Regen

Het is weer zover. Het hoogtepunt van het regenseizoen is daar. Vakantiegangers zie je nauwelijks en veel expats maken gebruik van de lage prijzen om snel een over-en-weertje te maken naar het oude vaderland. Zodoende is het hier erg rustig, de Inquisiteur vind de maanden september en oktober de beste wegens de relatieve rust die er heerst. Jack, onze kroegbaas, hoopt op veel regen in de avonduren – dan wordt de straat voor de bar een woeste rivier en zijn we gedwongen om te blijven hangen tot ver na middernacht tot het water weer is weggetrokken. Doch er zijn nauwelijks klanten, vaste waarden als David de Fries, Peter-de-Eter en anderen zitten zoals eerder vermeld rond hun oude kerktoren. Daan en Leen komen wegens de lagere temperaturen nauwelijks aan drinken toe, nu ja, ze consumeren op de helft van hun normale vermogen. Do, Aad en de Engelsen behouden hun gewoontes doch kijken angstig uit naar die verrekte middernachtelijke bui zodat hun verdere avonturen in gevaar komen wegens geen bootje ter beschikking.

 

Soms, net als nu, blijven de wolken enkele dagen hangen en zakt de temperatuur overdag naar achtentwintig en ‘s avonds naar vijfentwintig graden – zalig voor een paar dagen. De bewolking maakt ons energiek, tuinen worden onder handen genomen, karweitjes opgeknapt, sommigen gebruiken terug hun ‘free-lifetime membership card’ en gaan weer naar de gym. Kortom, het lijkt wel op een zomer in de Lage Landen.

Barbecuen is echter wat lastiger, een korte hevige bui kan roet in het eten gooien. Naar strand gaan idem dito net als het bijwonen van manifestaties – die zijn er deze twee maanden nauwelijks.

 

En wat geen enkele ervaren expat doet is op stap gaan in Thailand tijdens de moessons. Verraderlijke wegen, overstromingen, hoosbuien waardoor je geen hand meer voor de ogen ziet. En het reeds idioot/gevaarlijke rijgedrag van de Thai wordt nog eens tien maal erger.

Maar de Inquisiteur laat zich niet snel uit het lood slaan, en hopla, daar ging hij. Met een tochtje van 850 km voor de boeg besloot hij om zes uur ‘s ochtends te vertrekken maar dan moet je wel een wekker zetten. En dat was ook buiten het organisatievermogen van de passagier gerekend. Eerst naar de markt, <pla, pla muk, kun en poe> halen (vis, inktvis, scampi’s en krab). Zodoende werd er anderhalf uur later dan voorzien vertrokken maar ja, een beetje sneller rijden kon de schade beperken. 850 km, dat doe je toch op negen uur ?

 

Een uurtje verder kan je merken dat het microklimaat van Pattaya inderdaad droger is – hier vlak voor Bangkok begint het te hozen als een waterval. De Thai gaan op de remmen staan doch blijven echter vrolijk op het rechter rijvak bollen (dat is hier het ‘snelle’ rijvak) en zodoende heeft de Inquisiteur twee uur nodig om tot voorbij <Khrungthep> (Bangkok) te geraken. Saraburi en Korat (Nakhon Ratchasima) zijn nog erger. De snelweg heeft slechts nog een enkele rijstrook ter beschikking, de rest staat vol met 40 cm hoog water. Khon Kaen en Udon Thani gaan nog maar eens de ‘snelweg’ verlaten krijgen we modderwegen. Een dikke rode brij, veroorzaakt door de traktors, de ossekarren en ander ongedierte. En diepe, diepe kuilen. Honderdvijftig kilometer lang lijken we wel ergens in midden-Afrika te rijden. 

Veertien uur later arriveren we in een onooglijk klein dorpje, onze eindbestemming.

De terugweg, een week later, is iets beter. Doen we twaalf uur over de 850 km. En hier in Nongprue is het droog, schijnt de zon.

 

Maar dat is slechts schijn. Moessons hou je niet tegen, dat is als wintersneeuw in de bergen. En weer een week later komen de regens nog harder aanzetten. Een gordijn van water, je ziet geen hand ver. Straten lopen onder – hier in Nongprue, maar ook in het zogenaamde moderne Pattaya. Beach Road, waar toeristen tien op de twaalf maanden over flaneren in de zon, is omgetoverd in een open riool. Zelfs het strand spoelt weg. Second Road, soi Bua Kao, Klang, Pattaya Tai en andere toeristische hotspots idem dito – onbegaanbaar en onberijdbaar. Ieder jaar weer leggen ze nieuwe riolen en maken ze plannen om overstromingen te vermijden maar zelfs de hulpdiensten kunnen sommige wijken niet meer bereiken.

 

En met al die regen en vochtigheid komt er nog een fenomeen boven. Muggen. Met miljoenen zijn ze. Heerlijk gedijend in het warme, vochtige klimaat van deze tijd. Je kan nergens zitten, staan of lopen – je word gestoken. Tijdens het karweien, het poolen, bij het eten, zittend op je terras, aan de toog hangend, voor tv verpozend, bij het slapen. En geloof de Inquisiteur maar – al die cremekes, zalfkes, wierook of ander brandend spul, het helpt niet.

 

Nu ja, nog een dikke maand en we zijn weer weg voor zes maanden van droogte en zon.

De Inquisiteur

 

Nostalgie

Als Inquisiteur moet het me van het hart : mijn dorp is aan het veranderen. Nongprue gaat mee in de vaart der volkeren en waarschijnlijk nog sneller dan in de meeste delen van de wereld. Gestuwd door een al dan niet verantwoorde economische groei in zuidoost Azië en nog sneller wegens aangrenzend bij het zichzelf kosmopolitisch noemende Pattaya gaat het snel, veel te snel. Snorrend op mijn motorfiets valt het nog meer op. Er wordt gebouwd, er komen talloze handelszaken bij, wegen worden heraangelegd en er komen nieuwe straten bij. Straatverlichting wordt geautomatiseerd, neonreclames verschijnen bij de vleet. En het plattelandskarakter verdwijnt.

 

Toen ik, ongeveer drieëntwintig jaar geleden, voor de eerste keer in deze contreien verzeilde was dat eerder uit avontuur. En wegens minder eerbare redenen, mensen die hier destijds al woonden wisten enkele louche kroegen en die moesten worden bezocht. Weinigen durfden het aan : je begon met een wankel oud brommertje te huren, onverzekerd tot en met maar dat wisten we toen niet. Om vijfhonderd meter verder, je was niet eens van Beach Road tot op Klang geraakt, stil te vallen. Lege tank maar geen indicator. En een benzinestation vinden was lastig. Vervolgens reed je naar een enorm drukke weg, Sukhumvit Road, toen een simpele rijweg met twee rijstroken doch chaotisch en levensgevaarlijk. Om een idee te geven : het duurde meer dan vier uur om van Bangkok tot in Pattaya te geraken, iets waar je nu een uurtje en een kwart voor nodig hebt. In die jaren kwamen de eerste verkeerslichten te voorschijn maar geen Thai die er rekening mee hield. Krakende bussen beschilderd met kleurrijke taferelen reden op het verkeerde rijvak, dertig jaar oude vrachtwagens met een houten laadbak en mooi beslagen blik op de carrosserie boorden zich al toeterend doorheen de pick-up trucks, de sidecars en de honderden motorfietsen. Er liepen ook nog stootkarren en buffels tussen – in plaats van fietsers want die waren er toen nog niet. Voetgangers werden beschouwd als zelfmoordenaars.

 

Die weg was dan ook een barrière, letterlijk en figuurlijk. Pattaya stapte net op de trein naar moderniteit maar aan de overzijde was Nongprue nog ruraal Thailand. Asfalt of beton was zeldzaam en vanaf de spoorweg werd het een simpele zandweg. De weinige huizen, meestal nog in hout, hielden op vanaf het spoor. Kokospalmen, bananenbomen, ananasplantages, rijstvelden, kleine poeltjes en veel groen waar tussenin vreemde soorten buffels graasden. Je hoorde de kikkers kwaken na een bui, je zag exotische vogels nesten bouwen. Regelmatig kwam je een olifant tegen die even zonder zijn mahout op stap ging. Vriendelijke plattelanders in traditionele kledij met de altijd aanwezige glimlach. Of zag je een slang op de weg liggen, die beesten kwamen ook in aanvaring met de moderne tijd en sneuvelden massaal door het opkomende autoverkeer.

 

Maar het was toen al geweten : dit gaat veranderen. Wij gingen op stap net na de middag en ons eerste doel was het Dao Resort. Zonder uitzondering dachten we met z’n allen dat de eigenaar, een Fransman, gek was. Wie bouwt er nu zulk een mooi resortje in het midden van niets ? Toegegeven, men was al enkele villages aan het bouwen in de buurt. Gezellige spullen en spotgoedkoop, gericht op buitenlanders die het milde klimaat en het goedkope leven opzochten. Toen al. Dao Resort had ook een restaurantje waar je voor een euro of drie (toen waren het nog Belgische franken en Nederlandse guldens) lekker westers peppersteak, salade en frietjes kon eten. Gezellige omgeving, zwembad en buiten eten, wat moest een mens nog meer? Wel, achter het hotelgedeelte was ook een bar, Dao Bar. Ons tweede doel, het pintelieren kon aanvangen.

 

Na een uurtje of zo, er waren toen nauwelijks pooltafels, trokken we verder. Nog dieper de rimboe in. Wanneer het regende, en dat kan wel eens in de maanden juli of augustus, een hele onderneming. Want nu was er niks meer dat op een wegbedekking leek. Een zandweg vol kuilen en diepe plassen. Indien de zon scheen, nog waarschijnlijker dan regen, zag enkel diegene die als eerste reed wat voor zich uit. De rest was in een stofwolk gehuld. Geen nood echter, we genoten even veel van de rit als van het cafébezoek. 

Een eind verder op wat nu Siam Country Road heet, was er nog een kroeg. De Butterfly Bar. De naam alleen al. Pleisterplaats voor hooghartige golfers die hun gades wijs maakten dat ze tot vlak voor zonsondergang zouden spelen, maar zich vervolgens rond dertien uur in deze kroeg begroeven om zich aan een bacchanaal te zetten. Zij waren de stamgasten en ze tolereerden toeristen als wij nauwelijks. Tot hun partners wat plaatselijke roddel opvingen en zich op een dag rond twaalf uur installeerden in de Butterfly. De bar overleefde die middag nauwelijks en is sindsdien gedegradeerd, enkel hardliners komen er nog.

 

In de loop der jaren breidde Nongprue, in Pattaya smalend de Darkside genoemd, uit. Er werden nog veel meer villages gebouwd en er kwamen winkels bij. Zelfs een soort taxidienst, pick-up trucks maar hier in het rood om het verschil met de Pattayaanse taxi’s te kunnen zien en die vertragen nog steeds alle verkeer op de spitsuren. Kroegen verschenen bij de vleet, velen verdwenen net zo snel. Kwam er zelfs een ‘bruin cafe’ op de proppen. De Lucky Time bar. Op en top Hollands, hotel, restaurant en cafe. De eerste jaren in Thaise traditie, geen ramen en deuren tot de eigenaar besloot om er een airco-gekoelde zaak van te maken. En hup, plots was er ook koffie te verkrijgen, enigszins drinkbaar want in de rest van Thailand was dat tot voor de eenentwintigste eeuw een soort afwaswater. De zaak bestaat nog steeds.

 

Vele avontuurlijke farangs zagen brood in de Darkside. Spotgoedkoop een zaakje openen en zie, de destijds economische hoogdagen in het westen zorgden voor een stroom toeristen en expats. Het huren van een motorfiets was nu veel makkelijker en ook de Darkside bloeide – in het donker. Wie het aandurfde om ‘s avonds te komen kreeg de schrik van zijn leven. Van het fel verlichte Pattaya stak je de nu zestig meter brede Sukhumvit over en moest je vervolgens even wachten. Tot je ogen aan de duisternis waren aangepast. Geen straatverlichting, geen neonreclames. Maar het was al beter dan ervoor. Er kwamen wegwijzers in het Engels. En bleven ze bouwen.

 

Twintig jaar later bouwen ze nog steeds massaal. Er is regelmatig water nu. De elektriciteit valt niet meer met de regelmaat van de klok uit. Internet is menselijk geworden. Zelfs in mijn wijk moeten we de straatverlichting niet meer zelf aanknippen. Af en toe vult men de kuilen in het wegdek op. Lintbebouwing op zijn Vlaams. Er is nu een echt spitsuur, vooral de levensaders van Nongprue, soi Nern Plub Waan, soi Kao Noi en soi Kao Talo veranderen iedere ochtend en avond in een chaos.

Voor spontaan tropisch groen moet je nu een kilometer of tien verder rijden. Handelszaken en kroegen blijven moderniseren, ze hebben nu allemaal een westers toilet. Ik weet nog een bar of twee, drie met een bamboe dakbedekking en een <gat in de grond> maar dat is het. Ze hebben nu overal koud bier. Je krijgt geen diarree meer van de ijsblokjes. Olifanten komen niet meer in de bebouwde omgeving, daar tegenover zie je vaker en vaker slangen die te weinig territorium vinden en zodoende in de woonwijken verdwalen. Door de vercommercialisering hoef je de taal niet meer te spreken, Engels kunnen ze overal en ook de Russen komen al ver met hun koeterwaals.

 

En verscheen er nog een fenomeen : de Brass Monkey Bar. Thais gebouwd want geen ramen en deuren, vloeren op verschillende niveau’s waarbij men nooit een waterpas heeft gebruikt. Maar Hollands onderhouden, altijd netjes en proper. Het bier net iets kouder dan elders. De barstoelen net iets breder voor de gezette westerse mens. Veel meer ventilators dan elders. Een altijd beschikbare lekkere vette hap. En vooral – een hoop plezier met aangename stamgasten.

 

De laatste vernieuwing vind ik OK. Die andere zouden me wel eens aanzetten tot een verhuis. Maar dan moet Jack ginds waar ik ga wonen een bijhuis openen. Ergens in Nong Khai of zo. En word ik penningmeester van het poolteam aldaar.

De Inquisiteur

 

Zelfkastijding

Ieder zichzelf respecterende mens denkt wel eens na over zijn levenswijze, zo ook wij expats. Kwestie van, om het op zijn Vlaams te zeggen, “de kerk in het midden te houden”. Enfin, hier spreken we van <wat> (tempel). 

Thailand, en dan vooral het zuid-oostelijke hoekje waar wij zitten, biedt nogal veel vertier aan en bovendien hebben we een zee van tijd. En is de levensduurte hier een pak lager dan in het barre Europa. Ergst van al, de gemiddelde leeftijd van een expat ligt boven de vijftig. Om niet te zeggen zestig. Dus denk je na want je geest mag dan wel zijn tweede adem gevonden hebben, je lichaam niet.

 

Zo zie je hier gezondheidsfreaks bij vierendertig graden joggen. Levensgevaarlijk want dat doen ze het liefst van al dicht bij huis in de drukke, levendige straatjes vol met chaotisch verkeer. Bandana rond de kop, zweterig T-shirt, veel te slobberige broek met grote zakken want ze moeten geld en telefoon mee, groene sokken en blauwe sportschoentjes en alles in goedkope Chinese namaak van een groot merk. Aan het zonnebrilletje moeten ze meer aandacht schenken of het zakt van hun neus. Na vijf minuten joggen beginnen ze al meer te hobbelen maar dat hebben ze zelf niet in de gaten. Het flesje water dat uit voorzorg werd meegenomen is na een kwartier al leeg.

 

Aanverwant zijn de wielertoeristen. Gekleed als wijlen Pantani malen ze de kilometers af. Op Sukhumvit Road waar dagelijks vijf verkeersdoden vallen. Doch ze houden vol want het is kwestie van gezien worden, zelf zien ze naar niks. Ook niet naar de aanstormende auto’s, de kwakkelende brommers en de wankelende sidecars. Op het einde van hun rit komen ze op het territorium van de joggers : de drukke straatjes van Nongprue waar de cafe’s en aanverwante gevestigd zijn. Vergeet ik nog te melden : net zoals de joggers hebben de fietsers zonder uitzondering een handdoekje in de nek liggen dat na tien minuten al nutteloos is wegens te zwaar zweten.

 

Vervolgens komen de fitness-mensen. Je kan geen verhaal horen aan de toog of ze hebben een ‘life-time’ lidmaatschapskaart van een sportclub. Die worden hier om de drie maanden zogezegd eenmalig goedkoop aangeboden. En vervolgens gaan ze failliet. Behalve Tony’s, de beroemdste en slimste van allemaal. Je kan geen wijk in of er is een Tony’s. Enkele mooie uitzonderingen in Pattaya centrum daar gelaten opent Tony waar hij maar kan. Een overdekte parking. Een schuurtje op het platteland. Een doodnormaal woonhuis. Plaatst er enkele toestellen waar niemand kennis van heeft en hoepla, neem een ‘life-time’ lidmaatschapskaart !

 

Dan heb je de werkers. Voor dag en dauw bed uit en aan de slag. Schilderwerk, muurtje verhogen, vijvertje bouwen. De tuin verzorgen, gras afrijden, palmtakken snoeien. Bewateren met emmertjes in plaats van met een tuinslang. Grond omspitten en bemesten. Bomen planten. Fruit oogsten. Potplantjes aanmaken. Tussen twaalf uur ‘s middags en vier uur namiddag rustpauze, de hitte en zon vermijden. Om dan te herbeginnen, bewateren is hier nodig wegens nauwelijks regen.   

 

Maar ook over het eten wordt nagedacht. Want zowat iedere expat heeft een stamkroeg en die serveren het vaderlandse eten. Dus meestal vettige en groenteloze kost. En zelfs de bekende Thaise eethuizen serveren ‘farang-food’ en daar grijpt de gemiddelde expat toch sneller naar dan naar het gezonde Thaise voedsel. Thuis wordt er boter, spek, eieren en ander ongezond voer verorbert. En liters bier. Dat hebben we nodig om onze vochtbalans op peil te houden. Dus nu en dan schakelen expats over naar gezonde voeding. Kilo’s groenten en fruit tot het toilet verstopt. Thai food tot de pikanterie zijn tol gaat eisen. Massa’s plat water uit dure plastic flessen wegens risicovol leidingwater. Fruitsap tot het toilet weer dienst weigert.

 

Ook slaap is belangrijk. Lastig soms want wij moeten niet uit bed, wij kunnen. Liederlijk nachtleven wordt ingeperkt, we kruipen om <haa toem jen> (drieëntwintig uur) bed in. En laten de wekker de volle acht uur tellen om nadien bij zonsopgang van een gezond ontbijt te genieten, koffie en sigaretten worden een kwartiertje achterwege gelaten. Uiteraard een middagslaapje, een uurtje maar hoor. Om de hitte te bestrijden en om de alertheid te verhogen. Op televisie is er toch niks te zien, we vallen vanzelf in slaap.

 

Nu, ‘wishful thinking’ is mooi genoeg. 

Want de werkelijkheid bij de Brass Monkeyers is anders. Na een biertje of zeven komt aan de toog de waarheid boven. Het was al te vermoeden want de gemiddelde stamgast hier begint al te zweten na een toiletbezoek. Voor ons is matigen gelijk aan zelfkastijding.

Neem nu jogging. De Inquisiteur had al wat vernomen, doch zowel de vertellers als de luisteraar waren toen al beschonken. Daan en Leen joggen. Iedere ochtend zeggen ze ! Tot de Inquisiteur hen eens waarnam op Siam Country Road – deze twee gaan niet in de met bars behuisde straatjes lopen. Daan had nog enkel een stevige stap, lopen was er niet meer bij. Je zag hem afzien, zelfs door de donker getinte ruiten van de auto. Honderdvijftig meter daar achter Leen. Rood hoofd, kromme benen en wankelend. Handdoek uitwringend. Op twee jaar tijd ben ik ze eenmaal tegen gekomen. Joggen noemen ze dat.

Fitness. Ongeveer tachtig procent heeft een lidkaart voor het leven. Bij Tony’s. Maar nog nooit kon iemand zeggen op welke dag, welk uur en hoelang hij “fitness-te”. Laat staan dat ze kunnen uitleggen waar sommige toestellen goed voor zijn en hoe ze te bewerken. Ze kennen wel de merknamen en prijzen van de vele illegale middeltjes die je hier overal kan kopen. Maar nee, ze gebruiken het niet. David, de Fries, is een “fitness-er”. Dan weet je genoeg.

Vreemd genoeg zitten er geen fietsers onder de stamgasten van de Brass Monkey, ondanks het feit dat de bar vol met Hollanders zit. Het zou kunnen zijn dat de financiële drempel te hoog is. Ofwel te gevaarlijk. Want de goedkope fietsen zijn wrakken met erbarmelijke remmen, zonder licht, geen bel. En de goede fietsen met bel zijn peperduur. Doch Daan heeft er eentje, een echte, stoere Hollandse fiets. Hij kwam naar Thailand met ambitie – hij zou het land rondfietsen. Waarschijnlijk te druk met joggen.

De werkers. Doen we allemaal, of beter gezegd, deden we allemaal. Maar op een bepaald moment is je huis in orde, enkel de kleine afwerkingen nog. Doch we moeten onze diverse gades toch de mogelijkheid geven om een beetje op onze kop te kunnen zitten? Dus laten we dat liggen. Tuinieren ? Na enkele jaren weet je dat alles hier groeit als kool. Steek een kale tak in de grond en hij is vertrokken. Zelfs al geef je te weinig water. Zelfs al vergeet je te bemesten. En koi’s voeren is niet zo inspannend. De slimmerds houden kippen – moet je zelfs je keukenafval niet meer buiten zetten. Gerard is zo iemand. En Nico. En ja, ook Daan weer. Heb je Bob. Die heeft al wekenlang hetzelfde verhaal aan de toog : hij moest het kapotte achterlicht aan zijn motorfiets herstellen. Is hij nog met bezig.

Slaap is niet ons grootste probleem. Als eerder vermeld, wij moeten het bed niet uit. Dus blijven we wekelijks wel enkele keertjes hangen tot ver na middernacht maar de gezonde acht uur slaap halen we wel. De rest van de dagen zijn we uitgeteld voor negen uur ‘s avonds, de dorst komt hier erg vroeg opzetten nietwaar. En volgens de toogverhalen maken wij geen middagslaapjes. Wij dutten weg. Voor televisie, in de tuinstoel, in de hangmat. 

Voeding is wel een probleem. Negentig procent heeft hier een serieuze pens. Het zit in de genen. Het is erfelijk. Is makkelijk weg te werken, wacht tot ze tijd hebben. Maar wat is er nou heerlijker dat een stevige portie sate’s ? Of dikke vleeskroketten ? Frietjes ?Mayonaise ? Overgoten met het nodige vocht – bier. Gelukkig kopen de serveuses nogal makkelijk aan de mobiele eetstalletjes. Eten we onze portie gezond maar onbekend fruit.  

Matigen met bier doen we ook. Je ziet het meer en meer op de maandagpool : we beginnen met een kop koffie. De hardliners, ook ondergetekende, bestellen vervolgens en tot grote verbazing van de serveuses een sodawater. Om pas driekwartier na aankomst over te gaan op bier. Een hele verbetering tegenover enkele maanden geleden ! Daarbovenop drijven we de zelfkastijding nog op. Sommigen toch. We gaan gewoon niet naar de stamkroeg, we blijven thuis. Ondergetekende is dan alcoholloos tot en met – tenzij de buren gaan buiten zitten, je moet toch blijven integreren he. Daan, Leen, Gerard, noem maar op – verraden zichzelf door de moderne technieken, ze plaatsen foto’s van hun thuisactiviteiten waar je zonder uitzondering de bierflessen mee ziet op staan. Of betrapt de Inquisiteur ze : hun brommertjes staan voor een gekend cafe. Terwijl ze me niet opbelden.

 

Neen, niet overdrijven met gezond doen is hier de boodschap. In dit klimaat is het zelfkastijding.

De Inquisiteur

De Engelsen

De Brass Monkey is een internationale instelling, een mens zou door al dat oranje gedoe, het frituur eten en het iets zwaardere bier denken dat hier enkel Nederlanders en enkele verdwaalde Belgen frequenteren, maar nee hoor. Integendeel zelfs, Nederlandstaligen maken niet eens de helft uit van het publiek. In Pattaya, en dus ook in ons geliefde Nongprue, zijn de Angelsaksen de grootst vertegenwoordigde groep. OK, ook Amerikanen, Australiërs, Canadezen en ander onkruid spreken de taal van Shakespeare, je kan nog gaan onderverdelen in Schotten en nog wat subgroepjes doch de Engelsen voelen zich hier de baas. Ze ontkennen de huidige inval van de Russen, ze weten nauwelijks wat Chinezen zijn, laat staan dat ze een onderscheid kunnen maken tussen de Taiwanezen, de Koreanen, Japanezen of Maleiers. Indiërs, ook een zwaar vertegenwoordigde groep, kennen ze wel maar die behandelen ze nog steeds zoals in de tijd dat ze daar de baas waren. Fransen en Duitsers komen hier gelukkig nauwelijks, van die kant geen problemen te verwachten. Bovendien denken Engelsen dat hun taal de enige ter wereld is.

 

En zo zit hier in onze stamkroeg ook een groepje vaste waarden, het Engelse poolteam. De eilanders verzwijgen snel dat ze steun krijgen van een tweetal Australiërs, een Fin en een Amerikaan maar dat is hun vergeven, in het roemrijke BVN-team (het Beste van Vlaanderen en Nederland) horen de Hollanders ook niet graag dat de enige twee Belgen het niveau op een ietwat aanvaardbaar peil houden. Bovendien wordt het Engels team af en toe uit de brand gehaald door ook al een Belg.

Het tweede team, want dat is het Engels team nu al bijna twee jaar wegens een achterstand in de onderlinge duels, is pas geleden zelfs kampioen geworden – in een minderwaardige competitie waarschijnlijk. Maar verwacht geen euforie zoals bij de Hollanders, geen polonaises of iets dergelijks, nee hoor, flegmatiek vinden ze het normaal. En wij, de BVN-ers, vinden dit spijtig want nauwelijks een drinkgelag. Maar zo zijn die eilanders nu eenmaal, hoe ze er in slagen om dronken rond te lopen was eerst een mythisch gegeven, nu weten we dat ze niet veel nodig hebben om zover te geraken. Voor de Inquisiteur voldoende aanleiding om eens een onderzoek te doen naar dit fabuleuze team, maar weet dat dit weblog volledig verzonnen is, enige gelijkenis met namen of personen komt volledig uit Uw eigen fantasie !

 

Toen de Brass Monkey Bar een jaar of twee geleden in alle geheim ontstond liep er reeds een zekere Steve rond en dat was de eerste bezieler van hun team. Engels-fanatiek verzamelde hij een aantal poolspelers en overtuigde Jack, onze kroegbaas, om in competitie te gaan. Ja natuurlijk, zelfs al zou er voorgesteld worden om het allereerste schaatsteam van Thailand op te richten zou Jack akkoord geweest zijn, business is business nietwaar? Steve dacht dat hij aan het hoofd van FC Liverpool stond, zo bezeten was hij. Een komen en gaan van spelers, gelukkig moest Jack geen transfergeld betalen. Doch Steve sloeg er niet in om goede resultaten te halen, mogelijk wegens het feit dat hij telkens zelf wou meespelen. Spijtig genoeg moest Steve voor privé-redenen terug naar zijn eiland doch hij is de beste supporter gebleven, hij volgt alles via internet en er is op de competitieavonden een live-verslag voor hem via Facebook.

 

Maar Steve had een basis gelegd. Zo verscheen op een mooie dag een Amerikaan ten tonele, Obama. Jack’s weinige haren rezen ten berge want Obama, Texaan en Republikein in hart en nieren, heeft een agressieve lichaamstaal. Meerdere wedstrijden moest hij halverwege wegens kwetsuur staken door woedend op de muur te slaan om een gemiste bal. Doch Obama ging Amerikaans-optimistisch door. Kocht een pooltafel en organiseerde oefensessies thuis, de BVN-ers mochten niet komen wegens te groot bierverbruik, het ging om het poolen. En zie, Obama is nu hun beste speler geworden. Af en toe mag hij opdraven op het juiste moment, de ploeg heeft dan reeds voldoende voorsprong, en denkt hij de match te winnen. Het is hem gegund, ondertussen is zelfs Jack aan zijn lichaamstaal gewend, bovendien is het fijne kerel.

 

Kwam er ook een Australiër op de proppen, Eddy. Die Steve bij z’n afscheid meteen kapitein maakte. Want Eddy is een erg goede speler. En dat laat hij merken. Ben je wat aan het oefenen, speel je een potje voor het plezier – daar is Eddy. Met een nogal meewarige glimlach komt hij advies geven die de Nederlanders op stang jaagt. En de Belgen. Eddy beseft niet dat wij allemaal steevast in redelijke staat van beschonkenheid verkeren en zodoende alle advies minuten later al vergeten zijn. Dus doet hij het ergste wat mogelijk is, hij komt meespelen. Voor niet-insiders : wil je spelen, zelfs al is de tafel bezet, hoef je gewoon je naam op het bord te zetten. De winnaar blijft staan en de volgende naam op het bord mag hem bekampen. Engels systeem dat ergernis uitlokt bij ons Lage Landers. Want zodra Eddy aan de tafel, blijft hij winnen en kunnen wij minder spelen. Eddy is medeverantwoordelijk voor onze zuippartijen die we vervolgens uit frustratie opzetten, zeker weten. Gelukkig heerst er in de bar een soort clubsolidariteit. En vinden we het best dat Eddy grotendeels verantwoordelijk is voor het gewonnen kampioenschap. Maar hij moet wegblijven van de onderlinge duels, een actie is al vastgelegd om hem dat te beletten.

 

In het tweede deel van afgelopen kampioenschap kwam er ook een zekere Jerry. Vermoedelijk een Schot wegens het accent, maar daar zijn er hier te weinig van dus is hij snel vriendjes met de Engelsen. En een beer van een speler – de Inquisiteur zag hem nog nooit een partij verliezen. Pas later ontdekten we dat hij zowat dagelijks ging oefenen in de Mega-Break, het meest gerenommeerde poolcafe van groot-Pattaya. En dat hij er zelfs ging competitie spelen voor de centjes. Tsja, andere koek dan wij natuurlijk. Hij was dan ook verantwoordelijk voor het BVN-verlies in het derde onderlinge duel ondanks het feit dat we hem probeerden op te sluiten in eigen huis die avond, die actie is echter niet doorgegaan door, jawel, overconsumptie onzentwege. Maar gelukkig is Jerry de vriendelijkheid in persoon, fanatiek pooler en van beslissende factor voor hun gewonnen titel. Beetje flemen mijnentwege kan nooit kwaad, momenteel zit Jerry terug in Engeland maar ik heb horen zeggen dat hij snel zal terugkeren. Hopelijk niet voor we het vierde onderlinge duel moeten spelen, ik sommeer onze kapitein Daan om dat snel vast te leggen !

 

Een tweede Australiër in hun team is Dave. Zachtaardige levensgenieter zonder de drank welteverstaan. Een redelijk pooler, hij zou in het BVN-team mee kunnen draaien. Maar ook weeral dermate fanatiek dat hij dat niet wil, bovendien spreekt hij geen Nederlands. Wil alles winnen alhoewel zijn eigen spel wel eens onder niveau draait. Kreeg ons in onderling overleg zover dat we niet meer roken rond de pooltafels – daar zou hij last van hebben maar vreemd genoeg kwam hij daar mee op de proppen wanneer hij in een slechte periode zat. Het is een zachtaardige man die iedereen graag mag, dus hij kan blijven waarschijnlijk. Doch mag hij in beslissende wedstrijden niet meer al zijn games verliezen.

 

Tony. Vanwege zijn accent kan de Inquisiteur niet gokken op zijn nationaliteit doch ik vermoed Engels. Sluipt redelijk onzichtbaar doorheen de bar tijdens de poolavonden. Altijd een glimlach op de mond en vaste waarde in hun team. Oerdegelijk op het saaie af. Grapje natuurlijk want Tony is de enige drinker in hun team. Een reden daarvoor zou kunnen zijn dat hij hier ten lande werkt. Vreselijk moet dat zijn en Tony laat zich dan ook graag gaan tijdens de poolavonden. Toch verliest hij zijn games niet al te vaak, hij is een van die mensen die rond zijn vierde al een keu in handen kreeg en nooit meer weggaf. Op zo’n mannen kan je bouwen, ons BVN-team zou ook zo iemand moeten hebben.

 

Op de een of andere manier hebben ze er ook een Fin bijgehaald. Chris. Scandinavische lichaamsbouw maar of dit een gevolg is van eten of drank laat ik in het midden. Chris is de rots waar hun team dankbaar gebruik van maakt. Altijd aanwezig en vergezeld van zijn vrolijke gade Pon. Die foto’s neemt. Alle wedstrijden. Honderden. Maar daar liggen we niet wakker van, we hebben Chris graag in de onderlinge duels – hij verliest zijn games steevast. De Brits-flegmatieke houding van ‘ik zal eens even spelen en winnen’ heeft hij niet. Wegens grote dorst, zou hij wat Nederlands praten mag hij direct naar het BVN-team. Zulke hoeveelheden die verzet is niet te geloven, daar kunnen wij nog een lesje aan nemen. Chris is ook ontwikkelaar en onderhoudsman van deze website. Waarschijnlijk daarom hebben de Engelsen hem in het team genomen, iedere slechte kritiek moet hij eruit halen. Gelukkig mag hij dat niet in het weblog.

 

Last but not least is er Neville. Een monument uit de vorige eeuw. Karakterkop en karakterdrinker. Poolen? Jawel, Engelsman als hij is op een fanatieke wijze. Maar kwalitatief wisselvallig. Mentaal kwetsbaar maar dat kan van het Changbeer zijn. Wisselt zodanig van ploeg dat de tegenstrevers geen idee meer hebben of hij voor de Brass Monkey speelt of niet. Doch de Inquisiteur zal hier een geheimpje ontluisteren : afhankelijk van de prijs van het bier kiest hij zijn bar uit. Maar ontzettend leuk man die alle roddels over de diverse poolcompetities weet. Die weet wie de komende tegenstrever is, hoe sterk of zwak die zijn. Heel wat anders dan de BVN-kapitein.

 

En de laatste weken werd hun team uitgebreid met een Belg. Peter-de-eter. En die past daar wonderwel in want ook hij is geen drinker. Fanatiek Pietje-precies die niet kan hebben dat de muziek te hard staat. Dat de ventilators te hard draaien, dat er teveel heen en weer geloop is rond de tafel. Die steevast controleert of de tafel niet afwatert. Allemaal dingen die hij in het BVN-team niet kon toepassen want wij lachen daar allemaal eens mee. Maar hij houdt van het spel, hij blijft ook lid van het BVN-team, mogelijk wegens het feit dat hij nu drie dagen per week gratis kan eten – een verplichting voor de thuisploegen. En hij is een redelijk goed speler, meegenomen voor de Engelsen die hem voor de woensdagcompetitie zelfs kapitein gemaakt hebben.

 

Engelsen kunnen erg lui zijn, iemand moet die namen toch op het bord zetten in deze hitte nietwaar?

De Inquisiteur

 

Gewoontes

De huidige paniek in Europa aangaande de hittegolf laat ons stamgasten lachen. Gewend aan tropische temperaturen tot ver boven de dertig graden, een gans jaar lang met ook ‘s nachts geen of nauwelijks afkoeling, weten wij perfect hoe ons te gedragen. De berichten vanuit Europa, als altijd een opgestoken vingertje met idiote waarschuwingen hoeven voor ons niet, integendeel, het stelt ons gerust aangaande onze beslissing om te emigreren.

 

En dus is onze dagindeling rustig maar zeker. Bij het opstaan en na de eerste douche gaan we steeds even kijken naar de thermometer. Gerustgesteld zien we die rond 8u ‘s ochtends reeds op dertig graden staan. Kopje koffie, sommigen met ontbijt, sommigen met een sigaretje, krantje op de tablet lezen en relaxen – alhoewel we pas uit bed kwamen. Na een halfuurtje leggen we al die westerse dingen weg en denken we na over onze dagindeling. Goede planning geeft het beste resultaat is hier de heersende filosofie dus kan dat denken behoorlijk wat tijd in beslag nemen. Enkele luie uitzonderingen daar gelaten gaan we vervolgens aan de slag. De huurders van een kamer of appartementje trekken onmiddellijk de straat op, op zoek naar eten. De meesten hebben hun vaste eetstalletjes ingeval van een Thais ontbijt, anderen kennen de schaarse westerse instellingen die zo vroeg al open zijn.

De huurders of eigenaars van een huis gaan have en goed wat onderhouden aan een rustig tempo. Wat tuinwerk, beetje onderhoud aan de bakstenen, wat schilderwerk. Of gaan aan hun hobby’s, sommigen houden hier zelfs enkele kippen, gewoon voor de lol. Altijd met de fles water bij de hand, uitdroging zal ons nooit overkomen. Ook de kledij is aangepast, niemand zal hier in blote torso de tuin intrekken of in volle zon gaan staan.

 

Rond de middag voelen we dat het te warm wordt voor verdere en zware fysieke inspanningen, een blik op de thermometer bewijst ons gelijk : rond 12u staat die meestal rond de drieëndertig graden. Bovendien hebben wij net zoveel tijd als de rijken der aarde geld hebben en gaan we in de schaduw, onder een plafondventilator, rustig recupereren. Tijd voor de tweede douche van de dag, niet zozeer om schoon te worden maar eerder om af te koelen, en vervolgens hangt het af van de mentale instelling. Motorfietsje op, beetje gaan buurten bij de vrienden. Of gaan inkopen, een van de weinige dingen die we maar niet laten kunnen, onze koelkast moet gevuld zijn. Of wat televisie kijken – een goed excuus voor een middagslaapje. En tegenwoordig zijn we allemaal zonder uitzondering computerexperts, nu ja, in de spelletjes. 

 

Tenzij er wat met vrienden iets is afgesproken of er een geplande activiteit op het programma staat, begint het rond 15u bij iedereen te kriebelen. We hebben genoeg Thais gekwekt met vrouw, vriendin, vriend, buren en andere autochtonen en we krijgen zin om onze eigen taal en cultuur wat te beoefenen. Ook de dorst slaat toe doch het water hangt ons de keel uit. De stamkroeg lokt.

 

Genieten we rond 16u van de derde douche van de dag en hup, motorfiets op. Rond deze tijd van de dag zetten we de gehate helm op, niet uit veiligheidsoverwegingen maar als voorzorg tegen de naar een bijverdienste op zoek zijnde politieagent. Zelfs wanneer het een kort ritje is genieten we ervan. De straten zijn vol leven, weliswaar druk maar gezellig. De zelf gecreëerde wind is fijn, we negeren het stof net als we  de andere weggebruikers negeren, we rijden op zijn Thais na al die jaren. Als altijd kijken we uit, niet alleen naar de nieuwe en meestal erg diepe kuilen op de weg, maar ook naar de winkels en bars. Altijd is er wel wat nieuws te zien : een Thais eetstalletje dat druk bezocht wordt en dus waarschijnlijk lekker en goedkoop, een winkel waar handige dagdagelijkse spullen worden aangeboden zodat we niet meer naar de stad moeten bollen, een optimistische westerling die een nieuwe bar geopend heeft – je weet maar nooit.

 

Met de nodige flair arriveren we aan de Brass Monkey, zonder uitzondering probeert iedereen vlot het lastige voetpad op te rijden en in een enkele keer het brommertje correct te parkeren – alhoewel weinigen daar in slagen want tegelijkertijd probeer je te zien of er al bekenden aanwezig zijn. Beetje sukkelen met de zijpoot die zonder uitzondering altijd in rul zand of in een kuil terecht komt, sukkelen met de helm die nooit van de eerste maal aan het haakje blijft hangen, sukkelen om je been over de motor te krijgen bij het afstappen. En altijd laten we onze sleutel vallen.

Aangezien het hier ook een open bar is hoef je geen deur open te maken, je wandelt gewoon binnen. Ongeveer de helft struikelt over iets dat in de weg ligt, breed lachend en goedendag waaiend naar iedereen. De serveuses klampen je onmiddellijk aan, je krijgt als altijd een hele lieve glimlach en een Thais gesproken begroeting met de onmiddellijke vraag of je een biertje wil, sterker nog, eentje maar? Compleet in de war zeg je vervolgens in het Engels een goedendag tegen een Nederlander, in het Nederlands tegen een Engelsman of stamel je wat Thais tegen iedereen. 

En altijd zit er wel iemand nou net op die barstoel waar je zelf wil neervlijen. Is de pooltafel bezet terwijl je weet dat je beter bij aanvang wat gaat oefenen, na je vierde biertje heb je geen zin meer in deze hitte. Je brengt de eerder aanwezigen in verwarring want je probeert zowat vijf ventilators op jezelf te richten. Je kijkt stiekem op de klok – is het nog niet te vroeg om al te beginnen?

 

Doch er zitten steevast al wel enkele zondaars, dus geen probleem. Het eerste biertje smaakt wat bitterzuur, het tweede biertje gaat al veel vlotter en voor je het weet ben je aan je zevende bezig. De wereldproblemen worden opgelost. Het eigen land wordt afgekapt. De eigen oude voetbalclub wordt in een oogwenk kampioen. Het slachtoffer van de dag wordt steevast gevonden. De vrouwen worden mooier. Geheimen komen openbaar. De dorst wordt groter. Het bier is te koud. Het bier is te warm. Beloftes worden gemaakt. Vriendschappen gesmeed, vriendschappen ontbonden. Nieuwe liefdes ontvlammen, oude liefdes ontbonden. Kortom, cafepraat in de hoogste graad maar ‘t is plezant – op zijn Vlaams gezegd. En het is gewoonte, als altijd.

 

En België wordt volgend jaar wereldkampioen voetbal, zeker weten. ‘k Zal dat eens rap gaan verkondigen zie.

De Inquisiteur

Bierloos

Bovenop het wat grijzere weer krijgen we nu ook te maken met een andere rem op onze uitspattingen : het zijn bierloze dagen. Twee volle dagen mag er geen alcohol verkocht of geschonken worden, Boeddha zorgt voor onze lever. Gisteren, 22 juli, was het <Asalha Puja> en vandaag, dinsdag 23 juli hebben we <wan Khao Phansa>. Belangrijke Boeddhistische feestdagen die de eerste prediking van Boeddha in Benares herdenken. Voor echte Boeddhisten begint nu ook een vastenperiode van drie maanden maar Thai zijn nogal vrolijke feestbeesten en de overheid stelt dan maar een verplichting in van twee dagen zonder alcohol, kwestie van het volk een beetje in rede te houden. En daar valt de rest van de wereld die hier aanwezig is ook maar onder, vele toeristen schrikken zich momenteel rot en wij expats ondergaan het lijdzaam. Of niet? Want de Inquisiteur heeft enkele Brass Monkeyers betrapt die het verbod aan hun laars lappen.

 

Al enkele dagen was er een lichte onrust in de farang-gelederen, als altijd weten velen hier de klok hangen doch niet de klepel. En beginnen de speculaties. De grootste optimisten verkondigden dat het niet waar was, zo’n vaart zou het niet lopen, men kan toch niet iedereen over dezelfde kam scheren? Terwijl dit ieder jaar weer plaats vind, alleen wijzigt de datum steeds want afhankelijk van de stand van de maan (het moet volle maan zijn). Zij die met een “het-glas-is-steeds-halfvol”-mentaliteit rond lopen hoopten op een enkele dag en dachten dat de winkels wel zouden verkopen. Maar ook zij lopen met de neus tegen de muur, niks verkoop in de grote supermarkten, noch bij de bierstekers, in de Seven/Elevens niet, niks te krijgen in de Family-Markets. Enkel de kleine buurtwinkeltjes durven het verbod wel eens aan hun laars lappen maar dan loop je het risico om gelovige Thai te shockeren wanneer je met een zak vol bier rond loopt.

 

Toen het dan toch langzamerhand in sommige hardhoofden doordrong dat er inderdaad een twee dagen durende sluiting voor de deur stond -want ook de Engelsen, Amerikanen, Canadezen, de Scandinaviers en andere expats zitten met dat probleem-, begon het grote bacchanaal om een droge lever te vermijden. De week voorgaand aan die kleine onthouding ging de omzet in de cafe’s danig omhoog. Ook ondergetekende was hiervan het slachtoffer, het leek wel alsof ik weer een midlife crisis onderging. De Brass Monkey bruiste van het leven, niemand wou een dag missen. Alsof de wereld ging vergaan. En dan kwam de onvermijdelijke eerste dag.

 

De slimsten hadden hun voorraad al enkele dagen vooraf in huis gehaald en drinken nu gezellig thuis. Zo zijn via de moderne media Daan, Leen en Gerard tegen de lamp gelopen, op de foto’s staat een beetje eten dat echter de grote hoeveelheid bier niet kan verbergen. Peter-de-eter zijn gade fotografeerde kippenbillen op de barbecue en daar zal ook wel bier bij geschonken zijn vermoed ik. Tenzij het bier wat hoger in prijs stond, dat durven ze hier in tijden van schaarste, dan houdt Peter het bij water.

Jack, onze kroegbaas, dacht helemaal slim te zijn. Wegens de verplichte barsluiting versast hij voor enkele dagen naar het diepere zuiden van Thailand, in de negorij waar ook Marcel al een poosje vertoeft. Maar Jack heeft pech. Ten eerste al wegens het klimaat aldaar : het regenseizoen is ginds veel zwaarder dan hier en we zagen dan ook de regenjassen klaar steken in Su’s netzakje. Foto’s op smoelenboek wijzen uit dat er ginds inderdaad regenklare wolken hangen. Ten tweede, Jack, die normaal gesproken verre reizen mijdt als de pest, dacht dat het op dat platteland wel zo geen vaart zou lopen, per slot van rekening zit hij nu dicht bij de zuiderse en moslimse provincies. Dat moslims helemaal geen alcohol drinken stond hij niet bij stil. Dus geen bier te zien op de fotokes.

David, in een ver verleden kapitein van het poolteam, haalde snel familie naar Thailand. Zodoende hoeft hij nu niet stiekem te gaan pintelieren, hij voegt zich naar de regels van zijn nieuwe vaderland – alvast voor twee dagen.

 

Vandaag, dag twee, kom je de kroeglopers zowat overal tegen. Ze vervelen zich. En kruipen ze in de centra’s als Foodland waar de Inquisiteur Eddy-de-Australiër op het lijf liep, mandje in de hand en gezonde voeding aan het kopen. Fredje-de-zakenman telefoneert zich te pletter, hij schuimt de straten en pleinen af op zoek naar koopjes en wil die onmiddelijk aan de man brengen doch kan dat nu niet bij zijn vaste klandizie in de kroegen. Kip, buurvrouw en notoire zuipster, loopt rond als een, jawel, kip zonder kop vanwege ontwenningsverschijnselen.

Bij de croissanterie ontmoet ondergetekende enkele Nederlanders – die eten normaal gesproken thuis maar nu maken ze van de nood een deugd, koffiekletsen is de boodschap, letterlijk en figuurlijk. Landgenoten bellen me op uit verveling, dus praten zonder noodzaak. Op soi Nern Plub Waan zie je de vaste tooghangers langzaam voorbij wandelen, hier en daar een hopeloze blik gooiend op de gesloten rolluiken van hun diverse stamkroegjes.

 

De Inquisiteur vreest voor komende woensdag. En donderdag, gaan we weer eens stappen met de stamgasten van de Brass Monkey. Jack zal er niet bij zijn, die zit vast. Zijn busje vertrekt pas woensdagnacht – zit hij nog een dag langer daar in de negorij.

De Inquisiteur

 

Ervaring

Wie verhuist naar een wat verder gelegen land en er een poosje woont neemt andere gewoontes aan en vervreemd van zijn eigen cultuur. Natuurlijk, we spreken hier niet van enkele maanden of een paar jaar, dat gebeurd pas na minimum een jaar of zeven, acht. En dan hangt het nog af van waarheen je verhuist. Ieder ander Europees of westers georiënteerd land zoals de Verenigde Staten, Canada, Australië en andere tellen niet mee. Ook bijvoorbeeld Turkije niet want ook hier probeert men stilaan een westers leven te leiden. Zuid-Amerikaanse landen zijn op het randje, katholiek tot en met dus veel gelijkenissen met Vlaanderen. Zuid Afrika, Suriname en andere onzin zijn te Nederlands. Neen, pas wanneer je naar een totaal andere cultuur verhuist wordt je anders. Botswana. Japan. Libanon. China. Ethiopië.

En Thailand.

 

Thailand is zelfs een speciaal geval, hier is geen enkele andere invloed van welke kolonisator dan ook want die zijn hier nooit geweest. Nu ja, Birma is hier enkele honderden jaren geleden eens binnengevallen en even gebleven, tijdens de tweede wereldoorlog kwamen de Japanners wat roet in het eten gooien maar dat was telkens slechts voor een paar jaar. De naam alleen al zegt genoeg want het betekent ‘vrij land’ of ‘vrije mensen’. En dus vind je de Thai in den beginne nogal koppig en vreemd. Vriendelijk genoeg maar erg leep. Je word ingepakt met een strikje rond en zodoende geraken enkel de wat sterkere karakters niet verzwolgen.

 

Dus worden we niet te snel meer boos voor wat dan ook. Neen, <mai pen rai> is het motto. Je haalt je schouders op wanneer de <chang> (vakman) met je voeten speelt door aan een karwei te beginnen om je vervolgens zeven dagen in de steek te laten. Je gaat met een westerse glimlach vertellen dat je roestvrijstalen schroeven wil in plaats van die roestende ijzeren. En je aanvaard met een oosterse glimlach dat hij dat toch niet doet omdat hij ouder is dan jij. Je kijkt niet meer op wanneer de werklui die je tuinmuur aan het bouwen zijn urenlang liggen te slapen in de koele schaduw van een boom. Je wind je niet meer op wanneer de karwei gedurende weken doorgaat terwijl je weet dat het in tien dagen kon worden gedaan. Je gaat niet uit je bol wanneer de afgesproken prijs met tien procent omhoog gaat.

Omdat je langzamerhand hun cultuur leert kennen : de vakman laat je helemaal niet in de steek, hij wilde gewoon niet dat je je slecht zou voelen wanneer je een week zou moeten wachten voor hij kon komen. Je weet dat je als jongere man nauwelijks een oudere kan commanderen. Je weet dat het hier warm is en dat je moet afkoelen in de schaduw – waarom dan niet meteen een beetje slapen? Wat maakt het uit dat de karwei veel langer duurt dan nodig? Je geeft ze immers te eten en veel te drinken, hebben ze voorlopig geen zorgen en dus blijven ze graag wat langer. Je weet dat een afgesproken prijs zowat altijd kan verhogen – je gunde ze toch dat karwei wegens veel te goedkoop?

 

We aanvaarden die vreemde dingen die gebeuren wanneer we ergens wat kopen. We hebben er geen probleem mee om een dag later een vriend te moeten sturen om diezelfde kraan te kopen die je zag liggen in de winkel maar die de verkoper je niet meer wilde geven – omdat hij in eerste instantie had gezegd dat ze die niet hadden. We proberen serieus te blijven wanneer blijkt dat na de opsomming van keuzes het uitgekozen product blijkbaar toch niet voorradig is. We maken een grapje wanneer de serveuse steeds weer met je meer dan nog halfvol flesje bier begint te schudden en vraagt of je er niet nog eentje wil bestellen. We krijgen de slappe lach bij de steeds weerkerende vraag bij het bestellen van een eerste biertje : <nung khaa?> of “only one?”. Een echte expat kijkt niet meer op wanneer zijn steak doorbakken op tafel komt terwijl je er wel drie keer erop wees dat je hem bloederig wou. We vinden het normaal dat de frietjes een halfuur na de gebraden kip worden opgediend. Of dat de soep samen met het dessert arriveert.

Omdat we de cultuur van gezichtsverlies kennen : de verkoper van die kraan kan het gewoonweg niet meer aan jou gunnen door dat fenomeen. Iedere verkoper somt altijd het ganse gamma op ondanks het feit dat hij weet dat vele dingen niet voorradig zijn – hij gaat zijn werkgever toch geen gezichtsverlies bezorgen? Het feit dat ze je een nieuw biertje willen aansmeren doen ze altijd uit goede wil – da’s toch fijn zo? En waarom zouden ze niet vragen of we er meteen twee in plaats van eentje willen – we drinken ons eerste biertje van de dag altijd in tien seconden leeg. En willen we nu echt dat die nieuwe, totaal ongeschoolde, immigrant uit een godvergeten plattelandsdorpje kennis heeft van alle westers eten? Thai food komt altijd op tafel wanneer het klaar is. En eet iedereen van iedere schotel – gaan wij nu klagen dat er drie van de vier tafelgenoten nog niets kregen terwijl de vierde allang voldaan is?

 

In het verkeer nemen we beetje bij beetje hun rijgedrag over. Wij denken allang niet meer na of we net op die gewenste plek wel verantwoord kunnen parkeren. We zetten ons daar waar we moeten zijn, verkeersopstopping of niet. Wij draaien van links naar rechts zonder na te denken wat we veroorzaken bij de andere weggebruikers. Dat doen de Thai toch ook? Richtingsaanwijzers – ok, als we het niet vergeten wat we in tachtig procent van de tijd wel doen. Helm dragen? Pfff, het is hier wel warm hoor dus doen we dat enkel op de uren van politiecontrole. Ha ! Rijden we tweeëntwintig van de vierentwintig uur zonder. Snelheidscontrole? Woh, niemand van de expats weet wat de maximum toegelaten snelheid is op Sukhumvit Road. Of op Pattaya Klang. Of op Nern Plub Waan. Of Sai Siam Country. Rijden en drinken? Da’s een nutteloze vraag, niemand die er hier wakker van ligt. En wij ook niet.

 

Dat veel spullen stuk gaan zijn we allang gewent. Of dat nu een simpele deurknop is of een gesofisticeerd telefoontje. Of dat nu onze afvoerbuizen zijn of de elektriciteitsleidingen. Of dat de knoppen van onze broek springen. Of de mouw van dat nieuwe shirt scheurt. Of dat er scheuren in de muren komen. Of dat er telkens weer en ieder jaar en op dezelfde plaatsen putten in het wegdek komen. Of het toilet gaat lekken. Dat er dagenlang geen leidingwater is. Dat de stroom op gezette tijden weg valt. Of de kabeltelevisie vaak uitvalt, net als internet. Dat er geen garantie bestaat. Geen rampenplannen bestaan. 

Pfff, wie maakt zich daar nu zorgen over? Simpele dingen herstellen we zelf, ‘je plan trekken’ zeggen ze in Vlaanderen. De duurdere hebbedingen zoals telefoontjes en andere zijn hier spotgoedkoop – als je met een kopie genoegen neemt.

Een scheur in de muur? Een toilet dat lekt? Vandaag geen leidingwater? Een uurtje of vier geen elektriciteit? Geen televisie? Geen internet?

“Et alors?” – naar de Franse ex-president Francois Mitterand.

 

Het is hier 350 dagen op 365 mooi weer en we moeten wel trager bewegen dan vroeger om niet in zweten uit te barsten – dat komt ons mooi uit. De mensen lachen altijd. Je komt hier nooit te laat. De overheid valt je hier niet lastig. Er zijn nauwelijks verboden en geboden. Zware belastingen moeten ze hier nog uitvinden. En er zijn nog nooit problemen geweest met Singha-bier. Of Leo, of Chang. Schol !

De Inquisiteur

 

Wat een leven

Eigenlijk mogen wij, op zijn Vlaams gezegd, ‘onze pollen kussen’ (voor de Nederlanders : onze handen zoenen, een gezegde in het Antwerpse waarmee men bedoelt dat men veel geluk heeft). Een mooier leven dan dit bestaat niet. Een heerlijk klimaat, vrolijke en onbezorgde mensen, een verdraagzame regelgeving, een betaalbaar leven, een wereldkeuken in handbereik, prachtige kuststreken met paradijselijke eilanden, mooie bergstreken met ongerepte oerwouden, … . Wat moet een mens nog meer?

 

Iedere dag begint al met onbezorgd wakker worden op een uur dat je het best past. Lekker vroeg gaan slapen maakt dat je een heerlijke ochtend beleefd in een aangename temperatuur, een mooie zonsopgang, zingende vogels en spinnende poezen. Genadeloos pintelieren maakt dat je lekker kan uitslapen en zalig kan luieren tot je weer op niveau bent.

De ijverigen onder ons gaan bij een kopje koffie via computer of televisie even na wat er in die andere boze wereld aan de gang is, het nieuws tovert meestal een meelevende glimlach op ons gelaat en vervolgens gaan we aan de slag met onze diverse hobby’s. Tuinieren tussen de tropische aanplant, de koi’s in de vijver bewonderen en verzorgen. Anderen gaan van een ontbijtje genieten ergens op hun favoriete terrasje. Sportievelingen trekken naar de goedkope maar uitstekende ingerichte fitnesscentra om hun conditie bij te werken. Sommigen gaan een uurtje joggen of fietsen. Anderen gaan met de motor rijden, sommigen houden van kaart spelen. 

 

Velen hebben midden in de week een dagje uit gepland. Brommeren in een koesterende zon naar een strand waar ze zich neervlijen op een rieten matje in de schaduw van een palmboom en genieten de rest van de dag van strandgenoegens : beetje zonnen, beetje zwemmen, beetje snorkelen. Stillen de honger met een van die typisch Thaise schotels vol met verse en gezonde ingrediënten. Anderen rijden met de auto naar een natuurpark, een Boeddhistische tempel of een speciale attractie die hier bij de vleet in de omgeving liggen. Nog anderen genieten van de koele lucht in een van de vele shoppingcentra waar ze de Thaise handwerkjes bewonderen of genieten van het aanbod van moderne technologie.

Regelmatig plannen we enkele dagen op stap in dit mooie land. Genieten van een wereldstad als Bangkok. Varen met een houten boot naar een tropisch eiland. Gaan kijken naar de bergen en oerwouden in de streek rond Chang Mai. Rijden we langs de meanderende Mekong aan de grens met Laos. Gaan nieuwsgierig kijken op Pukhet of Koh Samui. En de meesten onder ons hebben hun ietwat geheime maar o zo zalige plekjes ergens hier in zuid-oost Azië. 

 

De ene dag houden we de activiteiten de ganse dag vol, sommige dagen keren we kort na de middag huiswaarts. Lekker op het eigen terras of in de sala een trage namiddag doorbrengen onder een plafondwaaier. Genieten van eigen hebben en houden, genieten van je gezelschap, genieten van het trage leven. Niemand die je aankijkt wegens lui zijn. Niemand die je aanzet tot meer ijver. En ben je dan toch in de stemming voor wat activiteit doe je dat voor een uurtje. Of twee uur. Of de rest van de dag – niemand die je zegt dat iets op tijd moet klaar zijn.

 

Enkelen zakken in de late namiddag af naar de stamkroeg. Borreluurtje dat uitmondt in heerlijk toogplakken. Of toch tijdig stoppen en met je partner iets gaan eten. Lekker exclusief of zalig goedkoop. Tijdig naar huis gaan of nog een afzakker gaan nemen. Niemand die je zegt dat het een weekdag is en dat je gisteren ook al afzakte. Soms hebben we verplichtingen – die we zelf organiseerden. Kunnen we gaan poolen, anderen gaan darts spelen. En komen we met plezier een uur te vroeg op de afspraak en blijven we met nog meer plezier twee uur te lang plakken.

 

Af en toe spreken we eens wat af, om te gaan stappen. Een uitzondering daar gelaten zijn we allemaal vijftigplussers die zich als een onbezorgde achttienjarige gaan gedragen, maar geen mens hier die daar commentaar op heeft. Voelen we ondanks zoveel levenservaring ons nog onbezoedeld, ongerept. Doen we dingen die eigenlijk niet bij onze leeftijd passen maar daar hebben we geen wroeging bij.

En zo gaan we straks nog eens op pad. Met een man of vijf op onze brommerkes. Vrolijk en wel op een donderdagmiddag. 

Ja, we mogen onze pollen kussen !

De Inquisiteur

 

Bericht van de penningmeester

Bericht van de penningmeester

 

                     Programma Algemene Vergadering van  (nog nader te bepalen datum)

 

1) Neerlegging en verkiezing van diverse functies :

 

     – Trainer / Coach   

          ervaring gewenst/geboren voor 1959

          slechte verloning/geen bonussen

          bierdrinkend is een vereiste

          graag toch iemand met een redelijk speelniveau

          van het mannelijk geslacht – wij zijn te ouderwets om onder een dame te kunnen spelen

 

     – Haptonoom

          geboren tussen 1980 en 1990 / geen ervaring nodig (nu ja)

          wonende in omgeving Nern Plub Waan – Kao Talo

          voorkeur voor het vrouwelijk geslacht – aangezien wij vooral op de massages gesteld zijn 

 

     – Penningmeester

          hiervoor dient een examen afgelegd te worden

          geen leeftijdsvereiste/ervaring verplicht

          geduldige persoonlijkheid nodig

          kapitaalkrachtig is een must

 

Sollicitaties binnen brengen voor 15/07/13

De functies van materiaalmeester en schminkmeester zijn niet ter sprake wegens weinig werk. Deze heren blijven voorlopig verplicht op post.

 

2) Dankwoord van het Management aan spelers, bestuursleden en supporters.

 

     – Zien we eindelijk wie het hier voor het zeggen heeft.

 

3) Voorstel van de ex-penningmeester om het bestaande Management buiten te gooien.

 

     – Wij willen meer gratis drinken en meer boottochtjes.

     – Wij willen geen achterbakse benoemingen zoals voorheen. (in casu deze van coach)

     – Graag iets kleinere ballen en grotere openingen in de tafel (dit is een speciaal verzoek van de Heer David)

 

4) Bepalen datum van onze Fandag

 

     – Deze dag moet ergens in augustus kunnen plaatsvinden. De oude Penningmeester wil anders het geld niet afgeven.

     – Samenstellen programma Fandag

 

5) Financiën 

   (nog onder supervisie van de oude Penningmeester)

 

     – Supporters en anderen die wensen deel te nemen aan de Fandag : bijdrage 720 Tb uitsluitend te betalen aan de oude Penningmeester

     – Voorstel optrekken boete afwezigheid : van 20 naar 60 Tb

        (dit om te vermijden dat zakkewassers als Bob nog zo goedkoop kunnen deelnemen)

 

6) Allerlei

 

     – Dit geeft onze Engelse collega’s de kans om te erkennen dat wij nog steeds het betere team zijn.

     – Dit geeft onze Engelse collega’s de kans om ons te bedanken wegens meermaals ‘depanneren’

     – Dit geeft bureaucraten als Jan en Nico de kans om ook iets te zeggen

De Inquisiteur

De Brass Monkey-ers

Expats gedragen zich hier eigenlijk nogal vreemd, hetzij door het klimaat, of het goedkope bier, of de mooie dames (en heren). Eerlijk gezegd, velen gedroegen zich al vreemd in hun thuisland. 

De meesten onder ons hebben hier een nieuwe partner gevonden en proberen daar een leven met op te bouwen – wat niet zo evident is in dit land met z’n eigenzinnige cultuur en zijn uitbundige natuur. Om van de erbarmelijke wegen, het chaotische verkeer en het overmate ontwikkelde gevoel van ‘gezichtsverlies’ maar te zwijgen. Daar bovenop is er een gevoel van rechtsonzekerheid – de politie is hier zwaar onderbetaald en probeert dat op allerlei manieren te compenseren. Huiseigenaren kunnen je eruit gooien wanneer ze maar willen tenzij je een verhoging van twintig tot dertig procent aanvaard. 

Dit alles wordt echter gemilderd door het goedkope leven – behalve in de horecasector waar ze het nodig vinden om westerse prijzen te hanteren. En het altijd mooie weer natuurlijk, hier klaagt men al wanneer er eens een enkel dagje zonder zon is.

 

Zo presteren enkelen onder ons om volledig westers te blijven leven. Geen Thai food voor hen, te pikant, te vreemde smaak. Niks uitstapjes naar de geboortestreek van hun nieuwe partner want daar is geen airco, geen brood, geen kaas. Frequenteren enkel in de farang-etablissementen, of het nu om te eten of om te zuipen is. Ontspannen zich enkel met hun eigenste televisiekanaal of op hun laptop en gaan hoogstens eens naar de bioscoop of de bowling. Willen geen tuin want te veel en te vreemde insecten – laat staan reptielen. Als ze dan eens in een avontuurlijke bui zijn brommeren ze richting strand. Maar dan wel in Pattaya of Yomtien, de ongerepte stranden die hier bij massa en kortbij gelegen zijn laten ze links liggen wegens geen strandstoelen en geen afgebakende zwemstrook.

Doch dit zijn dikwijls de klagers – Thailand noch de Thai zijn leuk en de meesten onder ons vragen zich af waarom ze niet terug naar land van herkomst gaan.

 

Vervolgens zijn er de ‘eeuwig met vakantie’ figuren. Die pakken alles mee. Zon, zee en strand. Maandelijks voor een paar dagen de hort op door dit schone land. Een vriendinnetje voor een nacht, een vriendinnetje voor een maand. Feesten, drinken en roken alsof ze eeuwig jong blijven. Verhuizen om de haverklap want ook een huurder kan hier de huisbaas het leven zuur maken. Wisselen van auto zoals een normaal iemand van broek verwisseld. Van de prijzen kennen ze niks, ze vinden alles goedkoop. Verwachten van Thai dat die op korte tijd hun moedertaal aanleren, of op zijn minstens toch vlot Engels kunnen praten. Zijn geprikkeld wanneer de verkeersborden of de menu’s enkel in Thais schrift opgesteld zijn.

Maar deze personen moeten op zijn minst een mooie erfenis ontvangen of de loterij gewonnen hebben.

 

Daar tegenover staan diegenen die zich volledig willen integreren. Inburgeren. Overschakelen van een westerse naar een oosterse mentaliteit. Gaan vlijtig naar school om Thais te leren spreken, lezen en schrijven. Mijden alle westerse winkels, restaurants en westerse ontspanning. Proberen zelfs op een rieten matje op de grond te slapen – zonder airco natuurlijk, hooguit geven ze toe aan de verlokking van een ventilator. Zitten met gekruiste benen urenlang te lijden want ze willen ook geen stoelen of zetels. Ze verhuizen graag naar het platteland en gaan boeren. Fruit kweken. Vissen houden, liefst van al <pla duk> want makkelijk te houden.  De dapperen onder hen openen een varkenskwekerij. Onderhouden netjes financieel hun nieuwe Thaise familie. Rijden zonder uitzondering met een pick-up truck, kan je makkelijk allerlei goederen mee vervoeren. Of de ganse familie in de bak achterin – ook leuk. Ze proberen de traditie van de ‘wai’ te cultiveren, ze weten exact hoe vaak, hoe diep hun buiging, de hoogte van hun gevouwen handen en de duur van de wai.

Enfin, dit alles denken ze toch te weten maar het zullen steeds ‘farang’ blijven.

 

En dan is er een speciaal ras, de Brass Monkeyers. Onbestemde karakters die een beetje van alles meepakken. 

Vreemde cultuur? Ach, aanpassen is de boodschap. Een wai wordt telkens weer anders uitgevoerd, op het verkeerde moment en tegen de verkeerde persoon. Gezichtsverlies? Da’s toch voor de twee partijen niet? Uitbundige natuur? Hopla, een tuin inrichten is de boodschap. En steken we de ogen uit van de Thaise familie, buren en vrienden want fruitbomen moeten wij niet en spenderen we in hun ogen een fortuin aan bomen en planten die je zo ergens in velden en wouden kan gaan uitgraven. 

Een partner, vriendin, vriend? Vinden we een nieuwe taal uit. Koeterwaals van gemengd Thais, Engels en in ons geval Nederlands.

Wij eten Thai food tot het toiletbezoek wat pijnlijk wordt – schakelen we voor een paar dagen over naar farangfood. 

Feesten doen we graag en vaak, maar toch lassen we -tot ergernis van onze stamkroegbaas- een dag of drie, vier per week rust in. 

Reizen, of naar de familie of naar vrienden, of naar afgelegen paradijsjes doen we ook graag maar met mate. En dat doen we prijsbewust, geen Thai die ons nog afzet.

Eens ergens in het platteland slapen we waar ze ons leggen. Zitten we met het ganse dorp met gekruiste benen op de grond ‘isaarn-food’ te eten uit de gemeenschappelijk pot, als het moet zelfs met de handen zonder dat we ons afvragen wat nonkel Frans een halfuurtje geleden tussen de buffels aan het uitspoken was. Maar dat doen we ook slechts voor een poosje wegens te inspannend. En overvallen we de eerste de beste Mc Donalds die we zien op de terugreis.

 

En zo hebben we heerlijke verhalen om aan de toog te vertellen bij een koel biertje. En dat is ook Thais alhoewel we in een comfortabele barstoel hangen met een ventilator op ons zwetende lijf gericht. Zeg nu zelf, stel dat we met z’n allen voor de toog op de grond zouden zitten? Moet Jack investeren, de toog verlagen.

De Inquisiteur