De Brass Monkey-ers

Expats gedragen zich hier eigenlijk nogal vreemd, hetzij door het klimaat, of het goedkope bier, of de mooie dames (en heren). Eerlijk gezegd, velen gedroegen zich al vreemd in hun thuisland. 

De meesten onder ons hebben hier een nieuwe partner gevonden en proberen daar een leven met op te bouwen – wat niet zo evident is in dit land met z’n eigenzinnige cultuur en zijn uitbundige natuur. Om van de erbarmelijke wegen, het chaotische verkeer en het overmate ontwikkelde gevoel van ‘gezichtsverlies’ maar te zwijgen. Daar bovenop is er een gevoel van rechtsonzekerheid – de politie is hier zwaar onderbetaald en probeert dat op allerlei manieren te compenseren. Huiseigenaren kunnen je eruit gooien wanneer ze maar willen tenzij je een verhoging van twintig tot dertig procent aanvaard. 

Dit alles wordt echter gemilderd door het goedkope leven – behalve in de horecasector waar ze het nodig vinden om westerse prijzen te hanteren. En het altijd mooie weer natuurlijk, hier klaagt men al wanneer er eens een enkel dagje zonder zon is.

 

Zo presteren enkelen onder ons om volledig westers te blijven leven. Geen Thai food voor hen, te pikant, te vreemde smaak. Niks uitstapjes naar de geboortestreek van hun nieuwe partner want daar is geen airco, geen brood, geen kaas. Frequenteren enkel in de farang-etablissementen, of het nu om te eten of om te zuipen is. Ontspannen zich enkel met hun eigenste televisiekanaal of op hun laptop en gaan hoogstens eens naar de bioscoop of de bowling. Willen geen tuin want te veel en te vreemde insecten – laat staan reptielen. Als ze dan eens in een avontuurlijke bui zijn brommeren ze richting strand. Maar dan wel in Pattaya of Yomtien, de ongerepte stranden die hier bij massa en kortbij gelegen zijn laten ze links liggen wegens geen strandstoelen en geen afgebakende zwemstrook.

Doch dit zijn dikwijls de klagers – Thailand noch de Thai zijn leuk en de meesten onder ons vragen zich af waarom ze niet terug naar land van herkomst gaan.

 

Vervolgens zijn er de ‘eeuwig met vakantie’ figuren. Die pakken alles mee. Zon, zee en strand. Maandelijks voor een paar dagen de hort op door dit schone land. Een vriendinnetje voor een nacht, een vriendinnetje voor een maand. Feesten, drinken en roken alsof ze eeuwig jong blijven. Verhuizen om de haverklap want ook een huurder kan hier de huisbaas het leven zuur maken. Wisselen van auto zoals een normaal iemand van broek verwisseld. Van de prijzen kennen ze niks, ze vinden alles goedkoop. Verwachten van Thai dat die op korte tijd hun moedertaal aanleren, of op zijn minstens toch vlot Engels kunnen praten. Zijn geprikkeld wanneer de verkeersborden of de menu’s enkel in Thais schrift opgesteld zijn.

Maar deze personen moeten op zijn minst een mooie erfenis ontvangen of de loterij gewonnen hebben.

 

Daar tegenover staan diegenen die zich volledig willen integreren. Inburgeren. Overschakelen van een westerse naar een oosterse mentaliteit. Gaan vlijtig naar school om Thais te leren spreken, lezen en schrijven. Mijden alle westerse winkels, restaurants en westerse ontspanning. Proberen zelfs op een rieten matje op de grond te slapen – zonder airco natuurlijk, hooguit geven ze toe aan de verlokking van een ventilator. Zitten met gekruiste benen urenlang te lijden want ze willen ook geen stoelen of zetels. Ze verhuizen graag naar het platteland en gaan boeren. Fruit kweken. Vissen houden, liefst van al <pla duk> want makkelijk te houden.  De dapperen onder hen openen een varkenskwekerij. Onderhouden netjes financieel hun nieuwe Thaise familie. Rijden zonder uitzondering met een pick-up truck, kan je makkelijk allerlei goederen mee vervoeren. Of de ganse familie in de bak achterin – ook leuk. Ze proberen de traditie van de ‘wai’ te cultiveren, ze weten exact hoe vaak, hoe diep hun buiging, de hoogte van hun gevouwen handen en de duur van de wai.

Enfin, dit alles denken ze toch te weten maar het zullen steeds ‘farang’ blijven.

 

En dan is er een speciaal ras, de Brass Monkeyers. Onbestemde karakters die een beetje van alles meepakken. 

Vreemde cultuur? Ach, aanpassen is de boodschap. Een wai wordt telkens weer anders uitgevoerd, op het verkeerde moment en tegen de verkeerde persoon. Gezichtsverlies? Da’s toch voor de twee partijen niet? Uitbundige natuur? Hopla, een tuin inrichten is de boodschap. En steken we de ogen uit van de Thaise familie, buren en vrienden want fruitbomen moeten wij niet en spenderen we in hun ogen een fortuin aan bomen en planten die je zo ergens in velden en wouden kan gaan uitgraven. 

Een partner, vriendin, vriend? Vinden we een nieuwe taal uit. Koeterwaals van gemengd Thais, Engels en in ons geval Nederlands.

Wij eten Thai food tot het toiletbezoek wat pijnlijk wordt – schakelen we voor een paar dagen over naar farangfood. 

Feesten doen we graag en vaak, maar toch lassen we -tot ergernis van onze stamkroegbaas- een dag of drie, vier per week rust in. 

Reizen, of naar de familie of naar vrienden, of naar afgelegen paradijsjes doen we ook graag maar met mate. En dat doen we prijsbewust, geen Thai die ons nog afzet.

Eens ergens in het platteland slapen we waar ze ons leggen. Zitten we met het ganse dorp met gekruiste benen op de grond ‘isaarn-food’ te eten uit de gemeenschappelijk pot, als het moet zelfs met de handen zonder dat we ons afvragen wat nonkel Frans een halfuurtje geleden tussen de buffels aan het uitspoken was. Maar dat doen we ook slechts voor een poosje wegens te inspannend. En overvallen we de eerste de beste Mc Donalds die we zien op de terugreis.

 

En zo hebben we heerlijke verhalen om aan de toog te vertellen bij een koel biertje. En dat is ook Thais alhoewel we in een comfortabele barstoel hangen met een ventilator op ons zwetende lijf gericht. Zeg nu zelf, stel dat we met z’n allen voor de toog op de grond zouden zitten? Moet Jack investeren, de toog verlagen.

De Inquisiteur

 

Laagseizoen

 

Einde april begint voor toeristisch Thailand het laagseizoen. Helemaal anders dan in meer noordelijke hemosferen natuurlijk, maar zowat alle ervaren expats houden ervan. In juli en augustus zien we nog een aantal bleke figuren verschijnen, maar dan, vanaf september wanneer de regens gedurende twee maanden onze contreien wat zwaarder gaan plagen, genieten we van ons wereldje tot begin december zonder de overvloed aan toeristen, avonturiers, vrouwengekken, zuipers en andere maffia-figuren. Nu ja, behalve diegenen die hier wonen natuurlijk. Weinig of geen idiote verhalen meer van mensen die overvallen werden, een ongeval kregen, financieel in de zak werden gezet. Want dat overkomt ons expats niet, enfin, de meesten toch niet.

 

De straten van Nongprue zijn terug de onze. Heerlijk brommeren tussen de eetstalletjes, trage taxi’s, onwetende chauffeurs en roekeloze motorrijders. Voor wandelaars moeten we niet opletten, dat doen alleen de toeristen in dit warm land. Zalig de bochten nemen rond het Maprachan-meer waar talloze zonnige terrasjes liggen. Allemaal helmloos natuurlijk, de politie weet ook dat er weinig te rapen valt, een expat is een minder makkelijke prooi dan een toerist – die troggel je niet zo maar een boete af. We hoeven niet uit te kijken naar getatoeëerde blekelingen op een gehuurde zware motorfiets die denken dat ze zo veel beter zijn dan de rest van Thailand. Geen gedoe met ongeduldige farangs die in een gehuurde auto doen alsof ze geen tijd hebben en denken dat de Europese verkeersregels hier ook gelden. Dat er wegens de sporadisch tropische hoosbuien wat meer putjes, ach, ik zal eerlijk zijn, diepe kuilen verschijnen in het wegdek is voor ons geen probleem – we weten waar ze liggen. Dus geen gezeur aan de toog over het rijgedrag van de Thai, nu is het lachen. Geen geklaag over de staat van het wegdek want we waarschuwen elkaar. Geen gedoe over de hebzucht van de politie – dat zijn nu onze vrienden geworden want die drinken ook graag een biertje.

 

Zelfs Sukhumvit Road is wat rustiger. De bussen rijden nog steeds heen en weer met kijklustigen uit Japan, Korea en China maar het andere verkeer is minder geworden. Dat geeft ons tijd om er overheen te meanderen terwijl we kijken naar de prijzen van goederen in de talloze shops die deze snelweg afbakenen. Want ook de prijzen zijn gedaald. En niet alleen de prijzen van die dingen die een toerist begeerd zoals kledij, Thaise prullaria en elektronica. Maar ook voedsel en drinken in de supermarkten daalden en zelfs de prijslijsten in de horeca zaken zijn verwisseld. De ‘farang-prijslijsten’, zo’n dertig tot vijftig procent hoger, komen in juli en augustus nog even tevoorschijn in de restaurants van Pattaya en andere toeristenvallen maar verdwijnen dan weer tot begin december. Dat maakt restaurant bezoekjes nu extra aantrekkelijk voor ons. Of gewoonweg doorheen dit mooie land trekken : de hotelprijzen zijn met minimum dertig procent gedaald en ze geven nu zelfs mooie upgrades gratis weg zodat we in kamers logeren die normaal gesproken niet in ons budget passen. Ook de benzineprijzen zijn gedaald en de boemeltreinen zijn niet meer overbevolkt door lawaaierige en druk fotograferende toeristen. Kortom, nu kunnen we ongestoord leven zoals we willen.

 

En zo gaan wij dingen doen die je in je vorige thuisland niet voor mogelijk hield. Cultuurbarbaren gaan nu wel naar de Boeddhistische tempels, weliswaar onder druk van hun diverse gades, Thaise familie of buren en vrienden, maar ze gaan. Laten zich zegenen naar een volgend leven.

Gaan we naar toeristische hotspots want je moet er niet aanschuiven, bovendien kunnen de meesten onder ons er aan Thaise prijs binnen wegens Thais rijbewijs – nu doen ze daar niet moeilijk over.

Zijn we bereid om naar het strand te gaan – omdat er altijd risico op een kleine bui is en dus reden tot afdruipen hebben.

Macho’s gaan nu wel winkelen – ook al onder druk van vrouwelijk schoon, maar ze gaan. De markten, shops en winkelcentra moeten hun omzet houden en de Thaise truc “weinig klanten dus prijzen omhoog” werkt bij ons niet, wij kennen immers de prijzen.

Diegenen onder ons die vrij ongezond leven gaan dat nu wel doen. Dat komt omdat we hier qua groenten en fruit nog seizoensgebonden leven : de eerste mango’s en bananen zijn verkrijgbaar, binnenkort komen er nog veel meer soorten als rambutan en andere op de markt. Groenten die we niet kennen kopen we wegens spotgoedkoop.

Ondergetekende, die net als onze stamkroeghouder Jack met een tandartsfobie van jewelste zit krijgen ze nu wel mee. Maar dat is omdat je dat hier met z’n vijven doet wat een boel lol veroorzaakt, bovendien ga je nadien stappen natuurlijk.

 

En de feestneuzen onder ons hebben de tijd van hun leven : de talloze cafe’s, bar’s en aanverwante hebben te weinig klanten. Dus direct parkeerplaats voor de deur, je hoeft je brommertje geen twee straten verder te plaatsen. Zelfs de enige auto-parkeerplaats van onze stamkroeg is nu regelmatig vrij. Je kan direct gaan poolen of darten – de tafel of bord staan of hangen er uitnodigend vrij bij. Je kiest zonder problemen de beste stoel uit aan de toog – in de airco want toch geen andere klanten aanwezig. De serveuses komen onmiddellijk je order opnemen en je hoeft er geen twintig minuten op te wachten. En ze zijn uitermate vriendelijk want nu geen argeloze toeristen die ze geld kunnen aftroggelen dus proberen ze dat met ons – ons succes bij hun is groter dan hun succes bij ons. De kroegen blijven wat langer open, de politie houdt nu ook vakantie en komt nauwelijks controleren of de sluitingstijd wordt gerespecteerd. En je hoeft ‘s nachts niet uitermate traag en voorzichtig huiswaarts te brommeren – enkel dronken expats onderweg.

 

Wegens te kort aan spelers komen de diverse poolcompetities aan hun einde en worden de kampioenen gevierd. Of krijg je een houten lepel, een Engelse traditie wanneer je als laatste eindigt maar daar ontsnappen we net aan – weer reden tot feest. Kunnen we in discussie gaan met de bareigenaars die onmiddellijk een nieuwe competitie willen opstarten terwijl wij klanten enkele weken ‘rust’ willen. En dus ontwikkelen de slimmere bareigenaars allerlei evenementen om ons toch in hun kroeg te lokken. Jack, onze stamvader, is daar een expert in. “Mix-double” – wat dat ook moge voorstellen, deelnemen doen we toch. Onderlinge duels wanneer ze meer dan 1 team hebben, en ja, Jack heeft er twee. Wie weet wat hij nog in petto heeft, ondergetekende hoorde hem praten met een Thaise manager over moddergevechten. Met een andere over coyotedansen. En er zou een happy-hour komen in onze bar. Twee drinken en eentje betalen van 16 tot 22u – zowat de ideale tijd voor expats als wij. 

 

Jep, laagseizoen is voor expats hoogseizoen !

De Inquisiteur

Nieuwe winden.

 

Ieder jaar, zo rond begin juni, draait de windrichting hier in Zuid-Oost Azië. De zuidoostenwind wordt een noordwester. En die brengt, komende vanuit India, de regen met zich mee. Een heerlijk verschijnsel want er is verkoeling door de monsoons. Het stof verdwijnt, de hitte gaat weg, de natuur ontplooit al zijn uitbundigheid want alle gewassen komen in bloei. En speciaal voor Thailand – het rijstseizoen begint.

Ja, een nieuwe wind is een heerlijk verschijnsel.

 

Of dit natuurfenomeen de inspiratie was achter de coup in het BVN-poolteam weet ik niet, maar de machtigen hebben hun slag geslagen. Captain David ligt eruit. De stoere Fries sneuvelde door een opeenhoping van vergissingen, tactische blunders en vele verlieswedstrijden. En een avondje stappen maar daar kan ik niet over uitweiden. Toveren ze Daan tevoorschijn. Imposante figuur, sport- en competitie ervaring – dat wel, maar twijfelachtige pooltalenten. Zodoende waait er ook in het poolteam een nieuwe wind, twee weken al, maar of deze wind ook een zaligende verbetering is weet ondergetekende nog niet.

 

Op drie juni kwam Daan vrij vroeg opdagen voor zijn eerste leiding, maar je zag aan zijn zenuwachtigheid dat het ook zijn eerste lijden kon worden. Anders dan onze Fries -die ons zachtjes van de eerste biertjes liet proeven- begint Daan zich te informeren over het moreel van de diverse spelers. Vervelend wanneer je aan je tweede Singha’tje hangt, je word zelfs een beetje overvallen door dat soort ongewone vragen. Maar de lepen onder ons, inclusief ondergetekende, hebben allang door dat Daan geen idee heeft van wiens naam op het bord te zetten. Dus antwoord iedereen vrolijk dat ze zich uitstekend en gemotiveerd voelen. En krijgen we een soort “captain David” opstelling, een tactische wirwar van namen zoals we gewend waren. En staan we meteen 1 – 3 achter. Daan’s zenuwachtigheid neemt toe en hij maakt de fout zijn stem te verheffen. Voor de niet-insiders : Daan haalt de dubbele meter en die lengte is evenredig aan zijn omvang. Ook de agressievelingen onder ons denken dan twee maal na om te antwoorden. Krijg je dus weer een “captain David”-effect : iedereen besteld razendsnel een paar extra biertjes.

 

Beginnen we aan de volgende vier games. En zie, plotseling krijgen we dat eigenaardig fenomeen dat het team regelmatig meemaakt : we komen, en vraag me niet op welke wijze, gelijk te staan. Vier – vier en het enthousiasme neemt toe alsmede het bierverbruik. Doch de nieuwe wind maakt een eigenaardige draai – Daan beslist om zichzelf op te stellen tijdens de cruciale laatste spelletjes. En begaat bovendien een dubbele doodzonde. Een niet Nederlandstalige speler op het bord. Bovendien nog een dame ook. Ondanks dat ze verdienstelijk, nu ja, zelfs op een hoger niveau dan wie ook haar game wint, verliest Daan zijn eerste wedstrijd. Thuis dan nog. Geen “We are the champions” op de draaitafel, geen Hollandse polonaise, geen roem. Enkel dorst want Daan heeft de ganse wedstrijd ons bierverbruik in de gaten gehouden – iets dat je niet doet met een stel ervaren veteranen als we zijn.

De avond eindigt in collectieve dronkenschap. En de volgende dag kunnen we een nickname verzinnen voor de nieuwe kapitein : Gorbatchov. Daan is gisteren bij het huiswaarts rijden helmloos stevig op zijn bek gegaan, op zijn voorhoofd staat een soort wereldkaart van bloedkorsten en blauwe plekken.

 

Maar iedereen moet krediet krijgen, bovendien heb ik als Inquisiteur het donkere vermoeden dat het management de hand boven Daan’s hoofd houdt. Vanwege zijn consumptiegedrag, hij heeft iedere avond steevast een van de hoogste rekeningen. Zodoende kwam gisterenavond iedereen netjes op tijd naar de stamkroeg, gereed voor de tweede wedstrijd onder de nieuwe wind. Komt Gorbatchov slechts enkele minuten voor de boete opdagen, hoe durft hij. Begint hij weer aan ieders hoofd te zeuren over motivatie en winnen. Maakt hij enkelen zo gek om geen bier te drinken tot de eerste game. Waagt hij het om de Inquisiteur te waarschuwen : ‘je bent waardeloos geworden de laatste weken’. Kortom, hij heeft geleerd van zijn eerste avond, zijn eigen zenuwachtigheid heeft hij overgezet naar de ganse spelersgroep. En Daan weet ook : we spelen op verplaatsing, minder toeschouwers dus kleinere afgang bij mogelijk verlies. 

 

Zijn eerste pech : de Chill Bar, onze tegenstrever, staat technologisch veel verder dan onze geliefde stamkroeg. Er hangt een camera boven de pooltafel dus kan iedereen alles uitstekend in de gaten houden op het grote scherm buiten aan de bar. Zijn opstelling is omgekeerd evenredig aan die van vorige week. En belangrijk : hij kan ons bierverbruik niet in de gaten houden, deze bar is tweedelig : een airco-koel zaaltje waar de pooltafel staat en een bloedhete zuiptoog buiten. Daan zet zich natuurlijk in een opzichtige positie binnen aan de pooltafel en zodoende verdwijnt iedereen snel naar de buitentoog. 

 

Toch lijkt het iets beter te gaan, na de eerste sessie van vier games staat het gelijk, 2- 2. En dan waait de nieuwe wind stevig door. Het kan zijn dat niemand zich nog iets aantrekt van Daan’s ‘motivatie-geroep’. Of is het omdat iedereen ongestoord zijn biertjes kan blijven bestellen. Of heeft hij toch bij enkelen een gevoelige snaar geraakt – zoals bij ondergetekende. Maar we komen voor. En eindelijk heeft Daan ofte Gorbatchov het door : voor de laatste reeks stelt hij de spelers in goede dagvorm op. Dus kan hijzelf niet meer aan de bak. Maar we winnen riant : 5 – 10. Gelukkig spelen we op verplaatsing want de Hollandse uitbundigheid is weer groot. Eens terug in de stamkroeg begint Gorbatchov iedereen te roemen voor het betere spel en vist hij naar complimentjes voor zichzelf – die hij niet krijgt want de ongelukkige heeft geen kans meer : binnen enkele weken is de competitie gedaan en net niet degraderen is het hoogst haalbare. Of dat voldoende is om aan te blijven weet niemand, ook het management maakt gekke sprongen in de nieuwe wind. 

De Inquisiteur