Poolteam

 

Het BVN-team zit in de problemen ondanks de suggestieve naam : Het Beste van Vlaanderen en Nederland. Het was al bij oprichting een beetje zoeken naar problemen, want de enige voorwaarde om in het team te komen was Nederlandstalig te zijn. En voorlopig vinden we geen enkele Zuid-Afrikaan of Surinamer, dus blijft het beperkt tot spelers uit de Lage landen. Ons eerste seizoen viel nog wel mee, we eindigden ergens in de lagere middenmoot en de tegenstrevers hielden rekening met ons, zo beslisten we op de laatste speeldag mee wie er kampioen werd door een kansrijk team te verslaan zodat uiteindelijk hun concurrenten de titel in de wacht sleepten. Maar dit seizoen gaat het van kwaad naar erger. 

Natuurlijk, de meesten onder ons kenden het spel niet eens tot we in Thailand verzeilden, terwijl onze -meestal- Angelsaksische tegenstrevers de poolkeu al op hun vierde ter hand namen. Daar bovenop verlagen wij ons alcoholverbruik nooit, de bareigenaars zien ons graag komen want meestal hun beste avond qua ontvangsten. De lol blijft erin, spijt over de nederlaag is na vijf minuten al verdwenen maar toch sluipt er een soort defaitisme in de ploeg, niet moeilijk, negen wedstrijden op rij verliezen is nooit leuk. Ondanks dat hoopje klungels dat we zijn.

Momenteel is onze beste speler Jack, tevens bareigenaar en manager van het team. Vreemd maar waar. Als je hem ziet spelen heb je het gevoel dat hij viool gaat spelen ipv biljart. Zijn keu behandelt hij als een soort strijkstok : rechterhand helemaal achteraan, linkerhand helemaal vooraan de keu en dan begint hij met de linkerhand van voor naar achter te wrijven, op en neer. Niemand weet waar dat goed voor is maar verbazingwekkend genoeg wint hij ongeveer nog een vijfenveertig procent van zijn games. Hij is ook erg nonchalant maar maakt dat een beetje goed door zijn Hollands lef – dus blijft hij lachen bij verlies. 

Nog zo’n lefgozer is Daan. Fysiek heeft hij wat tegen, hij moet met zijn dubbele meter ongeveer tweemaal zo diep door de knieën gaan om aan te leggen maar zo zijn er nog – en die spelen beter dan hij. Daan begint iedere speelavond met de melding dat hij alles gaat winnen. Bij zijn eerste verlies noemt hij het pech. Bij zijn tweede verlies glimlacht hij nog een beetje en bij zijn derde verlies gaat hij altijd op zoek naar spelers die net zo slecht zijn als hij. En Daan is een grootverbruiker. Van bier welteverstaan. Hij is niet tevreden met de drieëndertig cc’ers die standaard opgediend worden, neen, hij moet de grote fles. Zesenzestig cc en hij drinkt net zoveel flessen als wij. Dus het dubbele. Hoe later op de avond, des bedroevender hij speelt. En daardoor nog ongeveer 43 % van zijn spelletjes wint.

Komen we aan het Vlaamse luik. Heb je Peter. Notoire laatkomer en altijd hongerig. Probeert accuraat te spelen, wordt niet beïnvloed door alcoholgebruik want drinkt meestal warme thee. Maar maakt zich direct druk in de dingen. Slechte tafel. Teveel over-en-weer geloop rond de tafel. Wordt chagrijnig wanneer hij een korte keu moet gebruiken. De ventilators beïnvloeden de loop van de ballen. En haalt nog net eenenveertig procent als win-gemiddelde. Is ook de enige speler (tot hier toe) die al werd verslagen zonder zelf ook maar 1 bal te potten, in onze interne taal noemen we dat een “hoedje”. Wat de kassa spijst natuurlijk.

Ondergetekende doet het nog slechter. Net nog veertig procent. Terwijl ik dacht een goeie speler te zijn. Maar ik ben mentaal erg kwetsbaar geworden zo blijkt, in onderlinge oefenwedstrijden veeg ik met iedereen de mat aan, eens competitie word ik verlamd en onzeker, ik heb helemaal geen lef. Eigenlijk zou ik nooit een eerste spelletje moeten spelen want dat verlies ik altijd. Doch daar waar ik een tweede en derde dikwijls binnenhaalde is nu niet meer. Verlies ik ook. Gelukkig ben ik niet meer zo fanatiek competitief aangelegd als vroeger, dat leer je wel af na negen nederlagen op rij.

Is er nog David, de kapitein. En dat is dan ook de enige reden waarom niemand hem op de korrel durft te nemen na zijn games. Waarin hij continu de verkeerde bal speelt, waar hij zijn tegenstrevers gemiddeld 6 extra beurten geeft wegens fouten. En hij luistert nooit naar suggesties vanuit de spelershoek – eigenlijk verboden maar dat hebben we voor op de Engelstaligen, zij begrijpen toch niet wat we zeggen. Als kapitein zou hij ons tactisch voordeel moeten brengen want hij beslist wie wanneer en tegen welke tegenstrever speelt maar daar heeft hij geen kaas van gegeten. Mogelijk is zijn Friese afkomst de oorzaak van alles. En we houden van hem, hij spijst onze kas als geen ander.

Zijn er ook nog enkele gastspelers. Bob onder andere. Maar gelukkig moet die vaak offshore gaan werken, zijn poolkwaliteit ligt onder ons niveau – alhoewel hij dat makkelijk kan ophalen in zes maanden hoor. En hopelijk kan hij tegen de scherpe commentaren van zijn landgenoten, Hollanders en dan weet je genoeg, ik verbaas me nog steeds dikwijls van hoe die elkaar aanspreken. Was er deze week Gerard. Die zou naar het schijnt aan het oefenen zijn, maar ik vrees dat hij kleurenblind is. De speelbal is wit, hij neemt graag de gele. Met een fout en dus dubbele beurt voor de tegenstander. En van Jan kan ik niks zeggen. Die mocht ook een wedstrijdje afgelopen maandag, maar hij hoefde slechts eenmaal te stoten. Omdat zijn tegenstrever de zwarte bal per ongeluk potte en zodoende won Jan. 

We hebben zelfs enkele vaste supporters. Leen onder andere. Drinkt net zoveel als zijn boezemvriend Daan, loopt vervolgens continu in de weg van de spelers, gaat ongevraagd keu’s jatten en heeft de specialiteit wanneer we uit spelen om zijn rekeningen te verdelen over de diverse potjes. Maar dat brengt onze kassa veel geld op, het is hem vergeven. Jan komt ook meestal altijd. Of dat voor het gratis eten is of niet, hij is er. Becommentarieert iedere stoot van wie dan ook en dat is om je te pletter te lachen, zijn inzichten zijn nog waziger dan die van David. Af en toe komt ook Gerard – maar sinds zijn ‘gastoptreden’ van vorige maandag vrees ik er een beetje voor. Marcel is er ook nog. Maar die kijkt niet naar het spel. Hij kijkt continu in de bar rond, in het begin hadden we het niet goed door maar nu wel, hij is op zoek naar lokaal <ahaan taa> (letterlijk : voedsel voor de ogen). En kent hij meestal de uitslag niet, die is nog steeds in de waan dat we kampioen gaan spelen.

Toch werden er maatregelen getroffen om ons niveau omhoog te halen. Leen is aangesteld als materiaalmeester – dat hij gaarne uit handen geeft aan de aanwezige serveersters. Hebben we een soort zielenknijper gekregen. Marcel is daarvoor aangeduid, kwestie van hem iets meer in het poolgame te betrekken, vroeg of laat komt hij toch te weten dat we helemaal onderaan staan. Kan hij bij zichzelf ten rade gaan.

Maar er staat meer op stapel. Vanaf volgende week gaan we trainen, iedere donderdag. Want uit gesprekken blijkt dat, buiten Jack, wij erg weinig spelen. Goede wil is er wel, maar eens in de bar vergeten we waarvoor we kwamen en zetten we het op een zuipen (met uitzondering van Peter). Maar nu gaan we ervoor.

Onze manager, Jack, gaat iedere donderdag tussen 16 en 18u een pooltafel exclusief voor ons reserveren. De materiaalmeester, Leen, gaat onze keu’s inspecteren en desnoods repareren. En ondergetekende in functie van penningmeester stelt voor om de spelers, indien op tijd en blijvend, om 18u een biertje uit de kas aan te bieden. Maar dat laatste is nog prematuur en nog voor te leggen. Doch ik pleit ervoor. Want zonder bier geen Daan, geen Leen, geen David, geen ondergetekende. 

Het mag ook van de managerskas komen natuurlijk … .

De Inquisiteur

 

Hitte

 

Ieder van ons heeft wel z’n reden gehad om naar deze oorden af te zakken en om te blijven. Sommigen omdat ze de liefde van hun leven hebben gevonden, enkelen omdat de Thai vrolijke feestvierders zijn, anderen wegens het goedkope leven of de lage regelgeving, sommigen zijn een soort vluchtelingen voor diverse feiten die ze in hun oude thuisland pleegden. En velen vanwege het klimaat.

Maar in dat laatste hebben de meesten zich vergist. Want ‘hot season’, dat met rasse schreden nadert, valt niet te onderschatten. Gewoonlijk schommelen de temperaturen overdag tussen de 30 en 33 graden (Celsius voor de Angelsaksische lezers en in de schaduw voor alle lezers) en koelt het na zonsondergang af naar 28, 29 graden. Die enkele graden maken een groot verschil, meestal komt er zelfs een lichte bries opzetten wat bij valavond een heerlijk en aangenaam gevoel geeft.

 

Maar ieder jaar, van april tot half juni, wordt het anders. De temperatuur stijgt beetje bij beetje en de luchtvochtigheid neemt toe. En is het windstil. Vijfendertig graden is dan het gemiddelde maar veel dagen gaat het naar zeven-, achtendertig. In de schaduw welteverstaan. Bloedheet, zodanig dat je bij de minste beweging overvloedig gaat zweten. Daar bovenop koelt het na zonsondergang nauwelijks af. En dat geeft problemen die voor sommige stamgasten zwaar om dragen zijn. Gaan ze een totaal ander gedrag vertonen wat redelijk grappig is.

 

Als goede huisvaders zetten de meesten overdag de airco niet aan, dat is een beetje als verwarmen met open ramen. Dus is dit de enige periode van het jaar dat ze afzakken naar de airco-gekoelde winkelcentra maar dat gaat een gemiddeld man na twee dagen al snel vervelen, bovendien is er groot risico dat hun vrouwelijk gezelschap het niet bij ‘window-shopping’ houdt. Of rijden ze rond met de auto, doch dat is een dure koelmethode. Anderen zoeken verkoeling aan zee zonder te beseffen dat je hier zelfs in de schaduw serieus geplaagd wordt door de zon – velen keren rood als een kreeft terug. Ondergetekende neemt tot vijf maal dagelijks een koude douche maar dat kan je enkel thuis natuurlijk. Terwijl de diverse activiteiten in onze stamkroeg gewoon verder gaan : we moeten poolen, darts spelen, zijn er live-evenementen en andere. En onze stamkroeg is een open bar, geen ramen en deuren, dus net zo warm tot veel warmer dan in de open ruimte.

 

Op de dagen dat er geen georganiseerde activiteit is zitten we met z’n allen aan de toog. En maken we ruzie over de ventilators, iedereen wil ze op zichzelf gericht hebben. Zie je telkens wel iemand met langzame bewegingen opstaan om een draai te geven aan het ding, vervolgens hoor je protest van anderen die nu buiten de wind-radius komen te zitten. Jack probeert dat op te lossen door een enorme hoeveelheid van die spullen neer te ploffen maar dat maakt dat er vanaf 22u velen over struikelen. Dat komt door het bierverbruik, de consumptie ligt -ongelooflijk maar waar- nog veel hoger dan in ‘koelere’ periodes.

 

Tijdens de poolavonden hoor je vreemde geluiden op de achtergrond. Het zoemen van talloze ventilators die zorgvuldig opgesteld staan, want de wind mag de loop van de ballen niet beïnvloeden, gaat ver boven de muziek. Probleem is echter dat hoe later het wordt er regelmatig iemand tegen die dingen aan loopt zodat de windrichting wijzigt en zodoende kunnen de spelers toch nog klagen dat hun misser de schuld van de kunstmatige wind is. Doch al die ingrepen maken weinig of geen verschil, het blijft snikheet. Voorheen hing er nog een airco in de buurt van de pooltafels doch Jack heeft die weggehaald om in zijn slaapkamer te hangen … . En ik kan me voorstellen dat er bij het dartsspel nog meer gezweet wordt, per slot van rekening is dat een iets meer fysiekere sport en hangen die dingen achterin in de zaak – de warmste plek van de ganse bar. Alhoewel daar nog steeds een airco hangt – die Jack nooit laat werken.

 

Heb je altijd mensen die te lui zijn om hun drinkgelag te onderbreken om te gaan eten, of thuis, of in een van de vele goedkope restaurants in de buurt. Jack heeft daar handig op ingespeeld door Hollands fastfood te serveren. Maar de zware en redelijk vettige kost in combinatie met de bewegingen die je moet maken, zoals het snijden van vlees (nu ja : ‘kroket’, ‘curryworst’, ‘gehaktbal’, ‘bamischijf’, …) en het telkens naar de mond brengen van de vork brengen extra zweetaanvallen met zich mee. Wanneer een halfuur later het verteringsproces op gang is gekomen wordt het helemaal problematisch. Vooral Aad en Do, twee stevige Hollanders die in een vorig leven de Hollandse horeca onveilig maakten, zitten dan op hun vaste stek te lijden aan overvloedige zweetaanvallen. En overspoelen al die vettigheid met liters ijskoud bier wat hen in een meer euforische staat brengt.

 

Marcel, al in een eerder blog vernoemd, is zelfs volledig ontregeld tijdens het warme seizoen. Gaat hij op het heetste van de dag in zijn tuin werken. Omdat hij niet de handigste van allemaal is maakt hij veel onnodige bewegingen en na afloop is hij kapot. Zodanig dat hij de volgende dag uit wanhoop maar naar het ziekenhuis afzakt om een check-up te laten uitvoeren. Bovendien is het heerlijk koel in de ziekenhuizen hier. Zodoende vervalt Marcel in een oud zeer : je ziet hem weer een poosje niet meer, mogelijk heeft hij een of ander verpleegstertje opgescharreld.

 

Zoals de lezer zal merken, ons leven is niet zo eenvoudig. We hebben met totaal andere dingen af te rekenen hier in de tropen. Uitgeregende Britten, verkleumde Hollanders en Belgen, koudbloedige Finnen, wereldvreemde Amerikanen, onwetende Australiërs en ander gespuis uit de geciviliseerde wereld kunnen nauwelijks omgaan met de hitte. Want wij dragen geen jeansbroeken, shirts met lange mouwen en vreemde hoedjes zoals de Thai. Ons metabolisme maakt dat we veel te snel bewegen, te snel stappen en we doseren onze krachten niet. Bovendien hebben wij niet het Thaise instinct om de zon te mijden. Of om na een halfuurtje inspanning een kwartier te gaan afkoelen.

Neen, wij drinken liever een ijskoud biertje in onze geliefde stamkroeg, zelfs al is het er veel te warm.

De Inquisiteur

 

Concurrentie

Er zijn natuurlijk meer dan voldoende kroegen in en rond de Darkside, en onze chef moet daar rekening met houden. Vreemd genoeg heb je hier twee soorten : de open bars, waar je enkel wat verkoeling kan zoeken onder en rond de <patloms> ofte ventilators, en de airco-bars die je mede onder de noemer ‘louche’ kan plaatsen. De Brass Monkey is een open bar heeft zelfs een airco hangen – die Jack nooit laat werken. Bovendien is de bar ook louche, maar in tegenstelling tot de airco-bars komt dit niet door de het overdreven aantal serveuses maar door de klanten. Toch gaan ook de stamgasten van de Brass Monkey af en toe vreemd naar de nabij gelegen cafe’s  :

 

Je hebt een drietal straten die van west naar oost lopen, haaks op de Sukhumvit Road. We beginnen in de roemruchte soi Nern Plub Waan waar ook ons stamcafé zich bevind. Vlak na het spoor kan je in de eerste soi rechts de Chesters Bar vinden. Open bar met vooral Ieren als klant en die verbruiken nog meer bier dan wij. Maar voor de rest geen gevaar voor Jack’s kroeg, enkel ondergetekende komt hier wel eens om een Engels ontbijten te verorberen en eenmaal per seizoen komt het ganse BVN-poolteam hier verliezen. Terug de hoofdstraat in, verder oostwaarts, en kom je eerst voorbij een serie bar’s waar wij enkel komen poolen. 

 

Tot aan Anja’s Bar, al meer bezocht door enkele Brass Monkey-ers wegens een aantrekkelijke zaakvoerdster. Doch de meesten gaan liever iets verder naar het tweede etablissement van deze dame : d’Ayethi Bar. Ze is (mogelijk was) gehuwd met een Italiaan, vandaar deze vreemde benaming. En alhoewel een open bar, zeker onder de noemer ‘louche’ te plaatsen. Veel te veel diensters dan nodig die je bovendien ongevraagd een korte nek- en schoudermassage komen geven in de hoop op meer. Vooral onze Hollanders, onder leiding van Jan, komen hier graag. Maar ook hier slechts een lichte bedreiging voor de Brass Monkey, telkens een ongevraagde massage krijgen is ook niet alles nietwaar? Voor de rest zijn de resterende kroegjes in Nern Plub Waan de moeite niet waard om te vernoemen wegens geen extra aantrekkelijkheid voor ons veeleisende <farangs>.

 

Heb je ook de parallel lopende soi Kao Noi. Een kleine vijfhonderd meter vanuit het spoor komt de eerste airco-bar : de Darkness Bar. Een groot terras waar je zittend in designmeubelen onder grote plafondwaaiers kan afkoelen met een ijskoud biertje terwijl je het drukke straatleven bekijkt. Indien gewenst met aantrekkelijk gezelschap maar dat is minder interessant voor gehuwden en samenwonenden – je kan zelf ook gezien worden natuurlijk. Daarom heeft deze zaak tevens een gesloten deel – eigenlijk zoals in Europa : met ramen en deuren doch met verduisterd glas. En uiteraard airco en veel te veel diensters. Kan je gratis poolen, is er muziek en televisie. De weinige keren dat ik hier kom merk ik ook meestal een Brass Monkey-er op … .

Tweehonderd meter verder is er de Paradise Bar. Kleiner dan de vorige maar veel zwoeler. Kom ik nooit maar ik zie dikwijls voor de deur bekende bromfietsjes staan. Weer honderd meter verder is er de GoGres Bar. Gesloten bar, serveersters bij de vleet, muziek en televisie maar geen pooltafel. Doch aan poolen denk je hier niet – als je snapt wat ik bedoel. Hier kom ik graag tijdens Son Kran (het Thaise nieuwjaar) wegens de heel speciale kledij die ze dan dragen. Of zou dat komen omdat iedereen er dan doornat bij loopt? 

Een eind hier voorbij -en je passeert ongeveer een tiental niet-noemenswaardige kroegjes- is er aan de rechter kant de Starlight Bar.   Open, niet louche en spotgoedkoop bier. Vooral dat laatste is aantrekkelijk voor de Hollanders – doch er zitten nog veel meer Engelstalige ‘cheep Charlie’s’. Hier vlak over is de PJ Bar. Open en een beetje de stijl van de Brass Monkey Bar wanneer Malcolm, de Australische chef, er wat meer kleur zou inbrengen zoals Jack’s oranje. Bovendien is hier een zwembad doch te weinig dienend personeel om je te vergezellen.

 

Vervolgens rij je een eind door en kom je op Kao Thalo. Aan het kruispunt heb je aan je linkerzijde de Kik Bar. Belgisch management, een enorm aantal serveuses, pooltafel en vaak feestjes – dan kom ik er graag wegens de uitbundige sfeer. Daar vlak naast zit een soortgelijke bar waar ik nog nooit kwam maar mogelijk zitten hier regelmatig stamgasten van de Brass Monkey, ik hoor ze er toch dikwijls over praten. Beetje verder door krijg je de Bird Cage. Grappig kroegje, airco, pool, dames, koud bier. 

Verder dwalen kan je naar de Jungle Bar brengen, een bar zoals ze hier allemaal waren twintig jaar geleden. Primitief barakje in hout met asbest dakbedekking, veel planten en dus insecten (en af en toe wat reptielen), toilet is waarschijnlijk een gat in de grond en er lopen enkele Thaise dames rond die geen woord Engels praten. Daarom blijf je hier wat langer plakken, het duurt lang eer ze begrijpen wat je besteld en wanneer je een conversatie probeert op te zetten ben je helemaal uren bezig. Roel komt hier graag, zeker weten.

Een andere straat die parallel loopt met Nern Plub Waan is Siam Country Road. Hier situeren zich enkele kroegen waar ik van weet dat er Brass Monkey-ers komen. De Joy-Joy Bar onder andere. Of de Butterfly Bar. En in het hoogseizoen schieten de nieuwe bars hier als paddestoelen uit de grond om enkele maanden later weer te sluiten. Westers optimisme dat door Thaise leepheid in de grond wordt geboord. Rij je hier iets verder landinwaarts heb je nog enkele notoire bars. De Black Pearl Bar waar je door de aanwezige dames muntstukken kan laten opduiken uit het zwembad. Ik zie de aantrekkelijkheid er niet van in maar weet dat een enkele stamgast van Jack hier zowat maandelijks komt. La Guinette – een soort Thaise tuin inclusief parasols uit gedroogde palmtakken en met zwembad. Frans management dus onze Nederlanders en Britten zie je hier niet want daar hebben ze nog een grotere taalbarrière mee dan met het Thais. Maar al deze instellingen zijn me veel te louche, ik ben er geweest maar het zegt me verder niks – in tegenstelling met velen in de Brass Monkey Bar.

 

Tussen de drie parallelwegen liggen talloze kleine <soi’s>. En ook hier enkele, en dan voornamelijk airco gekoelde, etablissementen. De Golden Gate Bar bijvoorbeeld. Maar de prijzen voor bier en andere zijn zo hoog dat weinig expats zich naar hier begeven, deze bar moet het hebben van domme toeristen. Ze rekenen zelfs twintig baht per poolspelletje aan, de dieven ! Dan liever naar de Ying Bar. Duits management of beter gezegd, Beiers. Dus af en toe een soort ‘Tiroler’-muziek om van je barstoel te vallen en dan opletten dat je niet word geholpen door een katoey. Alhoewel soms nauwelijks merkbaar moet je ervan houden natuurlijk. Ik verdenk Leen ervan hier veel te zitten. De Aqua Demi Bar ligt ook al in zo’n kleine zijsteeg. Prachtig ingericht, veel vrouwvolk, ijskoud bier aan redelijke prijzen en een buitendeel met groot zwembad en zonneweide. Maar daar liggen alleen de toeristen in, ervaren expats als wij mijden de zon. 

Zelf ga ik het liefst van al naar de Top Cool Retreat Bar, in de volksmond de Coolbar. Ik ben er zelfs een soort meubelstuk geworden, ik hoef niet te bestellen want de “beer Sing” staat al klaar voor ik binnenkom wegens de talloze camera’s die her en der hangen zodat ze zien wie er op komst is. En leuk is dat de dames mij hun mails en messages van hun talloze <ti raks> laten lezen annex beantwoorden. Gratis poolen, meestal goede muziek en leuke stamgasten ook (voornamelijk Schotten wiens dialect ik nauwelijks begrijp). Maar af en toe verzeilen hier ook Brass Monkey-ers. Nietwaar Daan, Leen, Marcel, Jack, Nico, … ?

Zoals je merkt, Jack moet opletten want er is concurrentie. Alhoewel, de sfeer in de Brass Monkey is dusdanig goed dat die door geen enkele andere bar wordt benadert zodat we met z’n allen onze meeste tijd hier besteden. Nogmaals, wat heb je nu aan ongevraagde openbare massages ? Of aan de onverhoopte aandacht van een twintig jaar jongere fee die je enkel aantrekkelijk vind vanwege een goedgevulde portemonnee ?

Het bier is hier goed koud, er zijn voldoende ventilators, de muziek is ok, het poolen gratis. En fantastisch personeel, een uitzonderlijk iets in gans Thailand. Bovendien went zelfs een Belg als ondergetekende aan het overvloedige oranje. Alleen, Jack : zou een zwembad misschien geen slecht idee zijn ?

De Inquisiteur

 

Karakters

 

Vrienden, familie, kennissen en anderen op het oude thuisfront vragen zich dikwijls stiekem af wat wij hier de ganse dag uitspoken. Daarbovenop fantaseren velen zich daar grote erotische taferelen bij. Weinig of niks van aan in dit cafe, de meesten hier in Nongprue zijn brave mannen. Aan de toog hoor je de verhalen van wat ze tijdens hun afwezigheid in de bar hebben uitgevoerd en da’s soms wel eens louche maar meestal doodnormaal. Ook afhankelijk van hun afkomst, een Fries gedraagt zich anders dan iemand uit Finland, een Belg denkt totaal verschillend dan een Amerikaan, een Australiër redeneert anders dan een Canadees. Om van de Engelsen maar te zwijgen, da’s een ras apart. Ik kan dit staven aan enkele voorbeelden, de namen zijn fictief en indien er gelijkenis is met bestaande personen is dit puur toeval.

Zo is er David, een rasechte geboren en getogen Fries. Daar is het meestal koel en winderig en in de winter erg koud. Hier in Thailand presteert hij het om bij 35 graden te fitnessen. Geen hond die dat hier in zijn hoofd haalt maar David is een karaktermens. Zijn tweede grote hobby is poolen, maar daar hij heeft totaal geen kaas van gegeten, leep als een Fries zorgde hij ervoor dat hij kapitein van het team kon worden. Derhalve speelt hij nu in competitie en heeft hij naam en faam over gans Nongprue doch om andere redenen dan hij denkt. David zie je nauwelijks in de red-light districten, maar dat kan zijn omdat de prijzen voor bier iets te hoog liggen naar zijn Friese maatstaven.

Heb je het groepje ‘off-road’ rijders. Bestaande uit Peter, een Belg + Daan en Leen, beide Hollanders maar, belangrijk, van boven de Moerdijk. Hebben ze zichzelf ieder een motorfietsje aangeschaft, zo’n lelijk ding weet je wel, veel te hoog en te lawaaierig. Bovendien bezitten ze van die speciale pakken en beschermingsstukken wat ze tot een grote attractie maakt wanneer ze doorheen Nern Plub Waan tuffen op weg naar het cafe. Want dat het cafébezoek de hoofdzaak van hun activiteit is hoeft niet worden gezegd, alhoewel ze dat met z’n allen ten stelligste ontkennen. Heeft Leen dan maar een camera gekocht en filmt hij hun off-road avonturen. Niet beseffende dat iedereen nu kan zien wat een geknoei het is. Meestal beelden van een omgevallen rijder, vaak iemand die zich vastgereden heeft in een modderplas, of iemand die de ander aan het duwen is wegens motorpech. En veel beelden dat ze met zijn allen uitgeput aan de kant van de weg liggen met rode hoofden en uithangende tongen. Deze mannen – buiten de Belg – zie je nauwelijks in de rosse buurten wegens te moe. Of te dronken. 

Totaal anders is de tijdsbesteding van Marcel, ook al een Hollander. Als zelfverklaard levensgenieter gaat hij vaak op stap doorheen dit prachtige land, verblijft dan enkele dagen op een tropisch eiland of in een leuke stad. Of trekt naar nabij gelegen strandjes die toeristisch minder bezocht zijn – en dus goedkoper. Doch Marcel is meestal nooit alleen als je begrijpt wat ik zeggen wil. Hoe hij het doet snap ik niet, maar regelmatig is hij in gezelschap van een autochtone. Als gids ? Als tolk ? Marcel beweert wel dat hij Thais praat maar wanneer hij in deze fonetische taal wat besteld aan de toog krijgt hij meestal iets anders dan wat hij vroeg. Wat niet uitsluit dat hij altijd veel later huiswaarts trekt dan ‘wat zijn bedoeling was’. Marcel durft wel eens naar het red-light district te gaan, maar consumeert dan dusdanige hoeveelheden alcohol dat hij de volgende drie weken thuis moet zitten.

Van de niet Nederlandstaligen weet ik minder doch er is bijvoorbeeld Chris, onze Fin. Computerfanaat – of moet ik ‘nerd’ zeggen. Volgens zijn verhalen heeft hij het hierdoor altijd bijzonder druk, maar hoe te verklaren dat hij dan in staat is om drie maal wekelijks pool te spelen ? Of om op alle feestjes aanwezig te zijn ? En ondanks zijn vrouwtje hem voortdurend in de gaten houdt blijft hij meestal hangen tot ver na sluitingstijd. Nu ja, waarschijnlijk bevestigd hij het cliché dat wij Belgen over Scandinaviers hebben. Er is ook Eddy, een Australiër en eersteklas pooler. Ondanks een hoog bierverbruik blijft hij secuur spelen tot het einde. En denkt hij hierdoor populair te zijn maar ik weet beter. Met z’n allen zijn we stik jaloers en we verdenken hem ervan om ganse dagen elders te gaan oefenen, uren per dag. En da’s nu net tegen de principes van expats – je moet de dingen zijn beloop laten. Hun gewoontes aangaande de louche bars ken ik niet, mogelijk houden ze het verborgen, ik zie ze er wel voor in staat.

Terug naar een Hollander. Jan bijvoorbeeld. Ik weet (nog) niet waar die vandaan komt, maar bureaucraat tot in de nieren. Organiseren, noteren en commanderen, dat zijn de geliefde bezigheden van Jan. Af en toe is hij secretaris van de een of andere notoire club en ik moet opletten dat hij de poten niet vanonder mijn ‘penningmeester-stoel’ zaagt. Jan zie je wel regelmatig in de meer louche bars. Enfin, in eentje, de Anja-bar hier wat verder in de straat. Maar da’s niet voor al dat vrouwelijk schoon, wel voor het feit dat hij direct de computermuis verovert en chef van de muziek kan zijn. Jantje Smit, Borsato, De Nijs en anderen schallen dan tot ver na middernacht doorheen de bar, Jan trekt zich niks aan van de verbaasde gezichten van Engelsen, Amerikanen en Thai. Jan is standvastig.

Heb je ook Obama. Amerikaan, blank, overtuigd republikein en een Texaans accent dat je nauwelijks begrijpt. Met een ongelooflijke lichaamstaal, je zou er angst van krijgen. Maar wat die overdag uitspookt is niet te achterhalen, hij is en blijft mysterieus. Hij schijnt in een vorig leven wat met security te maken gehad hebben dus vermoed ik dat hij de muy-Thai school (Thaise kickbox), de karateclub en de taekwondo dojo bezoekt om zijn conditie te onderhouden en zijn technieken te verbeteren. In ieder geval, een mens om te respecteren en daarom geen insinuaties aangaande mogelijke liederlijke gewoontes.

Heb ik nu iedereen gehad ? Bij lange na niet, er frequenteren een heleboel karakters in de bar. Nico bijvoorbeeld, zelfverklaard slangenpakker maar niet in staat om zich zelfstandig te verplaatsen. Krijg je hilarische toestanden wanneer zijn taxi netjes op tijd arriveert op het afgesproken uur net wanneer hij een nieuwe 33cc heeft besteld – zijn laatste en dus met moeite te legen. Zit meestal in ‘Hollandse’ cafe’s omdat zijn taxi nauwelijks kan parkeren in Sin-City. 

Of Gerard. Nederlander, jawel, maar die mens zit zo gecompliceerd in elkaar dat ik er kop noch staart aan krijg. Geen idee van wat die overdag uitsteekt. Nu ja, de komende tijd wel want hij gaat verhuizen en da’s in Thailand een leuk iets. Moet hij de boze geesten uit z’n nieuwe stek laten verjagen of z’n Thaise en dus bijgelovige vriend komt niet mee, zeker weten. Gerard is een man met stijl en frequenteert de meer respectvolle ‘mannen-lounches’.

De grote chef in het geheel, Jack, is een gans ander verhaal. Bezig bijtje, dat wel. Maar eigenzinnig. En wel vaak in de red-light districten en louche bars te zien. Te veel om hier te beschrijven en dus daar besteed ik later wel een afzonderlijk blog aan. Eerlijkheidshalve, ik ga regelmatig met hem op stap. Echter – om hem in de gaten te houden.

Ondanks al die karakters en eigenaardigheden heerst er een enorme tolerantie en grote gemoedelijkheid in de bar. Hollands gezellig, Belgisch Bourgondisch, Engels humoristisch, Thaise <mai pen rai>. Geen betere kroeg te vinden, het is nauwelijks de moeite waard om af te zakken naar de meer erotische kanten van Thailand.

De Inquisiteur

Stamkroeg

 

Na zowat 8 jaar ronddolen in de straten van deze zuid-oost Aziatische gemeente kwam ik ongeveer een jaar geleden voor het eerst in deze bar. Jawel, bar, want het woord cafe, of kroeg, of herberg kent men in deze contreien niet. 

Maar laat ik de bar situeren om verwarring te voorkomen, want in alle advertenties en op deze website staat overal het gênante Pattaya. Een dikke leugen, want de bar bevind zich in Nongprue. Zowat 125 km ten zuiden van Bangkok, 250 km ten westen van Cambodja en een kleine 5 km ten oosten van Pattaya. Tussen het hedonische Pattaya en Nongprue ligt een soort snelweg, de Sukhumvid Road en da’s een barrière van jewelste voor de meeste toeristen en zelfs voor de expats die aan de overzijde wonen.

Door deze barrière wordt deze kant ook wel eens smalend de ‘Darkside’ genoemd vanwege het verschil in verlichting, straatverlichting is hier nauwelijks of nutteloos en tot ongeveer een jaar of vijf geleden zag je hier geen neonverlichting maar daar begint stilaan verandering in te komen. Gelukkig is het publiciteitsbord van deze bar op het niveau van de openbare verlichting : te weinig lampen en nauwelijks kleur dus te verwaarlozen. 

De bar wordt gerund door, nu moet ik oppassen, Su, gade van Jack en die is Hollander maar Su heeft weinig invloed op haar <ti rak>’s nukken. Van in het begin, iets langer dan een jaar terug, zette Jack zijn wil door. En was het lachen geblazen met alle praktische problemen die opdoken : toiletproblemen, koelkast problemen, bierproblemen, snackproblemen, televisieproblemen, personeelsproblemen en toen het regenseizoen begon waterproblemen.

Voor Jack geen probleem, hij zette door en onderzocht telkens het toilet wanneer je er iets te lang naar zijn zin verbleef. Sukkelde met televisieschermen als geen ander tot hij HD ontdekte. Foefelde met de televisiekanalen en providers, knoeide met internetaansluitingen, en vooral, knoeide met verf als geen ander. Oranje. Jawel, knaloranje. Je kan geen kant opkijken of je ziet oranje. Klanten hebben een oranje waas door de verlichting (Chinese import, led noemt hij dat) welke hij kan instellen maar meestal op, jawel, oranje laat staan. Verzamelde (eigenlijk doet hij dat nog steeds) oranje items tot je er gek van wordt.

Wanneer de straat van midden september tot einde oktober in een rivier veranderde bleef hij vrolijk optimistisch : het begon telkens pas rond 19u te regenen en de klanten waren veroordeeld voor een verblijf tot ver na middernacht vooraleer het water wegtrok. Wekenlang waadden de poolspelers, darters, toogplakkers en andere zuiplappen doorheen kniehoog water met hun motorfietsje doch gelukkig geen ongevallen. En niemand hoeft zich hier iets aan te trekken van geboden en verboden inzake alcoholverbruik of helmplicht, hier slaapt de politie rond die tijd. 

En kon Jack zich met andere problemen gaan bezig houden. Er leven hier meer Angelsaksen dan Hollanders en Belgen bij elkaar dus moest hij wat ondernemen om de eilanders te behouden. En bracht hij de Premier League live op de televisieschermen en was hij veroordeelt tot kiezen van welke wedstrijden uit te zenden. Door zijn internet-avonturen kreeg hij zijn landgenoten op z’n dak want die zijn ook niet op hun mondje gevallen. Besluit : televisieschermen erbij. Iedereen gelukkig, weer vaste klanten erbij. Zo loste hij ook nog een ander probleem op : de poolteams heeft hij netjes verdeeld, een soort internationaal team en het BVN-team ofte het Beste van Vlaanderen en Nederland, analoog naar een bekende televisiezender hier die niks anders dan bullshit uitzend. Dropte hij nog een ploegde vogelpik erbij en klaar was Kees, nu ja, Jack.

En zo werd dit mijn stamkroeg. Het eerste argument was dat de toiletten altijd proper zijn integenstelling met de rest van Thailand. Hij kreeg zijn bier koud ondanks dat de temperaturen hier ongeveer altijd boven de dertig graden blijven hangen. Hij vond een muziekkanaal dat iedereen slechts een beetje enerveert. Af en toe trakteert hij ons op een live-muziek optreden. En laat hij (spijtig genoeg) de Engelsen karaoke zingen bij de diverse feestjes maar nu ook die mannen content. 

Ik kom hier ook graag vanwege het internationale karakter. Onverstoorbare Engelsen – onderverdeeld in diversen als Schotten, Welshmen en andere soorten want iemand van Manchester praat gans anders dan iemand uit Liverpool. Uiteraard blufferige -maar goedhartige- Hollanders en die heb ik ook leren onderverdelen want helemaal niet gelijk hoor : Amsterdammers, Brabanders, Limburgers, zelfs een zeldzame Fries. Geloof me, totaal andere karakters ! En het verschil tussen “onder de Moerdijk” en “boven de Moerdijk” – Nederlanders is groot. 

Luidruchtige Amerikanen. Immer vrolijke Australiërs. Wereldvreemde Canadezen. Droge Scandinaviers. Thai ook natuurlijk, maar meestal van het vrouwelijke geslacht. En uiteraard, zoals ondergetekende, enkele schuchtere Belgen. Duitsers, Fransen, Russen en andere schooiers komen er niet in maar dat heeft meer met Jack’s beperkte talenknobbel te maken dan wat anders.

Zo krijg je een echte internationale vriendenkring maar als zachte Belg is dat soms lastig. 

Ik begin met een paar Hollanders : Daan, beer van een vent maar die was in een vroeger leven tandarts en daar heb ik het niet mee. Of Leen, die lijkt op een vroegere maffiabaas die ze ontslagen hebben wegens te goedhartig. Of David, een Fries hoehoe. Of Gerard, ik weet niet waar die vandaan komt. Of Aad, ook al een beer van een vent. Of Roel, ik geloof een Groninger – wat dat ook betekenen moge. En de meeste van hen beweren dat ze kunnen poolen doch dat heb ik onder het begrip ‘lefgozerij’ geplaatst.

Bij de Engelsen zit ook wat hoor. Was er Steve maar die is ondertussen verdwenen. Neville, maar ondanks dat ik redelijk goed Engels praat begrijp ik de ballen van wat hij zegt. Of onze Fin, Chris – die praat geen Engels maar Amerikaans. Enkele Australiërs ook zoals Eddy, maar die speelt beter pool dan ik dus praat ik er weinig mee. Hebben we nog Obama (echt, zo heet hij !), een Amerikaan vanuit het zuidwesten van de USA en geen vriendjes met zijn naamgenoot. Ach, zo kan ik nog uren doorgaan en eigenlijk heb ik er nog veel meer commentaar over maar daar besteed ik nog wel eens een karakterblog aan.

Feit is dat ik van ze gaan houden ben, allemaal levensgenieters als ik. Die niet kijken op een biertje en dus na een litertje of vier net zo accuraat pool spelen als ik. En allemaal geven we Jack voldoende complimentjes over de bar zodat hij lekker over de boeg blijft komen.

Ondanks dat ik wel eens Belgisch voetbal op zijn televisie wil zien. Of ik graag zou hebben dat hij eens van muziekkanaal verandert, ik ken de volgorde van de liedjes zowat van buiten nu. En dat hij wat minder oranje zou gebruiken bij de inrichting, ik heb altijd een licht hoofd wanneer ik de zaak verlaat. Maar dat kan ook van de Singha-biertjes zijn … .

De Inquisiteur