristen en trucjes om toch maar honderd baht meer uit je zakken te slaan. Als je ervan houdt om pas ver na middernacht in je bed te kruipen en de volgende dag pas vanaf de middag leert kennen. Als je graag ligt te bakken in de zon aan het strand. Als je houdt van een naar op koopjes belustigde menigte maar weet dat ze continu in de zak gezet worden. Eigenlijk is het altijd van hetzelfde en diegenen die graag wat gezonder doen moeten ofwel naar een zweterige fitness, moeten gaan fietsen in levensgevaarlijke en overvolle straten, moeten gaan wandelen tussen een aanhoudende smog van de auto’s. Ze kunnen nog wel eens op zee gaan vissen doch dat kost ook al veel meer dan voorheen terwijl er nog nauwelijks vis zit en op de zoetwaterputten moet je betalen voor je vangst – als je al geen inkom moest betalen. En wanneer je al een keer of vijf naar de mooie eilanden bent geweest ken je dat ook al van binnen en buiten.

 

In het noordoosten vind je de bars weliswaar niet – buiten de grotere steden. Maar kan je net zo goed overal een massage gaan halen – aan de helft van de prijs en dubbel zo lange duurtijd als hier. Je kan daar gaan vissen in de talloze poelen, gratis en voor niks. Je kan daar heerlijk <mu-ka-taa> gaan eten, of <suki>, of vis op een houtskoolvuurtje in smakelijke limoensaus. Barbeque – zoals het hoort: op een houtvuur en niet op een gesofistikeerd dure ‘machine’ waarvoor je een jaar naar school moet om alles te begrijpen. Fietsen doorheen velden en bossen, voorbij rustieke dorpjes waar je vriendelijk onthaald wordt wanneer op zoek naar een verfrissing. Wandelen over de velden en doorheen wouden, hier geen afrasteringen of wat dan ook, je mag gaan en staan waar je wil. En een beetje avontuurlijk aangelegd persoon kan zelfs mee op slangenjacht, rattenvangst – ‘s nachts in de bossen.

 

Afgelegen ? Dat denken de onwetenden. De Mekong-rivier meandert langsheen de ganse streek en je kan daar fantastische en goedkope logementen vinden, boottochten op de rivier zelf maken op zoek naar exotische vissen en reptielen in het wild. Verscheidene steden zijn leuk en hebben een groot aanbod in alles : Makro’s, Lotus, Robinson’s en andere moderniteiten. Maar ook -als je er dan toch eens behoefte aan hebt- bars en ander vertier. Sakun Nakhon heeft een fantastisch China-Town, het tweede grootste na dat van Bangkok. Udon Thani, Kon Kean en Nong Kai liggen op maximaal anderhalf uur rijden. Vanuit Nong Kai maak je een snelle overtocht naar Vientane, hoofdstad van Laos. Ben je een beetje ondernemender : doorsta de bureaucratie en maak een uitstap doorheen het bergachtige en onbekende Laos voor een paar dagen. Hanoi ligt op driehondervijftig kilometer in vogelvlucht, dus Vietnam binnen handbereik. Zuid-westwaarts ben je op zowat vier uur in de bergen van Kao Yai en zijn natuurreservaten. Nog anderhalf uur later zit je in Bangkok.

 

En wordt de heimwee naar de stamkroeg toch te groot ben je op een dagje rijden van de Brass Monkey. Want zoiets vind je nergens, al die rare Hollanders, gekke Friezen, dolende Belgen, flegmatieke Britten en andere Angelsaksen. Zolang de Russen de bar maar niet gaan frequenteren zal de Inquisiteur, ondanks een beetje vreemdeling wordende, regelmatig terugkeren.    

De Inquisiteur