Hollanders

 

Het leven is terug normaal in het land van de glimlach. En zo ook in onze stamkroeg. Het vreemde gedrag dat enkelen vertonen heeft niks te maken met de zes dagen lang durende vieringen van vorige week, het zijn hun genen die hun parten spelen. En geloof me, alhoewel ik geen nationalist ben heb ik een zwaar vermoeden dat de verschillen afhankelijk zijn van de streek van afkomst. In eigen land word ik al scheef bekeken door tachtig procent van mijn medelandgenoten omdat ik afkomstig ben uit Antwerpen – wij zijn er namelijk van overtuigd dat de rest van België parkeerplaats is. Maar hier krijg je te maken met een mix van nationaliteiten dat het iets ongelooflijks wordt.

 

Het merendeel van de stamgasten in de Brass Monkey zijn Hollanders. En dan begint het al, want krijg je te horen dat dit fout is. Nederlanders moet het zijn. Hollanders komen namelijk ergens vanuit midden-Nederland. Maar toch dragen ze met z’n allen liefdevol een oranje-shirt, houden ze van de oranje gekleurde muren, de oranje kussens in de zetels, de oranje vlaggetjes boven de pooltafels, potplanten met uitsluitend oranje bloemen, het oranje toiletpapier – foutje, dat is hier tot spijt van chef Jack niet verkrijgbaar want anders hadden we prijs gehad. Enkel het koningslied verdeelt ze momenteel een beetje : Leen en Daan houden ervan, Fred is boos omdat hij geen exclusiviteit kreeg voor Thailand, Jack is in de wolken want kan hij weer een feestje organiseren en de rest van de Hollanders – excuseer, Nederlanders, zijn republikeinen in hart en nieren.

 

Maar hun verschillen zitten dieper. Amsterdammers zijn nog grotere karakters dan Antwerpenaars, spuien kritiek en andere commentaren zonder scrupules in het rond en denken dat ze iedere sport of handigheid beter onder de knie hebben dan wie ook. In Holland, excuseer, Nederland, hebben ze ook een Brabant en een Limburg. Iedere Vlaamse lezer weet wat dat betekent : de Limburgers zingen in plaats van te praten en de Brabanders denken dat ze de gezelligheid hebben uitgevonden. Lopen er nog een paar rond afkomstig uit streken die de gemiddelde wereldburger niks zegt : Flevoland, Utrecht, de Veluwe, Groningen, Zeeland en nog van dat.

En is er ook nog een Fries. Kan je met niets vergelijken, een ras apart. Koppig maar naïef. Niet echt intelligent maar erg leep. Het kan natuurlijk ook zijn dat ik nu al te zeer veralgemeen, er loopt hier maar een enkel stuk van dit ras rond … .

 

Al die karakters maken dat sommige activiteiten nogal chaotisch verlopen. Vooral vanwege de Hollandse (Nederlandse) commentaren en ik moet zeggen dat ze elkaar niet sparen. Gelukkig ga ik nooit naar hun “klaverjassen-namiddagen”, wie weet wat daar gebeurt. Of naar de darts-competitie : volgens mij levensgevaarlijk met die pijltjes. Neen, je zit gewoon aan de toog, genietend van een koel biertje, gezellig lullen over voetbal en vrouwen want we zijn hier een exclusief mannengezelschap natuurlijk. Tot er een andere stamgast arriveert. Als Belg heb je dan de gewoonte om goedendag te zeggen, te vragen hoe het gaat en ander vriendelijk commentaar. Nederlanders niet. 

Dan hoor je : “Hey, hallo, ben je hier alweer?”. ” Ga je nog niet weg?”. Of : “Ga je vandaag weer zeuren?”. Heb ik al snel de neiging om een grote glazen asbak vast te nemen in geval van ruzie. Nederlanders niet, die lachen met dat soort commentaar.

 

Maar het ergste gaat het eraan toe tijdens de poolavonden. In eerste instantie denk je als buitenlander het Mekka gevonden te hebben : hier heerst ploeggeest. Want een oranjeshirt is verplicht. Verplicht een halfuur voor de wedstrijd aanwezig zijn. Gezamenlijk vertrekken wanneer we uit spelen. Boetes voor afwezigheid, boetes wegens te laat komen. Professioneel zijn ze ook : boetes als stimulans om geconcentreerd te spelen, iedere verliespartij kost je geld. Vuistjes geven aan elkaar in geval van winst, en indien de wedstrijd in ons voordeel eindigt staat een halfuur later de stamkroeg op z’n kop. Het lijkt wel op het Nederlands voetbalelftal en dus denk je goed te zitten. Tot de wedstrijd aanvangt.

 

Wanneer de eerste speler zich aan de tafel gereed zet kan je een smalende glimlach zien verschijnen op vele monden. Want hopen ze dat hij gaat verliezen : zijn ze gedekt mochten ze zelf de mist ingaan en is er weer wat meer cash in de boetepot. Tijdens het spel hoor je genadeloze kritiek zodat de speler van dienst te zenuwachtig wordt of zelfs depressief. Maakt ze niet uit, vinden ze ‘al te gek’. Lachen ze zich te pletter wanneer een teamgenoot een stomme stoot op tafel gooit. Kraken ze iedere speler vlak na een verloren game, soms gaan ze zover dat ze juichen voor de tegenstrever. En zelf blijven ze een vat vol zelfvertrouwen wanneer ze drie games op een rij verliezen. Dat wordt onder de noemer pech geplaatst. Voor een zachtaardige Vlaming is dit een hel – wanneer je niet uit Antwerpen afkomstig bent. Peter, de tweede Vlaming in het team, is al zover dat hij zichzelf regelmatig laat versassen naar het Engels team … .

 

Je zou voor minder, maar toch, eens wat gewent aan al dat Hollands lef, is het op zijn Belgisch gezegd plezant. Want kan je zelf iedereen genadeloos kraken. Hoef je niet bang te zijn voor een afgang, dat ondergaan ze zowat iedere avond zelf. Kan je lekker blijven bier drinken ondanks dat je accuraatheid snel achteruit gaat tijdens het spel. En vooral, ze zijn ontzettend snel tevreden. Twee gewonnen wedstrijden op een totaal van twaalf en het lijkt wel alsof we kampioen gaan worden. 

Bovendien trakteert Jack ons altijd op een biertje na de wedstrijd, hoe slecht we ook speelden. Serveert hij af en toe een gratis bitterbal. Neemt hij ons mee naar een eiland. Creëerde hij de beste stamkroeg die je je kan voorstellen – in gans Thailand. 

Hollanders. Als Inquisiteur kan ik er wel mee om.

 

De Inquisiteur

Songkran

 

Er hangt wat in de lucht in onze stamkroeg. De meeste stamgasten worden zenuwachtig en lopen op de tippen van hun tenen. Meningen zijn verdeeld, positieve en negatieve kritieken maken dat er momenteel twee kampen zijn. Het gaat hier enkel over de farangs, de Thai hebben helemaal geen probleem. De oorzaak ? Songkran, het Thaise nieuwjaar.

 

Of je houdt ervan, of je haat het, er is geen middenweg. Oorspronkelijk was het een mooie ceremonie uit de Thaise geschiedenis : deze periode is het warme, zeg maar hete, seizoen. Rond het Thaise nieuwjaar – en de datum verschilt want afhankelijk van de stand van de zon, begeven de meesten zich naar de familie en door eeuwenlange grote binnenlandse migratie zijn de verplaatsingen lang en zwaar, destijds was dat te voet, met paard en kar, op de rug van een olifant of op de ossekar. Oververhitte reizigers werden dan onderweg begroet door de dorpelingen met een aangename verfrissing, zijnde een bol water met daarin welriekende bloemen die langzaam over de schouders en hoofd werd gekapt. Op het hoogtepunt van de vieringen worden ook de ouderlingen geëerd middels de zelfde behandeling. 

Maar in de loop der jaren wijzigde een en ander. Iedere zichzelf respecterende streek of stad begon zijn eigen data vast te leggen, kwestie van de massa wat onder controle te houden. En zo duurt Songkran, afhankelijk van waar je je bevind, van drie dagen tot een volle week zoals hier in Pattaya. En natuurlijk, Thai zijn ook maar mensen en daar bovenop duchtige feestvierders, begon het zachtjes uitgieten van een bol water uit te deinen naar het gooien, kappen, spuiten of op welke manier dan ook van massa’s water en werden de verfrissende bloemen vervangen door poeder (Thai gebruiken nauwelijks deodorant, ze gebruiken een wit poeder dat verkrijgbaar is in verschillende vormen gaande van een vettige millimeter dikke witte brij tot een chemisch product dat een tijdelijke frisheid veroorzaakt). Bij de komst van leidingwater kon men ook nog eens de tuinslang gaan gebruiken, en in deze moderne tijden gebruiken sommigen tankwagens met een enorme druk. En nu zijn de straten ook nog eens vergeven van pick-up trucks waar achterin de bak vaten met water staan, goede ammunitie voor de bijbehorende personen die al rijdend alles onder vuur, of beter gezegd, water nemen.

 

En sinds een jaar of vijftien kreeg het toerisme vat op de vieringen, zeker hier in Pattaya. Slinkse farangs verbouwden hun thuisbar tot een soort fort : watervaten, tuinslangen en op maat gemaakte spuitstukken onder zware druk. Bovendien kappen ze grote ijsblokken in de vaten met water – ijskoud is dat. Alles en iedereen die passeert krijgt vervolgens de volle lading. Maar de overheid is nog steeds tolerant en grijpt slechts met mondjesmaat in, je mag die dagen tussen zonsopgang en zonsondergang iedereen nat spuiten zonder gevolgen. En dat geeft hilarische taferelen voor diegenen die ervan houden, en zware ergernis bij diegenen die het haten.

 

Het pro-kamp, waaronder ondergetekende, is al een week of twee in volle voorbereiding. Waarheen op welke data? Want in Pattaya kan je aan de slag vanaf de dertiende tot en met de zeventiende, gevolgd door een eerste hoogdag op Naklua op de achttiende, en de grote dag in Pattaya is de negentiende. Hardliners kunnen op de twintigste ook nog eens terecht in Ban Saree. Hoe ons bewapenen? De winkels, markten en magazijnen liggen al wekenlang vol met ondenkbare soorten waterpistolen van klein tot groot.

Belangrijker nog : hoe ons verplaatsen? Met de bromfiets is het het makkelijkst maar ook het gevaarlijkst, niet alleen ben je al kletsnat vijf minuten na vertrek, maar het drukke en onbezonnen verkeer, het vele water dat in je gezicht word gekapt, de gladde wegen wegens de mix van water en vettigheid van het poeder. Gedurende de week van Songkran vallen er rond de driehonderd verkeersdoden … . Met de auto is het iets veiliger maar je komt nauwelijks vooruit, op de hoogdag van de negentiende staat alles vanaf twaalf uur ‘s middags zowat compleet stil. En je vind nergens parkeerplaats.

 

De contra’s halen al direct dat gevaarlijke verkeer boven. Nu ja, leven is toch risico nemen? Moet nu echt alles veilig worden door regulering en boetes? Vervolgens hebben ze er een hekel aan om nat te worden. Wablief? Na vijf minuten ben je al terug droog in deze hitte. Ze haten het ijswater en het poeder. Ach, moederskindjes. Ze willen in staat zijn om te gaan dineren in vol ornaat – lange broek, gekleed hemd, das en andere onzin. Pfff, dat doen ze nu nooit behalve tijdens Songkran … . Gedroomde slachtoffers zijn het. Heb je nog diegenen die moeten werken – hun argument telt niet want alle hoogdagen zijn ook officiële vakantiedagen. Trouwens, niemand is verplicht om die dagen buiten te komen, koop je koelkast vol en blijf een weekje thuis, is dat nu zo moeilijk?

 

Nu heb ik als Inquisiteur al geprobeerd om de mening van de stamgasten uit te horen, maar velen geven zich niet bloot. Tot hiertoe weet ik alleen dat Nico een uitgesproken contra is en ik heb zo’n flauw vermoeden dat Gerrit er ook niet mee opgezet zal zijn. Jan, een bureaucraat tot in de nieren, plaats ik voorlopig ook in het contra-kamp. Peter zal ook wel contra zijn, die wordt al boos wanneer de luchtvochtigheid te hoog is bij het poolen. Hebben de pro’s ook nog een gelukje : Obama, onze Texaan en zeker en vast niet tolerant genoeg om zich te laten besproeien en bepoederen door de eerste de beste onbekende, gaat net deze periode de Republikeinse Conventie in Dallas bijwonen. Want niemand wil daar ruzie mee.

Bij de -voorlopig- neutralen reken ik onder andere Fred wegens de mogelijkheid om zaakjes te doen tijdens de festiviteiten. Aad en Do, de Muppets weet-je-wel, die raak je enkel als je hun natje en droogje belaagd. Ook neutraal dus. Net als alle Engelsen – flegmatiek tot en met. Pech dat Steve ons verlaten heeft, die had ik in het pro-kamp gezet. Kan je nog onze Fin, Chris, erbij denken maar die zit met z’n vrouwtje en die is Thais en dus pro. Lastig voor die man.

En dan zijn er de zakkenwassers, die schipperen zich erdoor. Daan. Leen. David. Marcel. Bob. Die durven niet uitkomen over hun voorkeur. Maar de meesten van hen hebben een Thaise gade, daar zullen ze rekening moeten mee houden. En voor Daan en Leen is er ook nog het feit dat er gedurende die dagen, van ‘s middags tot ‘s avonds, nog eens dubbel zoveel gedronken wordt dan normaal – dat zou ze in het pro-kamp kunnen jagen.

 

In het pro-kamp plaats ik de Australiers – levensgenieters eerste klas. Al het personeel. Alle Thai die zonder twijfel komen aanwaaien. En uiteraard ondergetekende en vooral Jack, onze kroegbaas. Heeft Jack nou net twee extra stenen in de kikkerpoel gegooid. Zijn eerste steen was de melding dat hij de hoogdag, de negentiende, gaat openen vanaf twee uur ‘s middags en een Songkran-party zou houden. Daar hoort volgens mij dan ook bij – de bar aan de straatzijde ombouwen tot een soort fort, met voldoende vaten water (en daarin de nodige blokken ijs), voldoende emmers en enkele tuinslangen. En last but not least : een grote, lange tafel waarop GoGo-girls dansen op de maat van de muziek, net als in Pattaya. 

Het ganse contra-kamp ligt onmiddellijk op z’n gat. De neutralen lopen in massa over naar het pro-kamp. Het pro-kamp triomfeert. Jack wordt overstelpt met inschrijvingen, hij moet zijn plannen om gratis eten te serveren beperken tot een bitterbal per persoon. En maakt zich zorgen, hij houdt de binnenzijde van de bar nooit droog, zeker weten. En hij vreest voor zijn waterrekening, die is nu al veel te hoog omdat hij ook (ongewild weliswaar) voor zijn buur mee betaald.

 

Gooit Jack zijn tweede steen in de Songkran-poel. Hij wijzigt de datum naar de zeventiende. En dat doet hij pas een paar dagen vooraf, in de hoop dat de helft van de potentiële deelnemers het te laat zal opmerken. Bovendien meldt hij dat deze wijziging van City-hall komt. Zware pro’s als ondergetekende komen onmiddellijk in actie. Wablief? Na driehonderd jaar gaat men hier de datum wijzigen? Is de klimaatswijziging al zover dat het de stand van de zon beïnvloed? Jack heeft geen rekening gehouden met de snelle media – onderzoek op internet wijst uit dat de datum niet is gewijzigd.

 

Onze kroegbaas is een lepe vos. Hij weet dat hij op de negentiende nooit het pro-kamp in zijn bar gekregen had. Die trekken zonder uitzondering allemaal naar Pattaya. Waar zowat aan iedere bar een tafel buiten staat waar de GoGo’s en de Coyote-dansers op staan.

De Inquisiteur

 

Pool

 

Gelukkig dat er zoiets als poolcompetitie bestaat, komen we nog eens in een andere kroeg. Want niet iedereen heeft een liederlijk leven als Daan, Leen, Bob, Jack en andere. De bravere kadees – en ik noem er slechts enkele : Marcel, David en ondergetekende genieten ervan om af en toe in een andere omgeving te zitten die niet zo oranje gefocust is. En zo verzeilden we laatst op een maandagavond in de HoneyPot bar.

 

Geel is hier de kleur. Leuk zicht in het begin maar op den duur stoort dit ook. Net zoals de twee beeldschermen waarvan de ene het Franse voetbal vertoond en de andere Amerikaans worstelen. Irriterend. Maar toch, het is eens wat anders dan dat eeuwige Engels voetbal. Een pooltafel die zo uit Texas of een andere cowboy-staat kan komen, met opzichtig rood laken duidelijk bedoelt om het de tegenstrevers moeilijk te maken. Daan, die het altijd lastig heeft om zijn zware constitutie onder controle te houden breekt vlak na zijn aankomst bijna een toog af, de diverse gades van enkele spelers veroveren onmiddellijk de beste tafel zodat we gedoemd zijn om ons over het cafe te verdelen maar wat geeft het, ook hier is het bier koud (en de thee warm voor David).

 

Maar het HoneyPot team heeft nog andere troeven om ons van slag te brengen : Leen merkt instinctief snel de wat oudere persoon op die door een opvallend shirt heel wat meer dan normaal ten toon spreidt. Verschillende van onze spelers gaan onmiddellijk in discussie of het een hij annex zij is. Leen echter heeft het allang door, het is een katoey. En heeft hij een gesprekspartner gevonden – of het met bijbedoelingen is weten we nog steeds niet, Leen laat niet in zijn kaarten kijken.

Nog zijn de distracties niet gedaan, in het vijandelijk team speelt een opvallende persoonlijkheid. Een Thaise dame die zware westerse invloeden heeft ondergaan. Ten eerste is de haarkleur zwart met witte strepen. En een zonnebril op de kop. Heh, het is al twee uur na zonsondergang? Ten tweede heeft ze een boezem om U tegen te zeggen, acht jaar Thailand en nog nooit zag ik hier zoiets … . Dat valt nog harder op wegens de rest van haar lichaamsbouw : slank als driekwart van de vrouwen hier. Ergo, ze kan nog redelijk spelen ook zal later blijken, insiders weten dat mannen van de oude slag als wij het een belediging vinden om van een dame te verliezen en dat gebeurd dan ook zelden. Maar David slaagt er wel in.

 

Terwijl de biertjes in een vlot tempo worden besteld kabbelt de wedstrijd voort. Als altijd geven we graag commentaar op alle spelmomenten van wie dan ook, de Hollanders kraken elkaar genadeloos af, de twee Belgen aanhoren dit als altijd met stijgende verbazing wegens het Hollands lef. Maar niet iedereen besteed al zijn aandacht aan het spel. Leen geraakt zijn interesse in de katoey kwijt en slaat aan het filosoferen. Gerrit is het slachtoffer, en zodoende raakt onze kapitein David ook zijn voeling met het spel kwijt wegens deelname aan het onzinnige gesprek. Aan de overzijde van de pooltafel zitten Daan, Bob, Jack, Peter en nog een enkel iemand zich te vergapen aan de rondborstige dame, niet voor haar poolkunsten natuurlijk – ze denken dat niemand het in de gaten heeft doch zelfs hun respectievelijke gades merken het op. Daan moet zich zelfs gaan excuseren bij zijn meisje, maar een beetje <pak waan> (zoete praat) maakt alles snel goed. 

Leen wordt zelfs door de juffrouw met de grote boezem verrast : ze houdt haar keu dermate hoog dat ze de plafondwaaier raakt, een lawaai van jewelste en Leen in paniek. De vrouw excuseert zich vrolijk, Leen probeert een spelletje met haar te spelen en zal dat bekopen met een behoorlijke hoeveelheid wit poeder op zijn gezicht … . En zo maakt ze zich sympathiek aan het ganse gezelschap want later pakt ze ook Daan aan. 

Een neutraal lezer zal zich over dit alles wel verbazen, maar zo verlopen al onze poolavonden – vrolijk onbezonnen zonder obsceniteiten, overgoten met het nodige bier terwijl onze tegenstrevers met een flesje plat water rondlopen.

 

Langzaam maar zeker komen als altijd de trouwe supporters aanwaaien. Marcel, onze haptonoom – wat dat ook moge betekenen, komt iets te laat en als levensgenieter drinkt hij longdrinks. Tot hij te zwaar onder invloed raakt en stilletjes verdwijnt. Jan komt zoals gewoonlijk toevallig tegen etenstijd – de thuisploeg moet namelijk een soort maaltijd serveren ongeveer halverwege de wedstrijd. Kippensoep met een boel aardappels, een beetje worteltjes en nog minder kip, maar dat laatste kan aan Jack liggen die als eerste zijn bord nogal royaal vulde. Zoet brood zo uit de Seven/Eleven maar wat geeft het? Wel, ondergetekende mispakt zich aan de Thaise peper zodat ik nog meer moet drinken en zodoende ook mijn tweede game domweg verlies.

Zakenman Fred is er ook, maar die zat al uren voor de wedstrijd in de bar dus komt er weinig zinnigs uit zijn mond. Gerrit was er eveneens vanaf het begin maar zal zich later in de steek gelaten voelen – terwijl hij aan de praat is met een overbejaarde Engelsman gaat het team huiswaarts en slaat hij in paniek, hij heeft het zo niet met de Thaise nachten en donkere straten.

 

Maar deze avond gebeurd er iets wat we niet gewent zijn. Gewoonlijk staan we vrij snel hopeloos achter en hebben we voor de maaltijd de wedstrijd al verloren. Stilaan krijgen we plotseling in de gaten dat het deze maal gelijk op gaat, het is spannend. De commentaren worden wat milder, hier en daar wordt er stiekem goede raad gegeven aan de speler van dienst – in het Nederlands, toch geen Brit die dat begrijpt. Onze eigenzinnige kapitein die van tactiek niks kent wordt deze maal onder lichte dwang gesommeerd om wat beter na te denken, en zie, wanneer er nog drie games te spelen zijn staat het 6-6. En deze keer zijn onze vedetten van de avond Jack en Peter – ze winnen, Daan mag nog even voor de show opdraven, hij verliest als gewoonlijk maar wat maakt het uit, na 10 nederlagen op rij zijn we gewonnen !!

 

Heel even vreesde ik voor uitzinnige taferelen in de HoneyPot bar, Jack en Daan willen de rondborstige dame zowat versmachten, Leen wil de katoey letterlijk en figuurlijk onder handen nemen doch gelukkig zijn hun dames alert en moeten ze afdruipen. 

Dus is het feest in onze eigenste stamkroeg want ook ons Engels team heeft gewonnen. Queen’s “We are the champions” gaat op de draaitafel, de Belgen kunnen de Hollanders nog net overtuigen om geen polonaise te dansen maar de sfeer zit erin. Veel goede wil ook : “we zijn vertrokken op de winnende trein”   “donderdag terug oefenen”   “de boetes moeten omhoog voor nog meer motivatie”. Dat is nu net met wat ik bedoel aangaande Hollands lef. En het bier vloeit, iedere reden is goed, of we nu winnen of verliezen … .

 

Denk nu niet dat dit een uitzonderlijke avond was. Zo gaat het steeds, of we nu thuis of uit spelen. Maar na een uitwedstrijd zijn we altijd tevreden om terug in onze stamkroeg te zitten. In het oranjedecor. Waar ze rond 1u30 in de morgen met veel lawaai de rolluiken naar beneden halen, ten teken dat het sluitingstijd is. En iedereen beetje bij beetje afdruipt richting thuis, dezer dagen zijn de nachten zwoel in Thailand, het helmpje moet niet op en geen bezorgdheid aangaande alcoholcontroles. Hier worden de burgers nog niet gepest door de overheid.

De Inquisiteur

Reizen

 

Dit prachtige land heeft zoveel te bieden dat we, een enkeling daar gelaten, zowat allemaal wel eens een keertje op stap gaan. Vermits we in een vorig leven hier vaak op vakantie kwamen zijn de meeste gekende toeristische hotspots echter niet meer aan ons expats besteed. Maar toch kan je merken aan iemands karakter welke bestemming eruit gekozen wordt. Vooral in onze stamkroeg zitten er mensen (doch elke gelijkenis met bestaande personen is louter toevallig) met vreemde reisgewoontes die ik als Inquisiteur graag wil uitlichten : 

 

Laten we beginnen met een zekere Fred. Fred beschouwt zichzelf graag als zakenman, terwijl ik als Vlaming hem eerder als sjacheraar wil beoordelen. Maar met Fred kan je zaakjes doen, laat dat buiten kijf staan. Zodoende is geen enkele verplaatsing van Fred zonder bijbedoelingen, hij houdt zijn oogjes open om koopjes niet voorbij te laten gaan. Fred verplaatst zich lokaal meestal naar de grote magazijnen, de grijpklare Thaise rommelshops en/of markten, maar hij vergeet ook niet om wekelijks de grote supermarkten te bezoeken als Lotus, Foodland, Friendship, BigC en andere. Geen enkele toeleverancier heeft nog geheimen voor hem. Maar ook Fred’s grotere verplaatsingen zijn doelgericht. Vermits zijn zwembad annex cafetaria ook leep-Thais met de grond gelijk zijn gemaakt (letterlijk en figuurlijk) is hij op zoek naar nieuwe business. 

En ziet hij zijn toekomst in Buriram. Een niet al te grote stad die al middenin met wat men hier de ‘country-side’ noemt ligt. Ondergetekende is er al eens geweest en catalogeerde het als ‘niks te zien’. Maar Fred ziet er grote mogelijkheden liggen, dus gaat hij de laatste tijd op en af naar de grote verlatenheid – aangaande farangvertier. Suggesties aan de toog halen niks uit : waarom niet Rayon, een kleine industriestad zo’n veertig kilometer ten zuid-oosten van ons geliefde Nongprue? Of Ma Ta Phut, nog meer industrie en vol met koopkrachtige expats die voor de grote multinationals werken? Neen, Fred houdt het bij de grote eenzaamheid in Buriram.

 

Marcel en Gerard zijn totaal anders. Die gaan graag naar de tropische eilanden waarvan Thailand vergeven is. Enkel, Marcel laat de beroemde eilanden als Koh Samui en Koh Chang links liggen. Zijn voorkeur gaat naar wat hij noemt ‘onontdekte paradijsjes’. Koh Kut – de naam alleen al. Of Koh Phangan – bekend van de full-moon party’s. Dat hij telkens weer, rond zonsondergang, wordt opgevreten door de mosquito’s houdt hij stil maar ben ik zeker van. Dat de slaapkamers vergeven zijn van de gekko’s – no problem voor Marcel. Dat hij bij de afrekening telkens weer het vijfvoudige betaald van wat het waard is – maakt hem niks uit. Paradijzen zijn het. 

Gerard is slimmer – denkt hij. Koh Samet, kan hij van thuis uit met het brommertje tot aan de ferry bollen. Dat doet hij zelfs om op Koh Chang te geraken ondanks 150 km snorren in volle zon en hitte. In deze bekende toeristische oorden wordt je als toerist financieel bestolen als de beste, doch Gerard heeft zijn connecties. En verdwijnt dan naar afgelegen stranden waar enkele hutjes staan, een eetstalletje en een soort bar. Is hij voor enkele dagen van de wereld want mobiele telefoon, internet en andere kan je daar vergeten. Bovendien rijden de zeldzame taxi’s slechts om de drie dagen. Geen probleem voor Gerard, gedurende die tijd noemt hij zich Robinson.

 

Daan is een familieman. Met zijn grote macho-pickup geraakt hij overal en zodoende gaat hij graag familie bezoeken. Zijn Thaise familie welteverstaan. Oorden als Prachinburi, Nakhon Nayok, Korat, Khon Kaen en andere hebben geen geheimen voor Daan. Zijn auto volgeladen met afgedankte koelkasten, oude fietsen, een kapotte televisie en andere spullen bolt Daan telkens vrolijk naar de Isaarn provincie – het ultieme platteland van Thailand. Die spullen zijn voor de familie van de familie van de familie – zo is dat nu eenmaal in Thailand. Ze herstellen wel wat stuk is en kunnen alles gebruiken. Behalve afgedankte kledij van Daan tenzij ze het gebruiken als beddengoed, zijn afmetingen zijn het dubbele van de gemiddelde autochtoon. Doch Daan vergeet telkens weer dat het ginds anders is dan in onze welvarende streek. Zo moet hij overschakelen op Isaarn-food : kikkers (en dan niet enkel de billen), insecten, rauw varkensvlees en meer van dat lekkers. Daan’s lichaam heeft heel wat calorieën nodig dus houdt hij dit menu slechts enkele dagen vol om vervolgens naar de dichtst bijgelegen grote stad te rijden, op zoek naar een Mac Donald’s. Ergo, Leo bier, en dan zeker in grote flessen, vind je hier nauwelijks. Daan schakelt dan over naar het plaatselijke drankje, lao kao, een zelf gebrouwen rijst-whiskey. En zodoende sneuvelt Daan na enkele dagen, hij drinkt het straffe spul in dezelfde hoeveelheden als Leo bier … .

 

Leen, de goedhartige maffiaman, is het maatje van Daan en gaat meestal mee op stap. Maar ondanks zijn stoere uiterlijk is Leen een filosoof. En hij droomt weg wanneer Daan langzaam de kilometers maalt. Leen ziet zichzelf als een soort vreedzame Rambo ergens in de buurt van Nong Khai. Hij ziet zich daar varen op de Mekong rivier in een longtail bootje richting Laos. De Golden Triangle, werken in de papaver kweek met zo’n typisch strooien hoedje op z’n kop. Hij droomt van uitstappen naar Cambodja, illegaal de grens overschrijden via Bo Rat. Doolt in gedachten doorheen de jungles van Kanchanaburi, op de rug van een olifant. Om zo ongemerkt in Birma te verzeilen, in zijn gedachten vermijdt hij de grensovergang van Mae Sot. Gelukkig is Leen voldoende realist, in al de vernoemde streken is er nauwelijks bier en westers eten te verkrijgen.

 

Is er Bob. Maar -de ongelukkige- hij moet nog werken. Daarbovenop is hij pas vader geworden en zit hij noodgedwongen vast in Nongprue. Bob houdt het bij lokaal vertier in en rond deze streek. De Pattayaanse stranden als Yomtien, Don Tang, Wong Amat en andere. Iets verder is er Ban Saree, en nog wat verder Ban Saeng. Binnen een jaar of drie kan hij naar Khao Kheow Open Zoo met z’n eerste afstammeling. Of naar Pattaya Parc, een soort Hollands tropisch zwembad maar dan in open lucht. Bob zie je de eerste jaren niet in meer avontuurlijke gebieden, tenzij er familiebezoek op de proppen komt. Maar hij heeft al, als enige in Thailand, een keurmerk baby-stoeltje voor in de auto. Bob is nog steeds Nederlander in hart en nieren.

 

Aad en Do zijn twee onafscheidelijke vriendjes, nu ja, gezien hun afmetingen mag je rustig vrienden zeggen. Beetje zoals Statler en Waldorf van de Muppetshow hebben ze een oordeel over alles en nog wat, doch hun reisgewoonten zijn vermoedelijk heel klassiek. Zij houden het bij de meer traditionele bestemmingen, zijn ze zeker van hun Hollandse hap en het bier. En van een goed bed met airco. Dus bereizen zij bestemmingen als Chiang Mai en Chiang Rai. De River Kwai. Ayutthaya, Sukhotai. Phuket. En met een beetje geluk komen ze hordes Hollanders tegen, gezellig om wat bij te praten met een kop koffie. Alleen, je zal ze nooit ‘s ochtends bij het ontbijt zien. Ze hebben namelijk een nogal zwaar nachtleven, waar ze ook toeven.

 

En dan Jack, de chef van onze geliefde stamkroeg. Hij verplaatst zich uitsluitend met een bromfiets, dus is hij gelimiteerd aangaande afstanden. Van de grote bussen die gans Thailand bestrijken moet hij niks hebben, te gevaarlijk. Ondanks de spotprijzen ziet hij de trein niet zitten – hij kan de aankondigingen noch lezen, noch verstaan. Vliegen is niet aan hem besteed. Je krijgt hem hooguit in een songteauw taxi, die pick-up trucks met banken achterin. Maar Jack maalt er niet om. Hij voelt zich als een vis in het water – in Nongprue. Heel af en toe maakt hij een uitstapje naar een lokaal strand, kwestie van geen problemen met zijn gade te krijgen, het mens wil ook wel eens een stapje in de wereld zetten. Maar zijn groot avontuur ondernam hij met ons, de poolspelers. Hij bracht ons naar een voor hem grote onbekende bestemming – Koh Laan. Een eilandje zo’n 10 kilometer uit de kust van Pattaya. Jack genoot van iedere minuut ondanks hij de grote schommelingen op de boot niet waardeerde. Vol zelfvertrouwen liep hij veilig -midden in de groep- te lachen en tieren, liet zich gaan op het strand maar bleef wel in de buurt van waar de rest zat, toonde zich een echte waterrat maar dat kwam omdat het slechts kniediep was, raakte verbrand tot op het bot doch wat kon hem dat schelen, kortom, de dag van zijn leven.

Eerlijkheidshalve moet ik wel zeggen dat hij snorfietst als geen ander – in Nongprue en Pattaya. Hoe hij er in slaagt snap ik niet, maar hoe run je nu een etablissement waar eten en drinken wordt verkocht, alle spullen aanhalen met een bromfietsje? Bovendien is hij fanatiek oranje-verzamelaar. Spullen van een halve kilo tot twintig kilo, hij haalt ze in huis. Met dat brommertje.

 

Het leukste van dit alles zijn de verhalen aan de toog nadien. Lekker lullen en overdrijven, doen we allemaal. Maar hier zijn we zeker van ons droogje en natje. En van werkende ventilators in de bar. Want god, wat is het heet. 

Jack moet dringend zijn brommertje op. Om <paa jen’s> te gaan halen. Lekker ijskoude verfrissende doekjes die je in iedere instelling in Thailand gratis krijgt. Alleen heeft Jack ze nog niet in huis, dus, hallo ? Fred zal wel weten waar ze het goedkoopst zijn.

De Inquisiteur

 

Cultuurbarrière

 

Zelfs voor expats die hier al een behoorlijke tijd leven blijft het lastig om het cultuurverschil te overbruggen. Wij krijgen sommige levensgewoontes maar niet onder de knie, trappen steeds weer in dezelfde val. Bij Daan en Leen mag je dat rustig letterlijk en figuurlijk nemen, hun zware ‘hoogbouw’ maakt ze een opvallende verschijning. Waar ze ook lopen, staan of zitten. Jack is een dusdanig ‘zwierige’ figuur dat hij ieders aandacht trekt. Peter probeert daar allemaal ‘Vlaams-listig’ aan te ontlopen maar zijn drinkgewoontes vallen hier op – wie drinkt er nou hete thee bij vijfendertig graden? Marcel, Gerard, Fred en anderen kunnen zich een uurtje gedeisd houden tot de alcohol begint te werken, luidruchtige farangs trekken hier altijd de aandacht. Ook onze Britten (het hele zootje, van Engelsen tot Schotten, van Welshman tot Ieren), Amerikanen, Finnen, Australiërs en andere homo sapiens vallen op. Kan komen door een opvallend buikje, het dragen van witte of zwarte sokken, door het blijven dragen van een zonnebril na zonsondergang, of hun gebrekkige kennis van de taal want Angelsaksen denken dat de hele wereld Engels praat. Kortom, we blijven een soort olifant in de porseleinkast :   

 

Het heerlijke klimaat is uitbundig maar dat ervaren wij soms als lastig. Regenbuien zijn dikwijls zodanig zwaar dat er na vijf minuten al kniehoog water in de straten staat. Een man als Jan geeft dan af op het minimalistische rioleringssysteem, niet beseffende dat er vijftig kilometer dieper landinwaarts gewoonweg geen riolen zijn. Ondergetekende klaagt makkelijk wegens het gebrek aan dakgoten – parkeer ik brommer of auto vlak naast de gevel om vervolgens op te merken dat bij een plotse plensbui mijn gemotoriseerd tuig quasi wegspoelt wegens de watermassa afkomstig van het dak. Bij een onweer slaan wij met z’n allen in paniek : de donderslagen zijn ongeveer tien maal luider dan in ons land van oorsprong en de bliksemschichten blijven zowat een minuut of vijf in de lucht hangen.

Terwijl de Thai ervan genieten : ze beginnen spontaan hun motorfiets annex auto te wassen want gratis water, lachen als een kind wegens de heerlijke verfrissing die iedere bui met zich meebrengt, verheugen zich op enkele stofloze uren en zijn blij dat hun beplantingen opgefrist kunnen doorgroeien (want Thai, zonder uitzondering, zetten geen sierplanten of bomen, alles moet eetbaar zijn). De luide onweders beschouwen Thai als een zegen : het lawaai en de bliksemschichten jagen de boze geesten weg.

 

De zon is in onze ogen dikwijls een last, ze steekt vanaf 7u ‘s ochtends tot zonsondergang rond 18u30. Gaat iemand als Jack wel in de schaduw liggen maar loopt dan vaak heen-en-weer op het strand, verbrandt vervolgens tot op het bot en is uitgeput na iedere wandeling, hoe kort ook. Peter parkeert zijn motorfiets zonder na te denken – in volle zon en pijnigt vervolgens zijn derrière wanneer hij wat later terug opstapt. Idem dito met de wagen : Daan’s pick-up is dikwijls tot een oven verworden die zelfs met de airco op de hoogste stand niet meer af te koelen valt. Bovendien, wanneer we er dan wel eens aan denken en de auto in de schaduw onder een boom plaatsen, vergeten wij vaak om te kijken of er geen kokosnoten in hangen, of mango’s, of ander fruit met de grootte van een voetbal. Veel farangs troffen hun wagen dan ook al aan met een serieuze deuk in het dak of op de motorkap … . Soms zitten we wel eens op een terrasje of aan het strand, en vergeten we om eten en drinken af te schermen – na een vijftal minuten is je biertje een soort warme bittere drank geworden en alles wat eten zou moeten voorstellen is in een onherkenbare dikke droge brij verandert.

Thai hebben dat niet, ze parkeren alles wat wielen heeft in de schaduw – zonder er rekening mee te houden of ze inrijpoorten of straten afsluiten, maar wie is nu de slimste? En ze vergeten niet de boomsoort te controleren. Ze lopen, nu ja, wandelen, als automatisch in de schaduw en indien nodig zouden ze bij wijze van spreken zelfs een skipak inclusief de muts aantrekken – zolang hun huid maar niet donkerder wordt als ze al is. Maar hierdoor behouden ze hun lichaamstemperatuur terwijl wij opwarmen tot boven 40 graden … . En eten en drinken is heilig voor hen, het krijgt domweg geen tijd om op te warmen.

 

Planten groeien en bloemen in een ongekende snelheid en uitbundigheid. Zodanig dat in mijn tuintje bomen staan die alhoewel slechts maximaal  8 jaar oud zowat dertig meter de lucht in gaan. Of uitgroeien tot een mastodont die de helft van de oppervlakte van de tuin inpalmt en met wortels die overal doorheen of overheen groeien. Krijst Jack van angst door de insecten die hij opmerkt, ze komen in ongekende aantallen en afmetingen. Mierenkolonies die onuitroeibaar zijn. Bijen in de grootte van een stevige huismus. Padden en kikkers die een live-concert van Metallica makkelijk overstemmen. Diverse soorten hagedissen waarvan de tok-kei’s bijtgrage griezels zijn. Dodelijke duizendpoten, polsdik met een lengte van dertig centimeter. Om van de slangen nog maar te zwijgen – in alle soorten en varianten aanwezig, van de onschuldigste boomslang tot de king-cobra en andere waarvan de gemiddelde noorderling geen kennis van heeft.

Thai zitten daar niet mee. Ten eerste, reeds eerder gemeld, alles wat zij aanplanten moet eetbaar zijn. Dus krijgt geen plant of boom de kans om uit te groeien naar volwassen grootte. Insecten eten ze ook domweg op, om hun proteïnen aan te vullen. Slangen zien Thai veel sneller dan wij domme farangs, wij trappen er ongeveer op voor ze op te merken, Thai zien ze van op twintig meter. Of ze nu in een boom hangen, zich onder een struik verschuilen of simpelweg liggen te zonnebaden. Bovendien hangt er een mysterieus sfeertje rond slangen hier, ik ben nog steeds niet zover van hoe en wat, maar wanneer het een echt storend beest is, vangen ze die om ze wat verderop in de struiken weer los te laten … .

 

Het Thaise tijdsbesef krijgen wij maar niet onder de knie, vooral Peter en David hebben er last van. Eigenlijk kennen Thai geen exact uur van afspraak, of het nu voor ontspanning of voor zaken is. Toch blijven wij, zonder uitzondering, ons allemaal druk maken. We zouden beter moeten weten want over gans Thailand hangen bijna geen publieke klokken of horloges. Het enige waar ze vroeger rekening mee hielden was het geluid van de tempels, wanneer de monniken op een soort trommel sloegen om het uur aan te geven. <Toem>. <Nung toem>, ofte 1 slag is synoniem voor 1 uur. En pas een uur later hoorden ze 2 slagen, <soong toem>, twee uur. De zestig minuten daartussen zijn enkel opvulling. Ondraaglijk voor een westerling. Hebben ze ook nog <tsjauw>, <baai>, <jen> en nog meer maar dit is geen taalblog. Beste om dat te overleven is je er bij neerleggen of je boete betalen indien te laat – dit laatste passen we toe in ons poolteam alhoewel een enkeling daar wel wat problemen mee heeft.

 

En dan is er de cultuur van gezichtsverlies. Dat duurt jaren voor je het onder de knie hebt, en dan nog, iemand als David is met zijn Friese achtergrond kansloos. Een voorbeeldje : je bent verloren gereden in een onbekende stad en dus vraag je de weg. De brave man of vrouw die je aanspreekt heeft met negenennegentig procent kans totaal geen idee van waar je doel ligt doch zal om voor beide partijen gezichtsverlies  te besparen je toch ergens heen sturen. Totaal irrelevant aan je ware bestemming … .

Doet iemand iets fout, wijs hem of haar nooit terecht. Negeer het, maak er een grapje over en probeer in overeenstemming het karweitje toch naar jou idee te laten uitvoeren. In het andere geval is de kans groot dat je <chang> ofte vakman het gewoonweg afdruipt en nooit meer weerkomt … . Jack kan daar van meespreken met z’n personeel in de bar en het blijft een bron van plezier voor ons klanten : onthou dat wanneer je totaal wat anders krijgt dan wat je dacht besteld te hebben. Waarschijnlijk een communicatiefout maar om gezichtsverlies te vermijden zal niemand jou aanduiden als de dader – doch zelf willen ze natuurlijk ook niet opdraaien voor de fout.

 

En dan het hoofdstuk verkeer. Als eerder gemeld, parkeren doen Thai waar ze het nodig achten. Vlak naast een eetstalletje, dubbel indien nodig en de file die ontstaat zal ze worst wezen. Voor je poort – ha, wat kan dat nu kwaad? Ergerlijk traag rijden tot ze vinden wat ze zochten. Veel te snel om te zijn waar ze naartoe willen. De hoofdstraat opdraaien zonder zich te bekommeren of er aankomend verkeer is. De hoofdstraat verlaten om af te slaan zonder enige aanleiding of waarschuwing. Kortom chaos, want de weg is verzadigd van bromfietsen, auto’s, al dan niet gemotoriseerde eetstalletjes, een enkele fietser en dromende wandelaars. Wij zitten met z’n allen te vloeken en te tieren op ons brommertje, in de auto en zelfs wanneer we te voet zijn. Dagelijks hebben we zin om iemand op z’n bek te timmeren – het enige probleem is dat Thai daar niet boos over worden. Ze maken zich niet druk, verkeersagressie is hier nauwelijks. En de vele ongevallen zijn karma, Boeddha brengt dat wel in orde.

 

De Thaise <sanoek sabaai> kunnen we dan wel waarderen. Feestvierders zijn het, en dit sluit uitstekend aan bij ons luie leventje, we moeten per slot van rekening ons vochtpeil in balans houden nietwaar. Hier geen geroddel wanneer je eens drie dagen achter elkaar bier drinkt, integendeel, dat kunnen ze waarderen – dat past weer goed samen met onze levenswijze. En eten, dat gaat nog beter : Thai lusten nou net die stukken vet aan het vlees welke wij links laten liggen. Van een vis gaat niets verloren, wij eten het vlees, zij het hoofd inclusief de ogen en andere viezigheden. Scampi’s waaraan eitjes hangen willen wij echt niet – Thai vinden dat nou net lekker. Wij lusten best een stevige westerse hap, zij houden zich meestal aan het veel te scherp gekruide Thai food, dus nooit geen conflicten aan tafel. Behalve, weer, het personeel van Jack. Daar zitten dames die telkens weer zijn voorraad curryworsten verorberen, zijn brood laten verdwijnen, zijn pot satesaus legen. En Jack kan zich geen gezichtsverlies permitteren dus hangt hij maar een bordje over zijn menukaarten : ‘tijdelijk uitverkocht’. Tot Bob’s grote spijt. Want die besteld meestal twee schotels tegelijk, hij verward onze stamkroeg nog al eens met een soort frituur, ofte, zoals de Hollanders zeggen, petat-kraam.

Maar Thai waarderen zeker het fenomeen ‘stamcafé’. Zelf kennen ze dat niet maar vinden ze wel handig. Altijd een vriend aanwezig : om te poolen, om gewoon wat te lullen, om te filosoferen, om een voetbalwedstrijd te bekijken of om je lazarus te drinken. Onze bar leent zich uitstekend voor dit soort gemengde activiteiten dus komen de Thai massaal afgezakt bij de diverse feestjes. Want is er gratis eten en halen de meeste farangs hun <chai die> (goed hart) boven. Trakteren ze nogal makkelijk een biertje.

Ondanks de cultuurbarrière : we blijven hier nog wel een tijdje, zeker weten. En tot nader order behouden we onze stamkroeg.

De Inquisiteur