Stress

 

De spanning stijgt weer in onze stamkroeg. Oorzaak zijn enkele komende evenementen die aanleiding tot zenuwachtigheid geven zoals het maandelijks gemengd dubbel toernooi op de pooltafel en de verjaardag van onze kroegbaas. Nog verder in de toekomst liggen de nog te organiseren dingen als de beslissende wedstrijd tussen het Engelstalig en het Nederlandstalig poolteam, alhoewel deze laatsten de eilanders (aangevuld met enkele tegenvoeters) al tweemaal klopten. En moet er een beslissing genomen worden in het BVN-team van wat te organiseren met de poolpot.

 

Het gemengd dubbel is een zakelijk initiatief van onze kroegbaas, heeft eigenlijk weinig om het lijf behalve het feit dat er makkelijk geld te rapen valt. Zodoende waren voorgaande finales steeds tussen droge semi-profs, onze eigen spelers kijken meer naar het uiterlijk dan naar de poolkwaliteiten van hun partner voor de avond. En zijn ze halverwege al dermate dronken dat hun niveau -dat al niet op een al te hoog peil staat- helemaal tot nul gedaald is. Maar beetje bij beetje komen ook de ambities van de zuipers naar boven. Gaan ze stilaan toch eens rondkijken naar een goeie, meestal Thaise, partner. Bijkomende moeilijkheid in Thailand voor zulke ‘gemengde’ festiviteiten is het fenomeen katoey. Veel te mooie dames zodat zelfs de meest naïeve stamgast uiteindelijk opmerkt dat het oorspronkelijk een man was. Met nog voldoende testosteron om behoorlijk te poolen. Zo zie je op deze avonden mensen opdagen die je direct kan linken aan de betere poolteams. De sfeer blijft ontspannen tot de kwartfinales, vanaf dan zijn er goede scheidsrechters nodig. Tijdens de halve finale zie je al verbeten gelaatstrekken en schuine blikken naar de scheidsrechter. Tijdens de finale zijn er bemiddelaars nodig. En na afloop merk je telkens weer dat de mannelijke helft van het winnende koppel het gewonnen bedrag met een spijtige glimlach afgeeft aan de vrouwelijke helft. Alleen bij katoey weten we het nog niet.

 

Vervolgens krijgen we Jack’s verjaardag. Volgens zijn Facebookpagina wordt hij nu drieënzestig terwijl hij verleden jaar vijftig werd. Geen nood, het programma is enorm. “Free food”, “Live music” en hij zal nog wel eens aan de bel hangen ook dus onze kroeg zal stampvol zitten. En dat is niet leuk voor een stamgast. Je moet erg vroeg komen om een redelijke parkeerplaats voor auto of moto te vinden, bovendien zal je normale barkruk al snel ingenomen zijn door een vreemde luis die je niet kent. Vriendengroepen die altijd bij elkaar hangen kijken wanhopig rond waar hun soulmates zitten. Je moet veel te lang op je biertje wachten. De serveuses hebben geen tijd voor je. Krijg je ook te maken met de “ballonjagers” – mensen die hier overleven met een te klein budget en afkomen op het gratis eten. Zodat je, wanneer je dan toch aan het buffet bent geraakt, moet vaststellen dat de lekkerste hapjes al verdwenen zijn. Je wacht zo lang mogelijk om te gaan plassen, eens toch de nood zo hoog geworden kom je aan de deur en ben je nummer zeven in rij met alle ongemak erbij. Zodoende blijf je plakken tot het laatste en vermits je erg vroeg kwam ben je weeral dronken. Zulke evenementen brengen stress voor de stamgasten, zeker weten.

 

De spanning in de bar loopt ook op ondanks grote solidariteit tussen de twee maandagavond poolteams. Voor en na de wedstrijd is alles ok, maar wanneer we samen met de twee teams thuis spelen ontstaan er kleine meningsverschillen. Dat komt door het verschil in kwaliteit tussen de twee tafels, vraag dat maar eens aan Peter. De beste tafel is perfect en net die hebben de Engelsen voor zichzelf opgeëist. Op welke basis weten we nog steeds niet want ze zijn niet het beste team van de twee, integendeel zelfs. Twee onderlinge wedstrijden eindigden telkens op het scherp van de snee in het voordeel van ons geliefd BVN-team. Maar toen was het al te laat, Engelsen houden van traditie en nu beweren ze dat zij altijd al op de beste tafel hebben gespeeld. Maar dat is buiten de Hollanders gerekend. Het protest zwelt aan en Jack wordt onder druk gezet. Wil hij nogmaals een onderling duel organiseren. Maar stel dat de Engelsen dat winnen, dan is het nog steeds twee – een in ons voordeel. Doch Boeddha is met Jack. Volgens het programma spelen we deze lopende competitie niet meer samen thuis … . En volgend seizoen moeten de Engelsen maar eens op Peter’s zwaarste dilemma spelen. Vraag het hem maar eens.

 

Ook al “pool-gerelateerde” spanning is de pot van het BVN-team. Die groeit niet meer dermate snel aan als tijdens onze eerste tien competitieduels, doch beetje bij beetje komen we aan een respectabel bedrag. En dat laat de fantasie van velen boven komen. Walking Street in Pattaya is een vaak gehoorde suggestie. De meest notoire en duurste uitgangsbuurt van Sin-City. Indien we met z’n tienen zouden gaan kunnen we ieder twee biertjes drinken en voorbij is het evenement. Tenzij sommigen zich laten gaan en enkel de pot nog willen aandikken. Soi Boa Kao dan maar. Krijgen ze mijn veto, veel te veel Belgische en Hollandse cafe’s daar. Kroegentocht hier in Nongprue. Moeten we ongeveer tachtig procent van de deelnemers incognito laten gaan wegens gevaar op betrapping. Nogmaals een boottocht kan ook niet, de helft wordt zeeziek. Eilandbezoek? Koh Larn hebben we al gedaan en Koh Chang is te ver. Baan Chang ? Te onbekend voor de meesten en dan hebben we transport nodig. Zuipavond in de stamkroeg? Gunnen we Jack niet.

Dus blijft er enkel het voorstel van de penningmeester over, kiezen uit deze twee : 

Of we organiseren een tempeltocht. Cultuur ten beste, Nongprue en Pattaya samen hebben ongeveer tweehonderdtwintig tempels staan. Geeft mooie foto’s ook – voor de buitenwereld. 

Of we doneren aan een goed doel. Voor de verlaten hondjes en poesjes. Of olifanten, hebben ze hier ook.

De Inquisiteur

 

Thuisblijvers

 

Soms vraag ik me wel eens af wat stamgasten doen buiten de kroeg. Het is immers een algemeen feit dat iedereen een bepaald imago wenst te showen wanneer ze uit gaan. Maar wat als ze thuis zitten? Tuinieren? Afwassen? Poetsen? Auto onderhouden? Lui in de zetel voor Tv? Stomme computerspelletjes spelen? Slaap inhalen? Stille drinkers? Van sommigen kan ik me best voorstellen wat ze doen, maar weer is iedere gelijkenis van persoon of naam puur aan de fantasie van ondergetekende ontsproten en dragen wij derhalve geen enkele verantwoordelijkheid.

 

Gerard is een echte huismus. Gezellig loopt hij met zijn vriendje in (te) korte short rond, controleert de positie van de meubels, haalt nonchalant een stofdoek over alle subjecten, kijkt even na of er op de glazen geen vingerafdrukken staan alvorens ze in de pronkkast te zetten om vervolgens genietend in een luie zetel te gaan liggen en rond zich heen kijken. Nog steeds maakt hij ononderbroken opmerkingen zodat zijn vriendje weet wat er nog gedaan moet worden : koffie maken en opdienen, een koekje, en erbij komen zitten is de boodschap. Vervolgens legt hij uit welke potplant waar moet komen te staan. Of waar er sfeerverlichting moet komen. Of wat de nieuwe aankoop zal worden – hij maakt van zijn huis een echte thuis. Hij kookt zelfs graag, vreemde gerechten als je hem hoort praten aan de toog, maar toch. 

Ja, Gerard heeft er geen probleem mee om thuis te zitten.

 

Daan is wat anders. Die wordt vroeg wakker want hij wil computeren en Tv kijken. Blijft hij vervolgens lui en veel te lang in de stoel hangen tot hij beseft dat het stilaan warmer en warmer wordt. En vliegt hij zijn grote tuin in om de natuur een handje te gaan helpen. Dat hij geen enkele kennis heeft van tropisch groen maakt hem niet uit, snoeien zal hij. En water geven, of er nu regen wordt verwacht of niet. En de opmerkingen van zijn vriendin negeren – wat kent een vrouw nu van bomen, planten en gras? Zelfs al is die hier geboren en hij in een totaal ander klimaat groot geworden. Hoe later op de middag, hoe rustelozer Daan wordt. Dorstig ook. Maar omdat hij een gezelligheidsmens is kan hij niet tegen eenzaam drinken. Dus vind je Daan steevast in onze stamkroeg – bij valavond. 

Om terug huiswaarts te trekken rond negenen – dan is zelfs zijn lever niet meer in staat die enorme hoeveelheid bier te verwerken.

 

Fred is een geval apart. Slaap heeft hij nauwelijks nodig want koopjes vind je altijd. Dus heeft hij zijn villa in de vroege ochtend al verlaten op zoek naar spullen. En iedere dag heeft hij buit. Of het bruikbaar is, is even wat anders. Zijn stulpje staat vol met goedkope ventilators. Tuinstoelen. Nachtlampen. Kleinmeubels. Overbodige diepvriezers waar kilo’s eten in ligt. Telefoontjes. CD-spelers. Computerschermen. Reserve wielen voor zowat alle bestaande automerken. Tweedehands sokken. Daarom is Fred niet vaak thuis : je kan er nauwelijks bewegen. Af en toe geraakt hij wat kwijt aan een argeloze toerist of aan Jack, onze kroegbaas. En met de winst gaat hij op stap. Naar de Brass Monkey en andere louche gelegenheden. 

Fred kan overal wonen, een huis is voor hem een magazijn.

 

David is een Fries. En dan weet je genoeg. Hij kan wekenlang theedrinkend thuis zitten en je ziet hem enkel tijdens de poolavonden. Waarschijnlijk is zijn geest ingesteld op een strenge winter – in Friesland kan je dan toch nauwelijks buiten komen. En zit hij binnen voor het raam : terwijl er in werkelijkheid in de blakende zon palmbomen, bananenbomen en kokosbomen staan ziet hij echter een koud en kaal winterlandschap. Wekenlang zegt hij nauwelijks wat, staat vroeg op en gaat met de kippen op stok. Doet noodzakelijke karweitjes en vraagt zich af waarom hij zo zweet. Zet gevatte opmerkingen op de talloze fora die hij frequenteert op de computer – op Facebook is hij dan op zijn best. Deze weken worden afgewisseld met rusteloze dagen en dan is het hek van de dam. David blijft tot de middag in bed en gaat vervolgens urenlang op stap. Kroeg na kroeg met een voorkeur voor de Brass Monkey bar. Zijn thee is vervangen door ‘Beer Chang’, zowat het zwaarste in Thailand. Zijn pool-lef staat nu op zijn hoogste alhoewel er nauwelijks verbetering in zijn spel is. Maar klaverjassen doet-ie dan als de beste. Door het Chang bier krijgt hij black-outs en weet hij niet meer wat er de dag voordien gebeurde. 

Om vervolgens terug in zijn mentale winter te vervallen, een brave man die de dagen neemt zoals ze komen en zit hij lekker thuis. Achter het raam.

 

Aad en Do zijn geen thuiszitters. Stevige vrijgezellen, nu ja, de helft van de dag. Dus moeten ze uit eten want zelf wat koken is uit den boze – afwas nietwaar. Maar hun nachtleven maakt dat ze nooit voor twaalf uur ‘s middags uit bed komen dus ontbijt wordt overgeslagen. Een stevige lunch is de boodschap, adresjes genoeg in de buurt van Nongprue. Gaan ze een middagdutje maken – zelf noemen ze het een schoonheidsslaapje maar dat geeft al jarenlang geen enkel resultaat. Pas rond vijven komt hun tijd, steevast duiken ze op in onze stamkroeg, poten zichzelf stevig in een grote barstoel en beginnen te filosoferen. Of de serveuses te ergeren. Of spieden rond naar mogelijk gezelschap voor later op de avond. Na ongeveer vijf liter bier komt de honger maar onze stamkroeg voldoet aan hun eisen. Rond tienen verdwijnen ze doch niet huiswaarts. Tot op heden is het een groot geheim waar ze telkens naartoe gaan. 

Maar huismussen zijn deze twee niet, zeker weten.

 

Nico echter zit wel graag thuis. Niet dat hij veel uitspookt, huishoudelijk werk is niet aan hem besteedt. En tuinwerk helemaal niet, veel te zwaar. En de grootste reden van zijn thuis zitten is dat wanneer hij uit wil gaan hij een chauffeur nodig heeft. Het verkeer is hem veel te chaotisch hier in Thailand. Nico weet zich bezig te houden op intellectuele wijze. Lezen en nadenken. De wereld verbeteren – alhoewel, eigenlijk is het roddeltjes verzamelen. Want als hij dan toch even een biertje gaat drinken kan hij kwebbelen als de beste omdat hij veel denkt te weten. Eigenlijk hoort Nico niet in een bar. Hij is meer een man om in een soort herenclub te zitten. 

Gelukkig bestaan die hier niet.

 

Jan is een langslaper, hij weet niet wat er ‘s ochtends in en rond zijn huis gebeurt. Pas vroege namiddag steekt hij de neus aan het Thaise venster, klagend dat het te warm is. Om vervolgens achter zijn bureau te verdwijnen zodat hij papierwerk kan doen. Onderhoud, poetsen, karweitjes? Neen, Jan is de man van het papier. Ideaal voor verenigingen die dankbaar gebruik maken van zijn bureaucratische ingesteldheid. Maar Jan kent als geen ander de nieuwste roddels uit de buurt en dat maakt hem tot geliefd stamgast in de Brass Monkey. Nu ja, Jan komt telkens pas tegen sluitingstijd – iets waar niemand tot nu toe een reden voor kan vinden. Doch hij weet ook als geen ander welke kroegen hier laat open blijven, daarom is Jan ook graag gezien bij Anja. 

Alleen op poolavonden komt Jan vroeger, maar dat is zijn culinaire ingesteldheid die boven komt.

 

Leen. Wel, die gedraagt zich als een echte maffiabaas. Je kent ze wel uit de film : brave huisvaders tot ze op stap gaan. Hij geniet als geen ander van zijn stulpje, de aanwezigheid van zijn vriendin, het ideale klimaat, het goedkope leven. Het bestuur van zijn huishouden laat hij volledig over aan vrouwvolk, het maakt hem niets uit wat er in de koelkast zit, hoe de meubels staan, hoe de tuin eruit ziet. Als hij er maar ongestoord in mag zitten, hangen of liggen. En op tijd zijn natje en droogje krijgt. Een idealere man is er niet.

Tot hij buiten komt. Ofwel op zijn off-road bike, of op zijn brommertje. Pinhelm op de kop, zonnebril erbij, T-shirt zonder mouwen en half geschoren duikt hij de kroeg in. Dwingt door zijn persoonlijkheid respect af – soms wel eens wat bovenmatig. Pas na zijn tiende biertje (let op, altijd 33cc’ers) komt zijn ware aard boven. Zacht. Lief. Grappig. 

Zoals hij thuis is maar je moet hem eerst leren kennen.

 

Peter, de Belg, heeft pas een huisje gehuurd. Na jarenlang wegkwijnen op een kamertje. Doch vreemd genoeg heeft hij zichzelf ook een auto aangeschaft – wil dat nu zeggen dat hij veel op pad zal gaan en zijn nieuwe woonst gaat verwaarlozen? Bwah, daar is geen gevaar voor denkt men in welingelichte middens. Benzine is hier duur aan het worden dus het autootje zal meer gebruikt worden om goedkope spullen te gaan aanhalen in Lotus of Makro, en nog waarschijnlijker ergens in het binnenland op een markt. Om vervolgens te gaan genieten in zijn huisje – van het goedkope leven. Elektriciteit aan nettarief. Water aan onwaarschijnlijke lage prijs. Om de zes maanden een fles gas van driehonderdvijftig baht. Peter moet je Thailand niet leren kennen, hij weet dat thuis zitten talloze voordelen zal hebben. Maar toch zal hij zijn stamkroeg niet vergeten : gratis internet. En gratis eten op de diverse poolavonden. 

La dolce vita personale.

 

Of er bij onze kroegbaas sprake kan zijn van een soort thuisleven is maar de vraag. Voor hem is de bar zijn thuis. Eten, drinken, kranten lezen, computeren, Tv zien. Ontspant er zich want speelt graag pool en darts, weet graag alle nieuwtjes over wat of wie dan ook. Alleen seks heeft hij er niet – enfin, we denken van niet. Als de beste huisvader controleert hij de toiletten, gaat met zijn vinger over de meubels om stofresten te ontdekken, zet aanhoudend spulletjes net iets anders dan ze stonden, gaat met het licht zitten prutsen om sfeer te creëren, kortom, speelt de ideale gastheer. Zijn kamertje is enkel om te slapen.

Maar hij is wel de enige slimmerd onder ons die geld verdient om huisvader te spelen.

 

De enige die hier een normaal huisleven aanhoud is ondergetekende. Enkel op maandag in de stamkroeg wegens poolverplichtingen, heel af en toe in het weekend even de roddels ophalen en gedaan. Thuis genieten in een zalig zonnig klimaat. Van de tuin met z’n sala en vijver. Een aangenaam terrasje aan het huis waar het heerlijk ontbijten is. Het onderhouden van een leuk aquarium, af en toe wat verpozen voor Tv, zalig boeken lezen in een knusse slaapkamer. Mezelf bezig houden met tuinieren en ik heb wel kennis van zaken. Af en toe een karweitje aan het huis. Normale tarieven betalen voor elektriciteit en water wegens huisje op ‘company’-naam. Niet echt een huismus want regelmatig op uitstap in dit prachtige land. Geen zuipexcessen of maffia-gedrag. Geen shopping-drang naar mobiele telefoontjes en andere technologische rommel.

En wie dit allemaal gelooft mag een biertje op mijn kosten. In mijn stamkroeg. Doch enkel tijdens “happy-hour”.

De Inquisiteur.

 

Afwezigheid

Van tijd tot tijd valt het voor dat je door omstandigheden minder vaak dan gewenst in je stamkroeg frequenteert. Zeker voor expats die af en toe eens vrienden of familie op bezoek krijgen en derhalve verantwoordelijkheid dragen voor deze mensen, die wil je met plezier je nieuwe vaderland laten zien. Maar voor diegenen die hier al afzienbare tijd leven is dat wel een verrassing, je hebt langzaam maar zeker een soort Thaise mentaliteit aangekweekt die je zelf niet opmerkte maar des te opvallender is voor die vriend die je jarenlang niet meer zag, tenzij op de moderne media zoals op smoelenboek, skype en andere onzin.

Enkelen weten van je stamkroeg maar de meesten niet. En hebben ze dus geen genade : ze willen cultuur, natuur, shoppen en eten doch geen zuippartijen aangevuld met lokale roddel. En willen ze geen aframmeling op de pooltafel, alhoewel, dit laatste onder voorbehoud.

 

Als goede stamgast ga je natuurlijk de diensten van je kroeg aanbevelen, doch in mijn geval kon dat enkel aangaande mobiliteit, een bromfiets dus. Maar na enkele dagen mocht ik al uitpakken met een voordeel : de prijs. Een andere, meer reguliere vakantiegast betaalde elders vijftig procent meer, leuk is dat, vrienden tevreden en in vol vertrouwen aangaande mijn aanbevelingen. De aanwezige dames kon of beter gezegd mocht ik niet promoten wegens een vergezellende vriendin. Zuippartijen zaten er ook niet in, onze gasten wilden ‘reizen’. Kon ik het bezoek transformeren naar een van de ergste vormen van westers vermaak : toerisme. Een westerling op reis is een zenuwachtig dier dat wil bewegen. Dat alles wil zien ongeacht de afstanden en vooral reisduur hier in Thailand. En geen tijd heeft om urenlang bewegingsloos gezellig te pintelieren – in expatjargon heet dat de hitte bestrijden maar dat maakt hen niets uit ondanks de zevenendertig graden.

 

Dus na een enkel en kort bezoekje was het rondhossen op het motorfietsje teneinde hun jetlag te bestrijden. In en rond ons geliefd Nongprue is meer dan voldoende te bekijken, je kan een gemiddelde gast hier zowat een dag of tien bezig houden. En in mijn optimistische gedachten zaten daar enkele afzakkers in de Brass Monkey bij. Doch dat is wishful thinking – na een dag of drie kon ik de hort op richting Bangkok. Singhaloos en wel bleef ik vrolijk, paste me aan bij hun ongelooflijk snelle motoriek en was ik bereid om mijn toeristisch ongekende pareltjes -die elke zichzelf respecterende expat wel heeft en weet- te showen. Doch de socialisten staken daar een stokje voor.

 

Voor ons is het iedere dag zondag, of een feestdag. Dus wie kijkt er nu naar de datum? En zo trok ik met de vrienden China Town binnen op 1 mei. De doodse kalmte, zeer uitzonderlijk voor Bangkok, was me de avond ervoor al opgevallen maar verder denken doe ik hier niet meer. Maar algauw bleek dat meer dan driekwart van de shops en werkplaatsen gesloten waren. Geen berenklauwen, tijgerpenissen, olifantentanden, gemalen hoorn van neushoorns en andere Chinese specialiteiten te zien. De Bankokezen genoten van een lang weekend en zijn met z’n allen naar Pattaya getrokken. Daar ging mijn pareltje. De vrienden dan maar naar de toeristische hotspots gestuurd, ondergetekende en gade lieten zich elders verwennen met massage, een etentje en een zalig terrasje.

En liet ik me overtuigen om zelf mee te trekken naar zo’n toeristisch geval : de Bayoke Tower. Diner op het eenentachtigste verdiep op een openlucht privé-terras. Wanneer ik de tickets betaal schrik ik me rot : duizend tweehonderdvijftig baht per persoon, ik ben ervan overtuigd dat ze me afzetten. Om dan in een van die Thaise verrassingen te vallen die het leven zo vaak zo aangenaam maken hier. Fantastische zonsondergang boven de stad, een van de beste diners sinds jaren en een uitermate gezellig en sfeervol verlicht terras maken de avond kompleet. Ole. Wanneer we dan ook nog overheerlijke mojito’s ontdekken aan de hotellobby van het Shangai Mansion Hotel aan Yaowarat Road vergeet ik mijn stamkroeg-heimwee helemaal, lekker bezopen gaan we slapen.

 

Na enkele dagen in de Thaise metropool trekken we weer huiswaarts, ik in de hoop dat de toeristische druk wat weg zal zijn bij onze gasten. O oo ooo. Nogmaals, ons levensritme is een pak lager dan het hunne. Olifantentochten, shoppen, kostuum op maat laten maken, dineren, … het kan niet op. Gelukkig kan ik hier vaak aan ontsnappen want ze zijn mobiel – het gehuurde brommerke nietwaar. Maar het ontbreekt me aan fut om Brass Monkey-waarts te trekken, ik heb recuperatie nodig. En moet wat verplichtingen nakomen zoals tuin onderhouden en alle potplanten bewateren, een bankbezoek, even bij m’n advocate wat regelen en aquarium- en vijver onderhoud. Dat niet bezoeken van de stamkroeg houdt ook financiële consequenties in : boetes betalen wegens niet poolen. Dat achtervolgt me zelfs via smoelenboek.

 

Vervolgens moet ik me weer in westerse versnelling zetten, we trekken naar de omgeving van Saraburi en Korat : Kao Yai, daar is een enorm natuurreservaat en de omgeving wordt hier het Zwitserland van Thailand genoemd – wat me erg argwanend maakt. Maar zie, ongelooflijk mooie en bergachtige streek. En een fantastisch resort gevonden waar we wegens low-season gratis een upgrade krijgen naar kamers die ik anders niet wil betalen. Het zwembad werkt aanstekelijk maar maakt me snel moe, het autorijden in de bergen mat me af maar het reservaat is mooi. En echt Thais : ‘hier komen de wilde olifanten eten en drinken’, er staat zelfs een soort boshut op palen. Maar geen olifant te zien. Gelukkig ontdekken onze gasten enkele in het woud levende apen – die ons net zo aangapen als wij hen. En zien ze zo’n dodelijke duizendpoot – ik blijf liever uit de buurt. Lopen er enkele herten rond – die zie je zelfs in België nog. Maar de flora in het woud en op de bergen is prachtig. En de insecten bovennatuurlijk groot. En de laat-avond Singha’s die we verorberen op de sala voor de kamers laten me weer m’n ‘stamkroegheimwee’ vergeten.

 

Breng ik na een drietal dagen iedereen weer veilig terug doch ik mag slechts een enkele nacht in eigen bed slapen. Op naar Koh Samet, de auto laten we achter in Ban Phe en de boot op. Het resort is het duurste dat we samen met onze vrienden boekten en de verwachtingen zijn hoog gespannen. En dat is in Thailand wel eens nefast. De prijs-kwaliteit verhouding is volledig zoek alhoewel het gezellig is. Ach, geen nood : zon, zee en strand. Maar de volgende dag stuur ik vriend en vriendin wel de motorfiets op, ze moeten hun drang om ‘dingen te zien’ gaan vervullen. Ik weet uit eigen ervaring dat dit erg zwaar is, de zeldzame wegen zijn een soort Afrikaanse savanne vlak na het regenseizoen en daar bovenop erg heuvelachtig. Kan ik ondertussen mijn afgematte lichaam nog eens laten masseren, wat ronddrijven in het zwembad en gezonde ijskoude vruchtensappen drinken. De volgende dag verlaten we het eiland met gemengde gevoelens : mooie stranden, schone zee, veel groen maar eens uit de centra erg veel zwerfvuil en de diverse afvoeren en riolen hebben een geurtje dat mij slechts een beetje opvalt maar onze westerlingen danig stoort. Waarop ik een discussie krijg want ik wil niet dat de overheid hier zwaar gaat investeren in reinigen, ophalen en verwerken van het afval – dan gaan ze belastingen heffen en komen we in Belgisch/Nederlandse toestanden.

 

Wat voor een werkende westerling een normaal ritme blijkt zijn is voor ondergetekende te zwaar. Afgemat en wel spelen m’n zwakke nieren weer eens op en ik moet de volgende dagen verstek laten gaan, gelukkig is mijn gade ook ‘auto-bekwaam’ genoeg om onze vrienden nog een beetje op sleeptouw te nemen. Thuis geraak ik snel terug in Thaise modem, de medicijnen doen hun werk en mijn stamkroeg-heimwee begint terug op te spelen. Zijn Leen en Daan weer lekker dronken geweest? Heeft Fredje nog geen koopjes gevonden? Hoe kunnen we Bob klooien nu die voor enkele weken moet gaan werken? Hoe vaak heeft David verloren op de poolavonden? Is Gerard al terug? Hoe gaat het met Neville? En de Peter’s? Is er nog iets oranjeachtig bijgekomen in de bar? Mogelijk nieuwe serveuses?

 

De laatste vakantiedag gaan de vrienden even mee met mijn echtgenote om gewone, dagdagelijkse inkopen te doen. En is mijn geheime spelletje verraden : zeventien dagen lang heb ik hem wijsgemaakt dat hij hier geen broodjes, kaas, hesp, salami, choco en andere westerse lekkernijen kan kopen. Kon ik hem lekker laten zweten bij het pikante Thai food. Hem laten griezelen bij de <mu ka thaa>. Hem laten huiveren wanneer buurvrouw Kip Isaan-food aanbood. Was hij veroordeelt tot een ontbijt met toast en aardbeien jam. Kon ik lachen met zijn verontwaardiging wanneer hij mij een overdreven hoeveelheid westers beleg en broodjes laat zien. 

En raken we toch nog eenmaal in de Brass Monkey : die laatste avond leveren we de bromfiets terug in, kunnen we heimelijk snel een Singha of zes drinken alvorens onze gades ons aanmanen om te gaan dineren zoals beloofd. Anders hadden we geëindigd zoals iedere stamgast hier vaak doet : stomdronken een gehaktbal verorberen. Of een curryworst. Of een braadworst.

 

Als altijd heb ik na het vertrek van wie dan ook een beetje weemoed, het is erg stilletjes thuis. Maar daar heb je een stamkroeg voor, ik ben benieuwd tot hoe laat ik deze namiddag kan thuisblijven … .