Isaanland 2

 

De Inquisiteur heeft veel tijd en vooral, terug iets beter internet. Tenslotte moeten de stille avonden gevuld worden en televisie is niet aan hem besteed dus grasduinen op het net is de boodschap. En heeft hij ‘Thailandblog’ ontdekt, nu ja, vroeger in de Brass Monkey bar in Pattaya had hij al vaak de suggestie gekregen om daar eens poolshoogte van te nemen. Beter gezegd, hij is het gaan lezen. Meestal veel betere schrijfsels dan de zijne maar het deert niet, de Inquisiteur is de schaamte allang voorbij.

Verbazing is het eerste gevoel dat opkomt, verdorie, er zijn er meer als hij die ook gekozen hebben voor het rurale leven in Thailand in plaats van de toeristische hotspots. Het tweede gevoel is een beetje gelukzaligheid : ze maken op dat blog net zoveel schrijffouten als ondergetekende. Bewondering ook, sommigen lijken wel echte Thai indien wat ze beweren waar is. Vrolijkheid komt ook boven : de expats lijken verdeelt in twee kampen : de Pattayanen (daar kan je makkelijksheidshalve ook de Samuiers, de Hua-Hinners, de Pukhetters, de Chang-Maiers en zelfs de Bankokezen bijrekenen) tegenover de Isaaners. 

Wat is dat toch met Isaan? Waarom roept deze streek zoveel controverse uit? Waarom zoveel commentaren over deze mensen? Wie de Inquisiteur al langer volgt weet dat hij ook hier een antwoord op heeft.

 

Iedereen die Thailand bezoekt, er langdurig verblijft of er woont krijgt er mee te maken, willen of niet. Neem nu het eerste het beste koppel dat een georganiseerde rondreis maakt. Hun eerste contact, de mini-bus chauffeur die hem op Suvirnabum afhaalt, is Isaaner – zeker weten. Eentonig en slecht betaalde job, veel en lang van huis. De poetsvrouwen in de hotels – Isaans want ze moeten zes maanden twaalf uur per dag werken, de opgespaarde maandelijkse vakantiedag nemen ze pas bij het Thaise nieuwjaar of een ander traditioneel feest, kunnen ze hun kinderen bezoeken. De toerist ziet de bouwvakkers, in die hitte, in de zon. De straatwerkers, de afvalbehandelaars, een nadenkend toerist kan zich zelfs een voorstelling maken van hoe het er aan toe moet gaan in de fabrieken in en rond Bangkok. 

Kortom, al het lager en ongeschoold personeel komt uit het noord-oosten. Vriendelijk glimlachend, diep buigend en verlegen. Toeristen vinden deze mensen uitermate aangenaam – dienstig en vriendelijk, blij met een tip van twintig baht, het moet goed zijn daar in die Isaanstreek. En toeristen vertellen vanaf nu veel goeds over Isaan.

 

Vervolgens een nieuwsgierig man, of een groep vrienden, die wel eens willen ontdekken of het daar in Thailand werkelijk zo losjes aan toe gaat. Via-via reizen ze zelfstandig en geraken er meestal zonder al te veel problemen tot ze uit de klauwen van de goed georganiseerde westerse organisaties als luchtvaartmaatschappijen en luchthavens komen. De rit richting -vul zelf in- doch meestal Pattaya, is al iets avontuurlijker, de chauffeur wil toch graag net iets meer verdienen dan de schamele driehonderd bahtjes per dag. Later, in de tot zijn tijdelijk uitgeroepen stamkroeg zal hij van de meer ervaren mannen te horen krijgen dat het een Isaaner was, die zijn tuk op geld.

Dat weten ze door de meisjes, de vrouwen. Die zijn ook erg geldlustig. En bijna zonder uitzondering afkomstig uit de Isaan-provincies. De serveuses, de kassiersters, de ronddolende schoonheden op straat, de ongelooflijk mooi en slank gebouwde go-go dansers, zelfs de mooie jongens in de bars, clubs en discotheken, …: negentig procent kans dat ze uit Korat, Udon Thani, Kon Khean of een andere Isaanprovincie komen. 

Vanaf nu ondergaan deze mannen vreemde dingen. De lieve meid blijkt arm te zijn, moet werken om de familie te ondersteunen. Vroeger, zo’n twintig of meer jaar geleden was dat nog leuk : de buffel was ziek. Nu is dat een kapotte tractor geworden. Indien dat niet werkt sukkelen de moeders nog steeds in het ziekenhuis en jawel, geen geld. Kortom, de man begint kennis te krijgen, Isaan-mensen willen geld weet hij nu. Meestal worden deze mannen vaste Thailand-reizigers. En worden ze ervaren in het behandelen van hun Isaan-problemen, er komt meer eelt op hart en ziel, de portefeuille blijft vaker achter slot en grendel – want ze krijgen ook te maken met slimme Isaan-sters die al jaren in de horeca werken. Die meer welstellend geworden zijn, slimmer dan hen zijn. En gaan hun verhalen rond, meestal niet zo erg positief wat deze streek betreft … .

 

Dan zijn er de gevorderden, de ‘long-stayers’. Sommigen houden vast aan het vrijgezellenleven maar zijn toch meestal verliefd geworden op, jawel, negentig procent kans, een Isaanvrouw. De impulsieven gaan direct samenwonen, willen dat vakantiegevoel gedurende drie-vier maanden per jaar, en komen zodoende in de problemen met hun geliefde. Want ze vergaten dat die familie en meestal zelfs kinderen heeft waarnaar ze verlangt. De nadenkenden maken eerst de barre tocht richting platteland, overleven gedurende enkele dagen het vreemde eten, de minder hygiënische omstandigheden, de hitte, de familie. En besluiten om langdurig in Thailand te gaan leven doch niet in Isaan. Ze gaan met hun trofee in een westerse enclave wonen zodat ze hun eigen gewoontes aangaande cultuur, eten, farang-vrienden, op stap gaan en andere kunnen behouden. De gade moet maar blijven, of ze nu heimwee naar kinderen, familie of streek heeft of niet. Tenslotte betaald hij toch alles zeker. Uit goedheid zal hij jaarlijks wel een keertje of twee heen-en-weer rijden. Die vlotte, sexy meid begint te veranderen, ze begint te zeuren, ze is minder toegevend geworden als voorheen. En weer komen er meer slechte dan goede verhalen los over Isaan.

 

Er zijn ook echte Isaan-kenners. De expats. Mensen die echt integreren, zelfs die fonetische taal willen aanleren om vervolgens veel te veel de klemtoon op de medeklinkers gaan leggen in plaats van op de tonen. Die willen werken op de rijstvelden zonder te beseffen dat hun ondernemingslust door de overheid als illegale arbeid beschouwd wordt. Die verhuizen naar dat geheimzinnige gebied en er een zodoende huis bouwen, meestal niet ingedekt door een goed samenlevingscontract. Ze ondergaan morrend het familiegedoe, de broers en zussen, de moeder en de verre verwanten die plotseling allemaal in zijn huis wonen, er eten en slapen en hem links laten liggen. Tachtig procent zal na een half jaar terugkeren naar de meer farang-vriendelijke streken. Deze mensen zijn de ware bloggers, de specialisten, de kenners. Met veel cynische verhalen over Isaan, al dan niet positief.

 

En zijn er mensen zoals de Inquisiteur. Vijfentwintig jaar Thailand, waarvan vijftien jaar lang langdurend rondreizend van noord naar zuid, van oost naar west. De laatste tien jaar er wonend, eerst negen jaar in de enclave Pattaya-aan-zee en nu in, jawel, Isaanland, En jawel, met een trofee. En jawel, een huis gebouwd. Die zich nog steeds voortdurend ligt te verbazen over cultuur, taal en andere Thaise, Isaanse dingen. Die een eigen taaltje heeft ontwikkeld waar geen buitenstaander iets van begrijpt, enkel zijn naasten begrijpen hem goed. Die nog steeds dikwijls, zware en emotievolle, discussies heeft met de geliefde over hoe samenleven. Die het budget na een eenmalige proeftijd van een maand of drie terug in eigen handen moest nemen om niet failliet te gaan. Die beseft dat hij altijd een vreemdeling zal blijven, hoe vriendelijk en meelevend het er ook aan toe gaat – tot het menens wordt. Die zich ergert aan familiedingen waar hij kop noch staart aan krijgt. Die beseft dat hij hier niet enkel voor eigen plezier kan leven, maar dat er een jongere partner is die aan haar en haar dochter’s toekomst denkt en verwacht dat hij daaraan meewerkt. En die gevonden heeft wat hij zocht : plezier in het leven, in zijn partner, in zijn omgeving. Iemand die veel krijgt voor wat hij geeft, iemand die niet steeds wil oordelen of veroordelen.

 

Mensen uit Isaan zijn gewone mensen – alleen is er een erg groot cultuurverschil. Ze hebben hun gevoelens, ze willen een goed leven net als iedereen. Ze zijn lief, ze zijn wreed. Ze zijn vriendelijk, ze zijn ergerlijk. Ze zijn werklustig, ze zijn lui. Er zijn drinkers, er zijn geheelonthouders. Er zijn slimme mensen, er zijn domme mensen. 

Zoals in België en in Nederland. Zoals over de hele wereld. 

De Inquisiteur

 

Isaanland

De Inquisiteur heeft de blues. Het korte bezoek aan het hedonische Pattaya, nog geen twee weken geleden, heeft zijn sporen nagelaten. De euforie van de terugkeer naar Isaanland is even weg. Het farang-eten, de voortdurende feestroes die daar aan zee heerst, het voortdurende vakantiegevoel dat die stad je geeft, het is weg.

De slangen en andere reptielen, de insecten, de bomen, de rijstvelden en andere country-genoegens hier geven even geen voldoening. Zelfs het ruimtelijk gevoel, het trage levensritme, de buffels, de natuur – de Inquisiteur zit peinzend op zijn terras en zijn gedachten gaan als vanzelf naar dat betonnen gedrocht aan zee. 

De overvloed aan restaurants, bars, cafe’s, clubs. De overvloed aan vrouwelijk <ahaan taa> die in Pattaya zonder uitzondering heerlijk kort gerokt rondlopen en je aandacht proberen te trekken. Het aanbod in de diverse winkels en magazijnen – in Pattaya koop je op ieder moment wat je nodig hebt, in tegenstelling met Isaanland waar je weinig westerse smaken vind, waar je afhankelijk bent van het seizoensaanbod.

En dan je oude stamcafé. De Brass Monkey. Eigen aan dit soort instellingen is dat er weinig of niets verandert. Je voelt je meteen terug op je gemak. Je herkent direct alles. De goede dingen als het ijskoude Singha bier, de Hollandse maatjes, de gekke serveuses die alles fout doen. De mindere dingen als die overheersende oranjekleur en een deel wankele barstoelen. En de waard, nu ja, mag  je niet zeggen want hij tapt geen pint. Het poolen. Het roddelen. Het afkappen. Het beter weten. De oude bekenden met hun o zo eigen karaktertrekjes en dan had de Inquisiteur nog geluk dat twee van de meest vreemde vogels als David-de-Fries en Leen er niet waren. En nog meer geluk dat Jack een beetje last had van ‘tourista’, dus geen onzin vanuit die kant.

Ha ! De Inquisiteur weet gewoon dat iedereen nu op zijn verkeerde been gezet is : “zie je wel, hij heeft er genoeg van, net zoals iedereen die naar die jungle verhuisde”. 

Nee hoor. Wat een zaligheid hier. Je hoeft jezelf niet te bewijzen, men neemt je zoals je bent en zoals je je op dat moment voelt. De stilte en de rust. Slechts ‘s ochtends en ‘s avonds even wat meer verkeer, een paar ouderwetse motorfietsen met zijspan voor hun talloze vrachtjes, voor de rest een enkele stootkar, een troep buffels, heel af en toe een vreemd mobiel dat iets met de rijst doet. Na zonsondergang is het hier enkel de natuur die geluid voortbrengt. Geen geruis van zoemend verkeer, geen knallende brommertjes, geen voortdurend lawaai van bouwwerven.

Het eten is hier puur natuur en gezond, smaak is een kwestie van even aanpassen en avontuurlijk genoeg zijn. Gaan ze vissen gaat de vangst direct op de barbecue, heerlijk toch. Hetzelfde voor een varken of een biggetje, verser kan niet. Vlak voor de Isaaners gaan koken halen ze hun groenten uit de bossen, de velden en eigen tuin. En indien gewenst kook je af en toe Belgische petatten-met-groenten-en-vlees (saus lukt me nog steeds niet zo goed). Blij als een vogeltje keer je terug van de markt wanneer er wat herkenbaar in aanbod was : een bloemkool of een rode kool, boontjes, champignons. En dan smaakt het eens zo goed. Nog vrolijker word je wanneer er ergens een koe geslacht wordt, zoiets gaat in het dorp als een vuurtje rond. En maak je stoofvlees. Of biefstuk. Met frietjes en mayonaise en salade. Zo beleef je veel meer plezier aan je eten.

De Inquisiteur heeft zelfs wat eetgelegenheden gevonden die zijn smaak serveren. Een wat groezelig klein stalletje waar je kan afhalen of ter plaatse kan consumeren : kippenbouten op houtskool, <som tam> salade die hij wel <mai phet> laat maken. Heerlijk ! Of het kleine restaurantje waar je ze lekker vers koken : <muu nak maa> (varkensvlees met groentjes en rijst, licht zoet en verder zelf op te smaken met zuur, pikant), <muu deing> (varkensvlees met een rode buitenkant dat erg lekker smaakt, met rijst, een sausje, en een kopje bouillon met bieslook), <kwa tieaauw> (een soep met veel groenten, vermicelli, naar keuze : kip, beef of varken). En dan is er de favoriet bij uitstek : het grote <muu ka taa> restaurant. Krijg je een houtskoolvuur, daarop komt een soort Mexicaanse sombrero in aluminium, aan het buffet haal je je vlees naar keuze (beef, varken, kip -alles naar keuze al dan niet gemarineerd), je groenten (in een groot aanbod), zoetwatergarnalen, inktvis, kwarteleitjes en andere ingrediënten. Aan tafel kap je vooraf gemaakte bouillon in de opvang goot van de sombrero, je groenten erin, de eitjes, de garnalen, de inktvis. Op de top van de hoed leg je een stuk wit vet en op de schuine kanten bak je het vlees. Zo lekker !! Maar dat komt ook omdat ze hier, jawel, frietjes aanbieden. Die haal je gewoon aan het buffet uit een grote ketel. Waar ze dat idee vandaan hebben snapt de Inquisiteur niet goed, niet zijn suggestie en er wonen hier in de wijde omtrek geen andere <farangs> … .

Na maanden hier wonen weet de Inquisiteur enkele geschikte locaties om eens op stap te gaan. Een gezellig klein kleurrijk cafeetje in de dichtst bijgelegen gemeente, een kilometer of zeven van ons dorpje is zo’n favoriet plekje. In diezelfde gemeente, even buitenaf, een mooi resort met zwembad, lekker wat baantjes trekken, luieren in een relaxzetel met een vers mangosapje terwijl je wat Googelt en waar je nadien heerlijk <tom yam kun> kan eten in het aanverwante gezellige openlucht restaurantje. Een massagesalon in een naburig dorp, spotgoedkoop, uiterst vriendelijk en je krijgt er een soort thee die speciaal maar overheerlijk is.  

Is er een grote instelling op zo’n kilometer of dertig van ons dorpje en waar ze zonder uitzondering iedere avond show, muziek, (coyote)dans en andere pleziertjes ten beste geven en waar de hele ‘bon-ton’ van de streek op af komt, altijd veel volk hier. En ben je ondanks de verkrijgbare snacks te dronken om de dertig kilometer huiswaarts te overbruggen duik je in een van de talloze resorts binnen waar je voor vierhonderd baht je roes kan uitslapen. 

In ieder dorp, langsheen de verbindingswegen, zijn er de onvermijdelijke karaokebars. Die de Inquisiteur doen denken aan het Thailand van meer dan twintig jaar geleden : primitief met goedkope en natuurlijke materialen in elkaar geknutseld -enkele meer moderne uitvoeringen daar gelaten-, paniek omdat ze geen Singha bier in huis hebben want dat is hier net iets duurder dan Leo bier of de traditionele lao-kao en dat krijgen ze dus niet verkocht. Er staat een soort jukebox met televisiescherm waar je muntjes in kan werpen om zo je favoriete liedjes uit te kiezen,  je krijgt een microfoon die zonder uitzondering onder stroom staat en die je daardoor nauwelijks zonder handschoen kan vast nemen en wat hilarische taferelen oplevert wanneer de zanger(es) van dienst wat al te enthousiast zijn of haar lippen er tegen drukt. En hier zijn de serveuses net zo vastberaden van plan om het geld uit je zakken te slaan als in Pattaya … .

Indien gewenst en geen zin om met de auto te rijden gaat de Inquisiteur naar de buurman, een vijftig meter verder. Dit echtpaar, tegen de zeventig aan, baat een soort winkel uit. Vanuit hun woonkamer. Hun huis dateert volgens de Inquisiteur uit de middeleeuwen – gezien de bouwstijl en de gebruikte materialen maar het levert een pittoresk erf op waar je graag zit. Er staat een ouderwets weefgetouw waar de vrouw dagelijks kleurrijke stoffen op weeft, het geklok van dat ding geeft een rustig gevoel. Hier komen de lokale zatlappen en boeren voor en na hun werk wat verpozen bij enkele flessen <lao kao> – in een dagelijkse hoeveelheid die de Inquisiteur in het ziekenhuis zou doen belanden. Maar commercieel genoeg want het koppel snapte direct dat ze me enkel tot hun klandizie konden rekenen wanneer ze het duurdere Singha bier in huis haalden, dat hadden ze drie weken na mijn verhuis al door en zo geschiedde. 

Is de Inquisiteur echt lui maar wil hij wel wat gezelschap dan plaatst hij zichzelf op het eigen erf -beton overgoten natuurlijk, maar in de schaduw van enkele grote bomen (vanwaaruit talloze mieren vallen). Met een gevuld ijsemmertje, een fles Singha en een muziekje. Het duurt geen halfuur of er zitten mensen bij. Die heel vrijgevig zijn : kikkers, slangen, voor een westerling onherkenbare groenten, … wat ze hebben delen ze. De Inquisiteur hoeft enkel een biertje terug te geven (…), maar na een week wist hij dat de Isaanse variante van Jack Daniels -<lao kao>- goedkoper uitkomt : worden ze sneller dronken en vallen ze in slaap waar ze zitten. Kan de Inquisiteur zonder gezichtsverlies rustig bedwaarts gaan, wanneer ze enkele uren later wakker worden gaan ze -nog steeds vrolijk- huiswaarts.

En na maanden van wantrouwigheid zijn de inboorlingen de Inquisiteur als een van de hunne gaan beschouwen. Kan hij mee gaan vissen. Mag hij mee op kikkervangst. Meer avontuurlijk : ‘s nachts slangen gaan pakken. Mag hij mee in die enorme longtailboot van het dorp waar ze met deelnemen aan de regionale kampioenschappen. Mag hij mee naar de hanengevechten. Leren ze hem alle eetbare planten kennen – de natuur is o zo overvloedig blijkbaar, wij westerlingen zijn die wetenschap allang kwijt. Wordt hij uitgenodigd op alle feestjes en tambuns. Moet hij zelfs het eten aandragen voor de monniken in de tempels.

Het leven is hier goed. Rustig, op een traag tempo. Je doet wat je wil, wanneer je het wil. De Inquisiteur zit hier graag. En als de kriebels te hoog worden, stapt hij in de auto. Klein dagje rijden en is hij in Pattaya-aan-zee. Klinkt bijna als Blankenberge of Zandvoort-aan-zee.

De Inquisiteur

 

Pattaya-on-the-Beach

De Inquisiteur is na maandenlange zelfverbanning even terug gegaan naar zijn Thaise roots : Pattaya, ‘on-the-beach’. Na negen uur vlot auto rijden doorheen het Thaise centrale binnenland begon de miserie : file. Highway7 is aan een opknapbeurt toe, of ze investeren in nieuwe op- en afritten, steeds onduidelijk in het land van de glimlach, maar een grote chaos als vanouds. De laatste 25 kilometer duurden langer dan de afstand tussen pakweg Kon Kheang en Korat. Knarsetandend doorstond de Inquisteur het oponthoud dat meer veroorzaakt werd door van links naar rechts laverende ongeduldige Thaise chauffeurs dan door de wegenwerken maar kon uiteindelijk op Sukhumvit Road rijden. Met nog meer miserie. De Inquisiteur is inmiddels gewent aan het trage, rustige Isaan-verkeer waar enkel de buffels en honden oponthoud veroorzaken. Hier zie je alleen auto’s en motorfietsen in ongelooflijke aantallen. Second Road op, nog meer van hetzelfde. En dan die lintbebouwing, geen open ruimtes, geen bomen of struiken, … . Beton overal. 

 

Vervolgens kom je op Beach Road. De baai van Pattaya is weer een stukje lelijker geworden : op de boulevard hebben ze de tropische aanplant gesnoeid om de veiligheid te verhogen (?), op zee liggen afgrijselijke plastieken blokken in rood en wit om zwemzones af te bakenen. Ze beginnen hier westers-voorzichtig te worden blijkbaar. De songteauws blokkeren als vanouds de ganse straat dus stapvoets richting Walking Street, jawel, de Inquisiteur wou na maanden soberheid gaan feesten en had een prijselijk logement gevonden in het midden van deze befaamd/beruchte uitgangsbuurt. Zonder te beseffen dat hij zijn wagen zou moeten missen want Walking Street wordt tussen 19u en 4u ‘s ochtends verkeersvrij gehouden.

 

De sociale media hadden ondertussen hun werk al verricht, de telefoon begint te rinkelen (de Inquisiteur is een van die ouderwetse figuren die weigert om een of ander melodietje in te zetten, neen, ouderwets telefoongerinkel is zijn keuze). Darksiders (voor de niet ingewijden : dat zijn die figuren die aan de overzijde van de Sukhumvit wonen en leven, hetzij uit zuinigheid, hetzij vanwege de nabijheid van de Brass Monkey Bar). Die willen weten hoe laat ik kom, wanneer we een biertje kunnen gaan drinken, of we samen vanavond gaan stappen – of kan de Inquisiteur vanmiddag al ? Nondejee, in Isaanland rinkelt de telefoon zowat twee maal maandelijks. Maar nee, de Inquisiteur is onverbiddelijk, hij wil dat vakantiegevoel van voorheen, hij wil zich als buitenstaander gedurende een dag of drie onderdompelen in een feestroes.

 

Het trage levensritme dat de Inqusiteur zich eigen heeft gemaakt in Isaan gaat volledig naar de vaantjes : normaal komt hij tussen 6 en 7 uur ‘s ochtends bed uit, hier in Pattaya gaat hij bed in rond deze tijd. In Isaanland gaat de Inquisiteur slapen tussen 20 en 21u, hier in Pattaya gaat hij rond deze tijd douchen om te gaan stappen. De ongeveer 5 biertjes per week in Isaanland worden hier vervangen door zowat dertig bacardi-cokes aangevuld met een vijftal tequila-shots – per nacht. Gelukkig is Pattaya voorzien van een ongelooflijk aantal restaurants met een ganse wereldkeuken. Het met rijst aangevulde kikker-, insecten-, slang- en andere dieet wordt nu vervangen door overvet Europees eten dat echter verschrikkelijk goed smaakt. Op drie dagen zal de Inquisiteur twee kilogram bijkomen.

 

Na drie dagen Windmill, Insomnia, Lucifer, Flexx en andere go-go’s, clubs en discotheken inclusief afterparty’s is de feestbui een beetje bedwongen en kan er een rustdag ingelast worden. Meteen tijd om te verhuizen naar Nern Plub Waan, dicht bij de Brass Monkey, de oude stamkroeg van de Inquisiteur. De Darkside in. Waar de Inquisiteur een licht benauwd gevoel krijgt. De drukte, het bouwen, de smalle straten, het drukke verkeer. De chaos want het nemen van een kamer gaat niet zorgeloos. Jack van de Brass Monkey is even leuk als voorheen : ja, je kan een kamer huren vanaf 22 november. OK, op aanraden richting Fabrice de fransoos want goeie commentaren. Paniek aldaar – de baas is er niet. Ja we hebben een kamer. Nee we hebben geen kamer. Pfff. Vieuw Diee dan maar daar wil de vriendin niet slapen – er zijn hier immers binnen het jaar twee doden gevallen. En eindigen we ergens in een zijstraat van Siam Country Road in een typisch Thais resort. Voor een redelijke prijs krijgen we een alleenstaand bungalowtje tussen het tropische groen en een zwembad.. Doch ook een verontreinigde airconditioning – later meer hierover.

 

Maandagmiddag rond vier uur in de namiddag zit de Inquisiteur weer eens in een van zijn geliefkoosde stomme kroegen van de Darkside : de Coolbar. Vriend Kevin staat er na een uurtje ook, poolen kunnen we niet want er is een feestje – zonder dat we het wisten. Dus als vanouds drinken en lullen. Om rond zevenen richting Brass Monkey te gaan. Maandag – pooldag daar. Goeie gewoontes verdwijnen niet. Doch het zo beruchte BVN-team is danig verzwakt blijkbaar. De specialisten zoals David de Fries, de Inquisiteur himself en nog wat gerenommeerde spelers zijn vervangen door jawel, zelfs een Duitser. Wablief ? Vroeger moest je op zijn minst het Nederlands machtig zijn en nu nemen ze een oude Germaan in dienst? Tsjonge jonge toch. Een materiaalmeester zoals Leen is er niet. Het ontbreken van een motiverend boetesysteem levert een dikke nederlaag op – terwijl ze gisteren, in de zondagcompetitie ook al zwaar verloren. Doch net als voorheen blijft iedereen lachen (de tegenstrevers iets meer natuurlijk) en het is er leuk. Oude vrienden terug zien, elkaar afkalven, ieder weet het beter dan een ander, echt plezant.  

De meeste bekenden waren er, de Hollanders, de Engelsen, de Belg, de Thai inclusief serveuses die uitermate vriendelijk hun best doen om het verkeerde te bezorgen. Maatjesharing, Jack’s voorraad is bijna op wegens grootverbruik van de Inquisiteur. De geur van frietjes. De overheersende oranje kleur ; de muren, de stoelen, de kussens. Overgoten met oranje sfeerlicht. De overdaad aan B52’s dwingen de Inquisiteur rond middernacht kamerwaarts te rijden, zo dronken als een aap rijdt hij even verloren daar waar hij eens de ganse buurt als zijn broekzak kende.

 

Een dag recup was nodig vooraleer de thuisrit zonder problemen kon doorgaan, en een gevoel van kalmte en rust overvalt de Inquisiteur. Stilte. Een fabuleuze sterrenhemel. Vuurvliegjes. De poezen. De honden.

Maar ook een steeds weer opkomende lichte keelpijn, jaren geleden dat de Inquisiteur dat gevoel nog had. Slecht slapen wegens hoesten. Zweten. Nu ja, wat verzwakt denk je dan, een paar dagen ‘op de plooi’ komen en voorbij.

De tweede dag thuis moet de Inquisiteur noodgedwongen naar het plaatselijke kliniekje. Waar hij doorgestuurd wordt naar het iets meer gesofisticeerde hospitaaltje. Waar ze de Inquisiteur ongerust maken door het grote aantal in witte kledij gestoken mensen die hem toespreken in een mix van Isaan?Thai?Engels?. Waar ze zijn longen testen. En waar ze melden dat hij een bacteriële longinfectie heeft. Van een verontreinigde airco ergens in Pattaya want het zit al een dag of vier in zijn systeem. Mogelijk ook : het regende daar aan Pattaya-aan-de-Beach. Pijpestelen, motregen, Belgisch/Hollandse vervelende regen. En die had de Inquisiteur al wekenlang niet meer gezien in Isaanland, daar schijnt de zon.

 

De volgende feestreis slaapt de Inquisiteur in het Hilton of soortgelijks, zeker weten. Of bij Jack, de Inquisiteur weet dat vanaf 22 november er een kamer vrij is. Reserveert hij die lekker rond kerst en Nieuwjaar. Wat Jack met de rest van die dagen aan moet is zijn zorg. 

De Inquisiteur

De Boezewoesj 2

Het wagentje van De Inquisiteur heeft er ondertussen al vele kilometers bij gekregen. Telkenmale Pattaya – Sakun Nakhon tikt ongeveer 900 km aan. Ongeveer ? Dat komt omdat De Inquisiteur niet over moderne middelen zoals GPS beschikt en iedere keer ofwel een afslag mist, ofwel Bangkok inrijdt wegens foutieve highway genomen te hebben, of domweg nieuwsgierig eens een onbekend stadje met een mooie naam zoals Nakon Nayok wil bezoeken en vervolgens de weg terug niet meer vind. Het komt ook omdat na iedere verblijf in het hedonische Pattaya, hoe kort ook, het lichaam van De Inquisiteur aan recuperatie toe is. Een zwaar beladen lever, overbelaste nieren, een hart dat de rook nog moet verwerken, een kop die de late uurtjes nog niet de baas is. En dan ben je weinig geconcentreerd natuurlijk.

Dus is de aankomst op het platteland een verademing. Rust. Stilte. Trager leven. Genieten van de natuur.

 

Alles in het leven is relatief leer je in Thailand. Neem nou de rust en de stilte. Dan mogen er geen politieke strubbelingen in het land van de glimlach zijn en vooral geen verkiezingen. Eens je zowat in de omgeving van Udon Thani komt zit je midden in het land van de redshirts, een politieke beweging die erg actief is. En die momenteel massaal protesten tegen de huidige politieke ontwikkelingen organiseert. Gedaan met het rustig meanderen over hobbelige wegen. Kruispunten zijn vergeven van mensen met vlaggen en andere attributen om hun eisen kracht bij te zetten. Iedere chauffeur wordt persoonlijk aangesproken wat de wachttijd aanzienlijk verhoogd en natuurlijk langere files veroorzaakt. Farangs als ondergetekende worden links gelaten tot er een over-enthousiaste militant toch zijn standpunt wil verduidelijken, een veertig minuten durend epiloog in gebrekkig Engels wat overgaat naar veel een te snel Thais eens hij merkt dat dit ook wordt begrepen. En hoe meer noord-oostwaarts je komt, hoe meer redshirts actief blijken te zijn. 

 

Nu ja, glimlachend onderga je alles, wat kan een mens meer? En arriveer je uiteindelijk toch in het zowat vierhonderd mensen grote dorpje. Heerlijk rustig en je weet dat je hier beter vroeg gaat slapen want vroeg opstaan is hier de boodschap. Een laatste blik op een fantastische sterrenhemel (want nauwelijks verlichting) en bed in, oh ja, matrasje op de grond. De nacht is inderdaad veel stiller dan in Pattaya, een verademing want geen auto te horen.

Dat je rond half zeven gewekt wordt door de hanen is een ervaren mens als De Inquisiteur al wel op voorzien, dus rustig richting terras met een kop koffie. Talloze vlinders bezoeken alles wat bloem draagt. Hetzelfde voor de vogels waarvan ondergetekende er enkele herkent – uit de dierentuin van Antwerpen. Buffels met rinkelende bel om de nek worden de velden in gestuurd, ze zijn enkel begeleidt door een hond want ze kennen de routine. Een vrouwtje in die typische klederdracht van de streek wandelt naar het lokale winkeltje. Heerlijk toch. 

Doch een halfuur later een autostoet : er zijn lokale verkiezingen. Een kakofonie op het hoogste volume : muziek, toespraken en ander lawaai. Om zeven uur ‘s ochtends !! De in rood uitgedoste wagens zijn talrijk en De Inquisiteur heeft wat medelijden met de enkele wagen van een tegenpartij die eenzaam net zoveel lawaai produceert maar die al weet dat hij hier geen enkele kans maakt op verkozen te worden. En dit gaat een ganse dag door, om de twee uur verschijnt de stoet terug, een klein dorpje als het onze ben je snel door natuurlijk. Stilte ?

 

De tweede dag is de Inquisiteur energievol genoeg om het ‘dak-boven-het-hoofd’ syndroom verder te verwezenlijken. Metsers-, loodgieters- timmer- en ander gereedschap in de auto en vandaag zal hij eens aan de keuken beginnen. Ai. Kan niet klinkt het bij het laden van de auto. Boeddha dag. Er mag niet gewerkt worden. Een plaatselijk fenomeen want vijf kilometer verder is men volop aan de slag … . OK, rust. Installeer je jezelf in de hitte onder de plafondwaaier met je laptop, wegens de noodzakelijke recup voor het lichaam een heerlijk zelfgemaakt fruitsapje (mango’s uit de tuin) erbij, de asbak en sigaretten ver weg, koptelefoon op, computergame aan en we zijn vertrokken voor een uurtje of drie spelplezier. Denk je.

Een halfuur later meld de <chang faa> zich (de vakman die de valse plafonds gaat steken). Hij wil de gipsplaten aankopen en heeft geld nodig, zo gaat dat hier. En instructies aangaande hoogtes en dergelijke – waarom snapt ondergetekende niet goed want iedere ‘vakman’ doet hier ongeveer wat en hoe hij het wil, dit wil zeggen, de weg van de minste problemen en inspanningen. Game over en laptop weg, auto in, de chang faa is niet van het dorp en het magazijn waar men die dingen kopen kan ligt op veertig kilometer hier vandaan.

Twee en een halfuur later kan de laptop terug aan. Voor een kwartiertje want er staat een vrachtwagen voor de bouw. Met de vloertegels, graniet, cement, zand. Dat moet gelost worden. De levering komt uit de omgeving van Udon Thani – zowat honderddertig kilometer hiervandaan, hoe kunnen die nu weten dat er hier een plaatselijke Boeddha-dag is? De chauffeur is alleen en ondergetekende kan eenzaam de ganse vracht gaan lossen … . Rust ? Trager leven ?

 

Gelukkig houdt De Inquisiteur van het platteland dat stilaan op zijn mooiste komt. Zon, warmte en af en toe een bui laten alle gewassen, gecultiveerd of wild, in volle groei komen. Groen is nu de hoofdkleur. Ook de dierenwereld is op zijn hoogtepunt aan het komen. Vogels, vlinders, kikkers, zelfs de buffels. Het voedselaanbod is enorm en hierdoor komen ook de dieren die hoger op de voedselketen staan tot leven. Grote hagedissen doen zich te goed aan de kleinere insecten. Kikkers die stuk voor stuk een kilo of drie zwaar zijn. De paartijd komt eraan en dat brengt exotische geluiden met zich mee, alleen, wat voor soort beest is het ? Een aaibaar exemplaar ? Een bijt-graag exemplaar ? Een giftig exemplaar ?

En er zijn er nog paar kleine nadelen. 

Enorm veel vliegbeesten en in het huidige logement van De Inquisiteur steken geen ramen. Enkel, weliswaar pittoreske, houten luiken maar daar kunnen geen horren in … . Onder het dakgebinte van het terras zitten twee enorme <tok-kei’s>, een soort hagedis. Zo’n centimeter of dertig lang. En die komen ‘s avonds tevoorschijn wanneer de TL-lamp aangaat want die trekt insecten. Doch tok-kei’s moeten ook hun behoefte doen en dat is minder leuk wanneer je zonder de bank te controleren heerlijk relaxt gaat zitten. 

Ook de hitte eist zijn tol, af en toe gaat het hier boven de veertig graden celcius – in de schaduw welteverstaan. Da’s warm. En het brengt onweders met zich mee. Op Thais niveau : uitbundig. Donder en bliksem die je laat buigen en een massa regen. Alsof je de douche open zet. En die massale regenval laat de dieper gelegen rijstvelden onder lopen. Mooi zo zeggen ze hier, dat is nodig want het is de grootste bron van inkomsten voor de landbouwers. Alleen, die rijstvelden lagen een maand of vier kurkdroog en waren de ideale verblijfplaats voor de slangen – die worden nu gedwongen nieuwe schuilplaatsen op te zoeken. Moet je zien waar je loopt want er zijn er honderden onderweg !

De natuur – ik hou er wel van maar ik moet nog veel leren blijkbaar.

 

Ik ga de kroegbaas van de Brass Monkey uitnodigen. Ik wil hem hier zien. Dat wordt lachen !  

De Inquisiteur

 

De Boezewoesj

Het echte Vlaams is een rijke taal met voor Nederlanders erg vreemde woorden. Zoals ‘boezewoesj’. Daar wordt een vreemde, verre en vermoedelijk onherbergzame streek of plaats mee bedoeld. Vraag de Inquisiteur niet waar het woord vandaan komt, waarschijnlijk ergens uit een ver koloniaal geheugen toen België  nog de trotse ‘eigenaar’ van de Congo was.

In dit blog staat de boezewoesj voor de Isaanstreek. Het hartje ervan, want velen denken dat Isaan gans noord-Thailand beslaat maar niets is minder waar. De echte Isaan zijn een drietal provincies in het noord-oosten, ingebed tussen Cambodja en Laos. Het begint ergens ten noorden van Korat (Nakhon Ratchasima), zo’n 200km ten noorden van Bangkok. Het echte hart is de provincie Sakun Nakhon. En vermits de Inquisiteur daar de laatste maanden erg vaak vertoeft wegens het werken aan een nieuw dak boven zijn hoofd dwalen zijn gedachten wel eens af naar de boevenbende in de Brass Monkey bar. Hoe zouden zij de ‘Boezewoesj’ ondergaan ?

 

Neem nou bijvoorbeeld Daan. Wegens zijn tandarts-achtergronden een pietje precies want zo iemand moet erg nauwkeurig zijn bij de behandeling van zijn patiënten. En Daan gaat ginds een huis laten bouwen. Ervaring heeft hij al want in een ver verleden construeerde hij al eens een kippenhok in Thailand. Dus gepakt en gezakt met eigen tekeningen engageert hij vol vertrouwen een <chang> (vakman), in dit geval een <chang cement>. Bij aanvang, de ruwbouw weet-je-wel, gaat dat nog redelijk. Daan kent immers de bouwtechnieken niet, ergens in zijn hoofd komen de gedachten boven dat hij deze al eens gezien heeft in de jaren zestig van de vorige eeuw in Nederland maar wat geeft het. 

Tandenknarsend (what’s in a name) geeft hij geen kik wanneer de steunpalen variëren van twintig tot vijfentwintig centimeter dik. En dat ze gemiddeld vijf centimeter scheef staan, <mai pen rai>, ze worden achteraf recht getrokken door cementbezetting beweert zijn <chang>.

Erger wordt het wanneer hij afmetingen controleert en ziet dat zijn slaapkamer, die hij zorgvuldig ontwierp voor zijn bestaande meubelen, geen vier meter twintig diep is maar slechts drie meter negentig. Kunnen zijn kasten niet meer open, het looppad tussen bed en kast is te smal geworden. Maar je kan natuurlijk niet al die steunpalen laten afbreken dus legt Daan zich neer bij de feiten, voor elk probleem is er een oplossing. Dat de ramen gemiddeld twintig centimeter lager, hoger, smaller of breder zijn geworden, tsja, nogmaals, mai pen rai. De stenen muren die er nadien worden tussen gemetst liggen niet in verband, wanneer Daan’s massieve lijf er tegenaan zou lopen vallen ze zo maar om. Daan bid en smeekt en krijgt gedaan dat ze, zelfs gratis, vervangen worden. Maar ondertussen is Daan’s zorgvuldige planning al danig in de war gekomen, de werken om het huis wind- en waterdicht te krijgen duren nu al anderhalve maand langer dan voorzien.

Daan’s doodsklop komt door de hoogtes. De aannemer heeft alles zo’n veertig centimeter lager gemaakt dan op zijn tekeningen. De benedenverdieping is nu op twee meter zeventig in plaats van de geplande drie meter tien. De doorloopruimte onder zijn trap is te laag geworden, zijn mooie, dure koelkast kan er niet meer onder. Moet hij die kolos elders kwijt maar nergens plaats. En is Daan volledig murw geslagen door de deurhoogtes. Hier plaatst men de kozijnen van de binnendeuren tegelijk met de muren. Maar houdt men geen rekening met de hoogte van de afgewerkte vloer, die ligt zo’n tien centimeter hoger dan het beton. En liet hij de aannemer in vol vertrouwen de kozijnen aankopen. De aannemer nam de Thaise maat : twee meter. Trek daar die tien centimeter vloer van af en dan weet je dat je een doorloophoogte krijgt van zo’n meter negentig. 

Daan is twee meter. En hij beseft dat hij hier zowat de rest van zijn leven gaat ronddolen met een voorhoofd vol Gorbatchov-vlekken.

 

De Boezewoesj is het echte platteland, vergelijkbaar met dat in Europa zo’n 60 jaar geleden. Denk er alleen auto’s en mobiele telefoons bij, de rest is hetzelfde gebleven als toen. Rijst, rubber, hout en veehouderij. Eigenlijk is ieder huis -buiten de steden- hier een boerderij.

En dan stelt de Inquisiteur zich hier een dierenvriend als Gerard voor. Het begint al onderweg, zelfs in de verwesterde delen als Pattaya, Bangkok en andere zie je vrij veel dode karkassen van honden en katten liggen. Eens voorbij Korat verdubbelt dat aantal. Nu ja, Gerard is geen doetje en weinig onder de indruk. Eens dieper in Isaan is het zelfs leuk want een overvloed aan dieren. Regelmaat zie je een slang bliksemsnel over het wegdek spartelen omdat er al een auto of twee overheen reed, met wat geluk een dode os die te traag was of wat kippen die overmoedig straat overstaken. 

Eens ter plaatse in het dorpje van zijn toekomst merkt hij een enorm aantal honden en kippen, voornamelijk hanen, op. Omdat Isaaners nogal wantrouwig zijn duurt het een tijdje tot je weet waarom. De hanen zijn voor de bloederige hanengevechten waar zwaar op gewed wordt. De honden zijn voor de export vertellen ze je. Later weet je wel beter omdat je zowat dagelijks met akelige hondengeluiden te maken krijgt. 

Nu geldt dit niet voor alle honden. De beste, sterkste en grootste worden gehouden. Als wakers op het erf, de reden waarom ze redelijk agressief zijn. En de honden die verloren lopen of om economische redenen worden afgestoten verzamelen zich in roedels. Meteen snapt Gerard waarom de meeste mensen hier met een stok rond lopen – niet alleen om de <kwaai’s> (soort zwarte buffels met zware hoorns) op hun plaats te wijzen maar ook om de hondenroedels van je lijf te houden. Katten worden dan weer aanzien als nuttig, ze houden ratten en ander ongedierte weg van huis, rijstvoorraad en slaapkamer. Maar die beesten moeten zelf hun kostje bijeen scharrelen en leren op jonge leeftijd en hardhandige wijze dat ze van de jonge kippen af moeten blijven.

Gerard wordt ook geconfronteerd met andere dieren. Slangen bij de vleet, ratten die verkocht worden als delicatesse en met hoofd, haar en ingewanden op de barbecue gelegd worden, kikkers in alle formaten die ook al als lekker eten beschouwd worden en vooral een scala aan insecten. Mieren, inclusief de eieren zijn proteïnerijk en dus geliefd. Krekels, hagedissen en andere beesten met veel poten gaan genadeloos de pot in. De muggen en vliegen kende Gerard al van in Nongprue.

 

David mag ook niet in deze fantasie ontbreken natuurlijk. Heeft zelfs ervaring is zijn bewering maar hield het slechts drie maanden vol – dat bekent hij eerlijk. En zat hij geeneens in de Isaan. David is een Friese boerenzoon en zou eigenlijk geen last mogen hebben hier. Heeft hij ook niet – van de beesten, soortgelijke toestanden vind je ook nog in Friesland beweren mijn Amsterdamse vrienden en ik geloof hen op hun woord. 

David heeft last van andere dingen. Hij slaapt graag uit en dat kan hier niet. Bij zonsopgang, even voor zessen, begint het al. Roepende hanen dwalen vrij rond en meestal net voor zijn slaapkamerraam – een slecht sluitend houten luik dat geluid volledig door laat. Klokslag zes hoort hij het vreemde “booummm”. Om de vijfhonderd meter staat er wel een Boeddhistisch tempeltje waar minstens drie monniken in leven. En die slaan op een gong, op ieder vol uur. Hij probeert zich nog even om te draaien maar het is hopeloos. Om kwart over zes kreunt er een Thais muziekje door de talloze luidsprekers die David al had opgemerkt, ze hangen in ieder dorpje. Het opperhoofd wekt domweg iedereen, ze moeten de rijstvelden in. Een onwaarschijnlijk energievol preekje, wat informatie over de komende festiviteiten en David moet er wel uit.

Slaperig en stijf kruipt hij recht van zijn matje op de vloer en gaat op zoek naar koffie. Geen evidentie hier want alles krijgt dagelijks een andere plaats. Zag hij die koffie gisteren nog op het keukenwerkblad liggen, vandaag ligt die in een kast in de woonruimte. Kost David een kwartier om het te vinden. Vervolgens een kop en een lepel. Nog een kwartier. Dan de waterkoker die hij zelf meebracht – hebben ze rijst in gestoken, lekker handig. Kortom, uitgeput bereikt David het terras waar hij bij een zalige kop koffie wil wakker worden. Maar als Fries heeft hij wat met de hitte hier. 

Een hete wolk hangt om hem heen en het zweet breekt hem uit. Om zeven uur ‘s ochtends is het al tweeëndertig graden. OK, op eigen kosten heeft hij een plafondventilator laten hangen herinnert hij zich. Alleen moet hij over een hoop dozen, een deel plastic zakken met lege flessen en wat katten heen kruipen om de schakelaar te bereiken. Die hebben ze, vreemd genoeg voor Thailand, op een onbereikbare hoogte van twee meter vijftig gehangen. Moedig zet David door en zwaar zwetend bereikt hij de schakelaar. Maar er komt geen beweging in de hete brij, de ventilator werkt niet. Pas seconden later beseft David dat de stroom is uitgevallen, een dagelijks feit. En beseft hij ook dat de warmwaterboiler, ook al een eigen investering in schoonmamma’s huis, een nutteloos ding is geworden en dat hij met ijskoud water te maken zal krijgen tijdens het douchen. Met plastic bakje uit de stenen ton te kappen.

David houdt niet van Isaan, het is hem te vermoeiend.

 

Leen. Maffiabaas pur sang. Die heeft geen last van dat alles. Slaapt waar het mogelijk is, zweet als een rund zonder probleem. Honden en katten mijden hem wegens de talloze tattoo’s op zijn lijf en zijn maffia-blik, de vrij rondlopende ossen maken een ommetje om hem heen. Alles wat te vreten valt gaat bij hem binnen, zolang hij maar over mayonaise beschikt. Zijn aangeboren luiheid maakt dat hij geen last van de hitte heeft, hij kan schaamteloos hangen, zitten en liggen wegens ‘te warm’. Insecten deren hem niet, de eetbaren gaan direct richting mond, de andere sterven een genadeloze dood. Maar toch heeft Leen een probleem in Isaan. Het ontbreken van het nodige vertier. geen kroeg om een stamverblijf van te maken, geen massagesalons, geen ‘farang’-vriendenkring om bij aan te lopen voor een biertje. Kortom, Leen zou hier een eenzame drinker worden. Mogelijk dan toch geen probleem ?

 

En uiteraard mag onze stamkroegbaas niet ontbreken in dit lijstje. Eigenlijk kort te beschrijven : binnen de drie dagen is Jack dood. Gestorven aan stress en angst. Enkel de menselijke soort is aan hem besteed, alle andere zoogdieren, laat staan insecten en reptielen, zijn taboe voor hem. Een beetje bloed kan hij niet zien, dus de kadavers op de wegen laten hem huiveren. Van muggen is hij stervensbang, hier zit een veelvoud van dat soort vliegbeesten. Spinnen en insecten jagen hem zijn slaapkamer op de eerste verdieping uit, wat zou dat worden hier op een matje op de begane grond? Gekko’s die ‘s nachts over zijn lijf zouden kruipen? Het ritselende geluid van ratten op het houten lattenwerk van het dak? Dat vreemde geluid van een kruipende slang aan zijn slaapkamerraam? De hardheid van het leven hier, het o zo exotische eten, de genadeloosheid tegenover dieren. Jack is een geboren stadsmens en zal je nooit tegen komen in Isaan !

De Inquisiteur

 

Vreemdeling ?

De Inquisiteur was de laatste weken weinig in zijn stamkroeg en kon derhalve niks pikants vertellen over de stamgasten. Hij vertoefde zelfs vaak buiten Nongprue, beter gekend als de Darkside, en korte blitsbezoekjes wanneer er tijd was gaven weinig stof tot schrijven.

Doch veel is blijkbaar van hetzelfde : poolen, lullen, party’s, drinkgelagen, voetbal kijken, Fred’s kookkunsten waarderen, … . Af en toe komen bleke Nederlanders en Belgen vanuit hun kikkerlandje wat vakantie houden en vinden dan de weg naar de Brass Monkey. De serveuses zijn nog even vriendelijk en (ongewild on-)behulpzaam. Jack, de kroegbaas, geniet nog steeds van zijn etablissement alsof het zijn eigen kasteel is. Engelsen komen met hoopvolle blik poolshoogte nemen of de wedstrijd van hun favoriete team live wordt uitgezonden. Nederlanders eisen dat hun competitie op het grote beeldscherm wordt geprogrammeerd. David wil de fanpage van Heerenveen als achtergrond op de televisieschermen. Kortom, weinig nieuws onder de zon. Het enige nieuwe is de derde pooltafel. De spelers maken ruzie over wie op de nieuwe tafel mag spelen, de supporters van het BVN-team eisen dat hun team zonder meer aan de oudste tafel gaat. Kunnen ze roken. 

 

En toch mis je het een beetje wanneer je in verre streken zit. Een lallende Hollander of Belg is toch net iets beter te begrijpen dan een Isaan-landbouwer die vol lao-kao zit. En alhoewel de meeste schoonheden in Nongprue nu net van die Isaan-streek vandaan komen zijn ze mooier hier dan in hun geboortestreek. En is het bier ginds net zo duur als hier. En zelfs voor een niet liefhebber als de Inquisiteur mis je af en toe die vettige hap. De steeds weerkerende liedjes die Jack lui laat afspelen via hetzelfde kanaal, al bijna twee jaar nu, klinken herkenbaar na enkele weken Thaise folk. Je bromfiets of auto hoef je hier pas om de twee-drie weken te wassen, ginds zowat om de twee uur wegens de <din deang> (rode aarde) wegen. De benzine is hier bijna drie bath per liter goedkoper dan daar.

 

Aan de andere kant, de nog steeds aanhoudende bouwwoede maakt Nongprue er niet mooier op. Het begint een beetje op Vlaanderen te lijken : ongebreidelde lintbebouwing met geen aandacht voor de mooie natuur. De welvaart neemt toe maar dat vertalen de Thai hier naar meer en meer auto’s. Met verstikte wegen en straten want de nauwe straten en steegjes zijn daar niet op voorzien. Nern Plub Waan en Kao Noi bijvoorbeeld zitten alle dagen vast – om van Pattaya stad maar te zwijgen. De Inquisiteur merkt dat er (nog) veel meer krijttekeningen op het asfalt staan: teken dat er een ongeval te betreuren viel, dikwijls zwaar vanwege de achtergebleven donkere vlekken op het wegdek. Bovendien verbeterd het rijgedrag niet, de Thai rijden hier net hetzelfde als op het rustige platteland : ergerlijk traag wanneer ze op zoek zijn naar iets, onverantwoord snel wanneer ze ergens wezen moeten, parkeren daar waar ze wat nodig hebben zonder rekening te houden met de andere weggebruikers, ze maken nauwelijks gebruik van richtingaanwijzers en draaien een straat op zonder te zien naar aankomend verkeer. Op het platteland is dat geen probleem, daar is plaats zat. Hier geeft dat een chaotische kakofonie van door elkaar wroetende voertuigen – van auto’s naar bromfietsen, fietsen en stootkarren, eetkraampjes en lichte vrachtwagens. Daar tussen door proberen voetgangers wanhopig een veilig heenkomen te zoeken. O ja, en moet je nog uitkijken naar de viervoeters die te pas en te onpas elkaar achter na zitten.

 

Ginds op het platteland hoor, zie en ruik je de natuur : zingende vogels, kwakende kikkers, loeiende buffels. Die prachtige ochtenden wanneer de lage mist doorheen de velden kruipt, palmbomen en ander exotisch groen negerend, en die zachtjes verdwijnt bij de stilaan hoger klimmende zon. Bloemenpracht die een heerlijk tropische geur verspreidt. En ja, de Inquisiteur heeft geleerd dat de rijstvelden ook heerlijk ruiken en de zoete geur tussen de bananenplantages maken je licht in het hoofd. Je ziet planten groeien en bloeien – wanneer ze onderhouden worden en dagelijks water krijgen weliswaar. De uitgestrekte rijstvelden blijven gezellig omdat men er op gezonde regelmaat bomen laat tussen staan om wat schaduw te creëren voor de oppasser van de buffels die in de tussenseizoenen die <kwaai’s> daar mag laten grazen. Je kan daar tot twee uur achter elkaar rondrijden en nauwelijks een huis te zien. Je komt doorheen bochtige wegen binnengereden in rustige dorpjes met nog steeds dezelfde bouwstijl als honderd jaar geleden. Houtvuurtjes bedienen zwartgeroete potten waarin vreemd geurende gerechten pruttelen. 

 

Hier weet de gemiddelde ervaren expat dat hij beter in grote magazijnen zijn inkopen gaat doen voor z’n dagdagelijkse spullen. Maar een beetje boodschappenlijst is hier de laatste tien jaar zowat veertig procent duurder geworden. Ginds ga je naar de markt en blijf je je verbazen over de lage prijzen. Voor de levensnoodzakelijke spullen spendeer je zowat de helft van je Pattaya-budget. En het koele bier smaakt hetzelfde.

 

Je denkt dat je hier, in en rond Pattaya, een groter aanbod hebt van zaken voor vertier en plezier. Tsja, als je blijft houden van cafe’s vol met meiden, zuipende farangs, betweterige toeristen en trucjes om toch maar honderd baht meer uit je zakken te slaan. Als je ervan houdt om pas ver na middernacht in je bed te kruipen en de volgende dag pas vanaf de middag leert kennen. Als je graag ligt te bakken in de zon aan het strand. Als je houdt van een naar op koopjes belustigde menigte maar weet dat ze continu in de zak gezet worden. Eigenlijk is het altijd van hetzelfde en diegenen die graag wat gezonder doen moeten ofwel naar een zweterige fitness, moeten gaan fietsen in levensgevaarlijke en overvolle straten, moeten gaan wandelen tussen een aanhoudende smog van de auto’s. Ze kunnen nog wel eens op zee gaan vissen doch dat kost ook al veel meer dan voorheen terwijl er nog nauwelijks vis zit en op de zoetwaterputten moet je betalen voor je vangst – als je al geen inkom moest betalen. En wanneer je al een keer of vijf naar de mooie eilanden bent geweest ken je dat ook al van binnen en buiten.

 

In het noordoosten vind je de bars weliswaar niet – buiten de grotere steden. Maar kan je net zo goed overal een massage gaan halen – aan de helft van de prijs en dubbel zo lange duurtijd als hier. Je kan daar gaan vissen in de talloze poelen, gratis en voor niks. Je kan daar heerlijk <mu-ka-taa> gaan eten, of <suki>, of vis op een houtskoolvuurtje in smakelijke limoensaus. Barbeque – zoals het hoort: op een houtvuur en niet op een gesofistikeerd dure ‘machine’ waarvoor je een jaar naar school moet om alles te begrijpen. Fietsen doorheen velden en bossen, voorbij rustieke dorpjes waar je vriendelijk onthaald wordt wanneer op zoek naar een verfrissing. Wandelen over de velden en doorheen wouden, hier geen afrasteringen of wat dan ook, je mag gaan en staan waar je wil. En een beetje avontuurlijk aangelegd persoon kan zelfs mee op slangenjacht, rattenvangst – ‘s nachts in de bossen.

 

Afgelegen ? Dat denken de onwetenden. De Mekong-rivier meandert langsheen de ganse streek en je kan daar fantastische en goedkope logementen vinden, boottochten op de rivier zelf maken op zoek naar exotische vissen en reptielen in het wild. Verscheidene steden zijn leuk en hebben een groot aanbod in alles : Makro’s, Lotus, Robinson’s en andere moderniteiten. Maar ook -als je er dan toch eens behoefte aan hebt- bars en ander vertier. Sakun Nakhon heeft een fantastisch China-Town, het tweede grootste na dat van Bangkok. Udon Thani, Kon Kean en Nong Kai liggen op maximaal anderhalf uur rijden. Vanuit Nong Kai maak je een snelle overtocht naar Vientane, hoofdstad van Laos. Ben je een beetje ondernemender : doorsta de bureaucratie en maak een uitstap doorheen het bergachtige en onbekende Laos voor een paar dagen. Hanoi ligt op driehondervijftig kilometer in vogelvlucht, dus Vietnam binnen handbereik. Zuid-westwaarts ben je op zowat vier uur in de bergen van Kao Yai en zijn natuurreservaten. Nog anderhalf uur later zit je in Bangkok.

 

En wordt de heimwee naar de stamkroeg toch te groot ben je op een dagje rijden van de Brass Monkey. Want zoiets vind je nergens, al die rare Hollanders, gekke Friezen, dolende Belgen, flegmatieke Britten en andere Angelsaksen. Zolang de Russen de bar maar niet gaan frequenteren zal de Inquisiteur, ondanks een beetje vreemdeling wordende, regelmatig terugkeren.    

De Inquisiteur

Koude ?

Het Thaise klimaat is zalig en weinig extreem, maar toch zitten er verschillen in de seizoenen. Zo is het momenteel ‘winter’ hier. Jawel. De gemiddelde toerist die hier tijdens de eindejaarsfeesten een weekje of twee komt toeven vind het schitterend. Ze staan vroeg in de ochtend, na hun ontbijt in het hotel, te wachten op het transportmiddel dat hun naar de verschillende attracties van de dag zal brengen. Je ziet ze genieten in het vroege waterzonnetje en de twintig graden. De heren in short, licht T-shirtje en open sandalen, meestal nog een buikzakje voor ‘de-waardevolle-dingen’ en camera in aanslag. De dames in luchtig kleedje of rokje, elkaar de ervaringen van gisteren vertellend. Ze merken hun Thaise begeleider niet op die staat te kleumen in hemd en jas, lange broek, inclusief sokken en schoenen. Handenwrijvend verwelkomd hij zijn gasten, breed glimlachend maar dat is meer een grijnslach van de koude dan wat anders.

Zo rond elf uur is het met wat geluk een graad of drieëntwintig. De toeristen verklaren zichzelf tot de gelukkigen der aarde wegens het mooie weer, kledij die ze nog zonder te shockeren kunnen uittrekken verdwijnt. De wind die deze tijd van het jaar toch wel kracht drie kan bereiken verwelkomen ze als verfrissend. Krijgen ze de kans, kopen de dames een of ander ijskoud drankje, de mannen zijn op zoek naar een fris biertje. Hun begeleider doet net het tegenovergestelde : krijgt hij de kans en heeft hij wat zakgeld, gaat hij snel een extra truitje of petje kopen. Besteld hij, liefst van al op de kosten van de een of andere argeloze toerist, een warme koffie of thee.

In de vroege namiddag gaan alle excursies zonder uitzondering richting strand want met een beetje geluk stijgt de temperatuur naar vijfentwintig graden. De toeristen beginnen het zicht te verontreinigen want nu trekken ze alle kledij uit – op zwembroek of bikini na. Ze vlijen zich op een strandstoel in de zon en bestellen drank – inclusief een grote emmer ijs. En gaan ze zwemmen, de watertemperatuur bedraagt in december gemiddeld achtentwintig graden wat ze warm vinden. Betalen ze zich blauw om een jet-ski te huren en komen na een halfuurtje oververhit uit het water. Weer zien ze niet de begeleider die zit te kleumen achter een boom, zoveel mogelijk uit de wind die hier op strand nog iets harder waait.

 

Nog straffer zijn de ‘macho-mannen’ die in Pattaya city de meerderheid uitmaken. Echter, die weten niet wat er reilt en zeilt in de voormiddag. Pas rond twaalven verschijnen ze. Veelkleurig en veel te groot of veel te klein sportbroekje. Mouwloos T-shirt, velen zelfs zonder zodat je hun tattoos goed kan zien. Namaakzonnebrilletje op wandelen ze door de straat op zoek naar wat eten en vooral, ijskoud bier. Eigenlijk nemen de meesten de <songteauw> ofte open taxi, om energie te sparen voor ‘s avonds. De dapperen onder hen hebben een brommertje gehuurd. Wankelend bollen ze doorheen het verkeer wat voor de meesten van hen aan de verkeerde kant van de straat rijdt, vallen zonder benzine omdat ze de meter niet in de gaten houden, krijgen platte band omdat ze de in dit klimaat zwaar schommelde bandendruk niet kennen en hebben om de vijfhonderd meter een bijna-ongeval. Het kan hun niet deren, ze merken ook de talloze Thai niet op die zwaar gekleed hun ding doen in de straten. De meesten van deze werkende mensen hebben een drietal lagen shirts aan, een hoofddeksel op waaronder nog een dikke handdoek gewikkeld zit, ze dragen een lange broek en diegenen die het zich kunnen veroorloven hebben handschoenen. 

 

En dan heb je de expats. Ervaringsdeskundigen die het zouden moeten weten. Maar een enkele zachte winter als vorig jaar (dit wil zeggen dat de ongeveer vier koudere weken wegbleven) en alles is vergeten dus zijn hun “anti-koude maatregelen” nogal vreemd.

Zo heb je Leen. Die zie je nu door de straatjes van Nongprue brommeren – met een jas aan. Verschoten rood-roze en kapotte ritssluiting zodat het geheel wappert als een versleten vlag. Maar hij heeft geen last meer van de kou zegt hij terwijl het vocht uit z’n neus druppelt. Nico. Die liet zich de afgelopen maanden met een brommertaxi brengen en halen wanneer hij ging pintelieren in de Brass Monkey. Nu heeft hij een limousine met chauffeur gehuurd. Want dit soort wagens heeft verwarming. Gerard zie je de laatste tijd niet zo veel meer. Omdat die in bed blijft liggen – onder een dubbel donsdeken waarschijnlijk. Daan loopt rond met een muts op z’n kop. Die hoe later het wordt hoe schever zakt, maar wie ligt hier nu van wakker? Fred, onze sjacheraar, heeft allerlei verwarmingsspullen in aanbieding. Benzinekachels made in China die niemand durft te kopen wegens ontploffingsgevaar. Wollen sokken maar die zijn tweedehands dus draagt hij ze zelf. Skipakken doch heeft hij zich aan mispakt, daar is het nu nog zelfs iets te warm voor. Bob, onze offshore man, is voor een week of vier verdwenen naar warmere oorden. Jan, momenteel de vedette in het poolteam, heeft een bodywarmer gekocht (ja, van Fred). En laat die personaliseren door er een tekst op te zetten : “I’m the best”. Wou hij gaan dragen tijdens de volgende wedstrijden doch hij hield geen rekening met het feit dat de competitie tot januari stilligt. En dan zal het allang terug warmer zijn. Vele anderen zijn geïnspireerd en zetten boodschappen op de sociale media. Ger, of Ken -hij laat zijn naam wel eens wijzigen- zit in Nakorn Sawan te kleumen in nog grotere koude (vijftien graden beweerde hij). Koopt jassen en truien bij de vleet, stookt vuurtjes als de beste doch blijft kou lijden blijkbaar. Heeft hij maar een hond gekocht want hij was op zoek naar “body-heat”. 

Alleen van Jack, kroegbaas van de Brass Monkey, heeft ondergetekende geen berichten mogen ontvangen. Maar zakenman als die is weet ondergetekende zeker dat hij maatregelen heeft getroffen. Hij laat hoogstwaarschijnlijk Europese terrasverwarming overkomen zonder rekening te houden met het feit dat ons aller haar wel eens zou kunnen verbranden want die dingen hangt hij op de plaats waar normaal de ventilators zitten. Deelt gratis jackets uit – dat de naam van zijn etablissement op de rugzijde staat vinden we niet zo heel erg. Handschoenen met logo – ook al gratis. Het menu is aangepast : erwtensoep-met-rookworst, Hollandse hutsepot, jenever, gluhwein en andere hartverwarmers. Zeker weten !

 

O ja, er is er maar eentje die momentaal kompleet in zijn sas zit. David-de-Fries. Genietend doolt hij door velden en wegen in mouwloos shirt op zoek naar ijs. Lacht iedere koukleumer vierkant uit. En kijkt uit naar de eerste versie van een Thaise Elfstedentocht, hij heeft zichzelf uitgeroepen tot rayonmeester, kijk maar op zijn FB-page.

De Inquisiteur

 

Riverside

Mensen die momenteel in Europa zitten te kniezen bij een koude en winderige motregen krijgen bij een titel als deze meteen zalige gedachten over een tropisch landschap waartussen ergens een idyllisch teakhouten gebouw staat, fris en luchtig met openstaande luiken en traag wiekende plafondwaaiers op grote terrassen.

Ze fantaseren over een kleurenscala van weelderig groen waartussen ze een zacht stromend riviertje kunnen ontwaren met vissen die traag de gladde waterspiegel breken en schildpadden die liggen te zonnen op rotsblokken. Zonnestralen snijden doorheen een schaduwrijk bladerdek en belichten fleurig bloeiende bloemen in rood, blauw, geel en paars.

Bedienden lopen rond in katoenen vest met korte mouwen, een halflange broek en met tropenhelmpje op. Op schalen dragen ze vers aangesneden fruit en frisse cocktails rond. In de mooie tuinzetels zitten, liggen en hangen mensen van allerlei pluimage te soezen of te lezen. Met wat geluk is er ergens nog een verborgen zwembad waarin je zalig kan verkoelen, niemand die roept of tiert, neen, het is een paradijsje van stilte.

 

Wel nu, wij hier in Nongprue hebben ook een Riverside. Maar de realiteit is heel wat anders wanneer je weet dat vele Engelse expats deze bar de “suïcide”-bar noemen. Buiten enkele stamgasten komt er nauwelijks volk, gelukkig dat ze nog een poolteam hebben zodat er op enkele dagen van de week toch iets meer beweging is. En afgelopen maandag was het weer eens onze beurt om er te gaan spelen.

 

De bar ligt zowat halverwege soi Nern Plub Waan en, jawel, aan een riviertje. Meer een grote sloot eigenlijk waarin zwart water vuil en afval meevoert naar voor ons onbekende bestemmingen. Een open bar, geen ramen en deuren, zelfs geen rolluiken om bij nacht af te sluiten. Kromme houten palen ondersteunen een soort dak gemaakt van allerlei overschotten : zinken platen, houten platen, wat zeil en wat rottende palmbladeren.

Zodra je binnenkomt moet je nog meer dan elders in Thailand zien waar je je voeten plaatst. Hier en daar is wat beton gegoten die ze vergaten glad te trekken en die bovendien waarschijnlijk in verscheidene keren gegoten is – het vloerniveau gaat van grote hoogtes naar diepe kuilen, nergens kan er wat recht staan. Hoe ze de pooltafel toch enigszins waterpas gekregen hebben moet een werk van maanden geweest zijn.

Iemand in die bar houdt van kralen. Kralen die op de meest onmogelijke plaatsen hangen, wat hun nut is weet ik niet, ze kietelen nek en oren op de meest ongepaste momenten. Aan de binnenkant van het plafond hangt als afwerking een soort zwart plastic net. Dat vol met insecten zit en die beestjes vallen er te pas en te onpas uit – in je bier, in je nek, op je benen. Daartussen iets dat sfeerverlichting moet voorstellen, in werkelijkheid gekleurde TL-lampen die dringend aan vervanging toe zijn. Aan design hebben ze ook gedacht : er hangt ergens een buffelkop – akelig wit en iemand heeft de bek opengetrokken zodat je grote kiezen ziet die duidelijk grijnzen in een doodsstrijd. Als orgelpunt zitten in de oogkassen rode lampjes die het uitzicht veel te kitscherig maken en soort Haloween-sfeer van “ik-wil-wel maar ik-kan-niet oproepen.

Staat er ook nog een afgedankte badkuip met in de midden enkele bakstenen die een eilandje moeten voorstellen, een fonteintje waarvan de helft van de spuitmonden verstopt zijn en waarin armtierige visjes wanhopig op zoek naar eten rond zwemmen. Een aquarium staat er ook. Plastic plantjes vol met algen, groenig water dat de triest ronddrijvende vissen een vale kleur bezorgt en een veel te traag borrelende filter die zijn taak niet aan kan.

 

De bediening wordt verzorgd door overjaarse dames die niet uit het nachtleven willen of kunnen, vriendelijk genoeg maar niet in staat om twee bestellingen tegelijk uit te voeren. Eens je fles of glas op tafel moet je die in de gaten houden want het tafelblad zakt af door de scheve vloer. De veel te lage barkrukken dateren uit de Vietnam-oorlog, het plastic omhulsel is gescheurd en daardoor geven ze water af wanneer je jezelf neerzet – bij hevige regenbuien houdt het wankele dak het water niet tegen. Iedere poolspeler moet hierdoor milde spot ondergaan omdat hij een nat zitvlak heeft. Bovendien is in dit deel van de bar geen beton gegoten, laat staan dat er een vloer ligt. Neen, grote grijze cementstenen zijn zonder enige verankering neergelegd en het is een wonder dat niemand van z’n stoel gevallen is al scheelde het vaak niet veel.

 

De pooltafel heeft een ontzettend hoge moeilijkheidsgraad. Kan te maken hebben met de staat van het laken en de zonderlinge stootkracht van de kussens. Maar de ballen zijn het opvallendst : akelig klein en enkel geel en rood. Niks half-kleurige en vol-kleurige ballen met vrolijke nummers erop, neen, enkel rood en geel, verwarrend voor iedere bezoekende ploeg. De ‘potten’ zijn op maat van de ballen : leg er handmatig een bal voor en je zal merken dat je zowel links als rechts slechts twee millimeter over hebt. Dus gegarandeerd lang spelen vooraleer de ballen verdwenen zijn, goed voor de kroegbaas maar vervelend voor de spelers, het lijkt wel alsof iedereen voor het eerst een keu vast heeft.

 

Een ander fenomeen is de lokale hond. Een ketting rond zijn nek die maakt dat hij continu met gebogen hoofd moet lopen. Die aanhoudend straat oploopt om aankomende klanten lastig te vallen. Die zich graag neervlijt bij een argeloze pooler of supporter om zich dan uitgebreid te krabben en bijten. De vlooien springen in het rond. Na een halfuurtje zit iedereen zich te ergeren aan de hond en zijn kleine bijhangsels maar het ergste moet nog komen. Muggen. Duizenden. Die welig tieren in de vlakbij gelegen sloot. En afkomen op de uitgekleurde lampen die nu een hel wit licht afgeven. 

 

Kortom, een demoraliserend geheel deze Riverside. Gelukkig was het voor ons spelers de laatste wedstrijd van het seizoen en konden we het gelaten ondergaan mits de nodige biertjes. Onze talrijke supporters lieten het totaal afweten, enkel Jan daagde op maar dat is voor het culinaire deel vermoed de Inquisiteur (en dat slaat tegen in deze bar, een soort waterige wortelsoep met brood dat al enkele weken ergens in een kast gelegen had). Fred-de-bodybuilder was er wel. Voor een enkel biertje om ons vervolgens lachend in de steek te laten.

 

Wij zijn altijd blij om terug naar onze stamkroeg te gaan na een uitwedstrijd. Maar nu waren we uitgelaten. En tevreden dat we net niet degraderen, dat onze uitstap eraan komt, dat we weer heerlijk kunnen zeiken over de vervanging van de kapiteinspost, er moet een nieuwe penningmeester gezocht worden en vooral een nieuwe CEO. Wat de Hollanders ook mogen denken, in België vervangen we die redelijk snel indien noodzakelijk !

De Inqusiteur

 

Zon

Wat een klimaat is het hier ! Netjes als voorspeld, volledig zoals de statistieken vermelden – de regens zijn weg. Geen wolkje te zien, al dagenlang. Heerlijk toch. En begint het droge seizoen dat bij normaal verloop tot midden april zal duren. De Thai zelf zetten er nog een ‘winter’ tussen – vanaf heden tot zowat einde januari. Vinden ze het koud. Trekken ze truien aan, lange broeken, jassen en de meesten nog liefst een muts en handschoenen erbij. Expats kunnen nu wat bezuinigen – geen airco nodig, bij zonsondergang krijgen we milde temperaturen van rond de … vijfentwintig graden. Jawel, de Thai vinden dat koud.

 

En gaat de activiteitenmeter weer omhoog. Plannen worden gesmeed, de zon lokt. De Inquisiteur is gisteren al lekker verbrand zonder een minuut in die zon te komen. Ban Saree, heerlijk strand vol met schaduwrijke palmbomen, uitzicht op de baai van Pattaya en het kleine schiereiland van Sattahip. Pittoreske visserbootjes deinen op de kleine golven. Wegdoezelen op dat typische rieten matje. Nippen aan een koele Singha. Thaise versnaperingen, lekker vers seafood. Genieten van een koele zeebries. En de zonnemelk vergeten … .

 

Barbecues worden afgestoft, bij sommigen moet er koperpoets of andere chemie aan te pas komen, maar branden zal hij. Sala’s worden opgefrist, terrassen gepoetst – daarbij water en zeep gebruiken alsof we nog in de Lage Landen bij zee zitten dit tot grote verbazing van de Thai. Motorfietsen worden gewassen en gewaxt, nieuwe olie erin en remmen nakijken. Hetzelfde met de auto’s, de opgedroogde rode modder laten we weghalen bij de carwash : zo’n man/vrouw of zes tegelijk behandelen het blik alsof het goud is. We zijn klaar voor zes maanden genieten van dit mooie land in een blakende zon.

 

Internet wordt geraadpleegd want we willen naar de eilanden. Of naar de bergen – alhoewel het daar wat koeler is. Nog snel boeken aan low-season prijzen want vanaf december slaan de Thaise zakenlui toe, de toeristen moeten worden geplukt. Feestdagen komen in het vizier en als eerste krijgen we hier Loi Kratong – de datum wordt weer netjes achter gehouden door de Thaise autoriteiten (nu ja, half november ongeveer), kwestie van niet al te veel volk op de been te brengen maar dat wordt net als ieder jaar een maat voor niets, een massale volksverhuizing komt eraan. Tussenin is er Kerstmis, houden de Thai ook van. Het Westerse Nieuwjaar slaan ze ook niet over, nog een grotere exodus gedurende een week.

 

Door de zon komen we ook terug in conditie want het regenseizoen heeft z’n tol geëist. Zelfs vaste tooghangers van onze stamkroeg sneuvelden, eentje liep een virale bacterie op, een andere zit het gevreesde dengue virus. Gelukkig gaan de muggen nu stilaan dood. De vochtigheid trekt weg, waterplassen verdwijnen. Het geluid van de hogedrukreinigers is niet uit de lucht te slaan, althans in de “farang-wijken”. Slaapkamers worden gelucht, de vrouwen wassen dat het een lieve lust is want de gratis droogkast doet z’n werk op een uurtje. En dus gaat alle miserie nu voorbij, de vitaminen B doen hun werk. En de alcohol zal alles wel intern reinigen. Want ook onze geliefde waard smeedt plannen.

 

Voor het eerst sinds het bestaan van de Brass Monkey zijn het zondag poolteam en de supporters uitgenodigd voor een ontbijt. Om twee uur ‘s middags weliswaar maar het is het gebaar dat telt. 

Is Jack aan het zoeken naar een bestemming voor de half-jaarlijkse uitstap, de stranden zijn nog niet overbevolkt door bleekscheten uit Europa, de ferry’s nog niet onderhavig aan overdreven sleet wegens veelvuldig overbelast gebruik.

Wil hij nog eens een barbecue-avond organiseren, Jan staat al in zijn handen te wrijven en Fred is op zoek naar goedkoop Frans brood. 

Gaat hij een groter terrasje inrichten op de parking om de rokers te plezieren. Met parasols, sfeerverlichting en wat dan ook. Draadloze verbinding met de toog om de bestellingen sneller uit te voeren. 

Wil hij een fietstocht organiseren, nu ja, een kroegentocht. Hij is al in bespreking met diverse kroegbazen om kortingsbonnen te verkrijgen.

Gaat hij weer concerten op stapel zetten. De Band-Of-Smiles maar ook klassieke muziek. Bach en Beethoven, kwestie van ons cultuurniveau wat op te krikken.

Coyotedansen op de kalme dagen, dinsdag en donderdag. Gratis inkom en bier aan halve prijs. Wees op tijd want een massa volk te verwachten.

Een dansavond met als motto ‘de jaren 70’. Waren we allemaal in de fleur van ons leven (moeten de Hollanders maar uitzoeken wat dit betekent).

Organiseert hij een kwisavond. De mobiele telefoons, tablets en laptops zijn toegelaten want anders weet niemand een antwoord te verzinnen. Op deze avond zal er “gluhwein” geschonken worden. Chocolademelk met rum. Oostenrijkse Strohrum van 40 graden. Jenever voor de Nederlanders. Met gratis rookworst want hij is net bevoorraad. 

 

Zijn fantasie kent geen grenzen, hij wil de klanten dit seizoen wat extra’s aanbieden. Vanaf vandaag ligt er een info-blaadje op de toog en tafels. Dus kom ik straks kijken naar het ‘mixed-double’ tornooi. Ik doe niet mee, ik wil drinken en dat is iets wat de Inquisiteur nooit doet tijdens het poolen.

De Inquisiteur

 

Regen II

Weliswaar veel korter maar je kan het regenseizoen hier vergelijken met een Europese winter : we snakken naar het einde. Na wekenlang te worden geplaagd door dagelijkse hoosbuien willen we het niet meer. Er is niets leuks meer aan de regen : de grond is verzopen, de wegen kapot en alles wordt overmand door vocht. Miljoenen muggen zoemen vrolijk tussen de druppels, op zoek naar mensenbloed zoals vampiers. Alle houtwerk binnenshuis vertoond witte vochtvlekken, kledij in de kasten voelt nat aan, boeken vol vochtplekken, het betonnen wegdek en alle tuinmuren zijn bedekt met een laag groene algen, vele planten verrotten stilaan. De straten liggen vol modder want veel zijstegen zijn nog zandwegen hier. Asfalt of beton, het maakt niets uit, op vele plaatsen zijn hele stukken wegdek weggespoeld.

Neen, moessonregens zijn leuk bij aanvang maar na een poosje heb je er toch genoeg van.

 

Ook ons dagdagelijkse leven wordt er zwaar door beïnvloed. Uitstapjes zijn lastig, eigenlijk niet doenbaar zelfs. Want de regenbuien zijn nauwelijks te voorspellen. Dikwijls is het nog lekker zonnig en warm en zie je slechts enkele wolken op verre afstand. Je denkt dan snel – het duurt nog wel een poosje. Maar op een kwartier kan dat verandert zijn. En daar sta je dan met je motorfiets. Beladen met vers bereid en heerlijk ruikend voedsel, het water staat in je hongerige mond. Maar je moet wel gaan schuilen, bij een tropische hoosbui zie je geen meter ver. Bovendien is de straat in een soort wildwaterbaan verandert, daar rij je als verantwoordelijk mens niet doorheen. En sta je te wachten, hongerig, en geloof het of niet, verkleumd door de kou. Want zodra de zon weg daalt de temperatuur naar een kleine vijfentwintig graden. En da’s koud met een licht T-shirtje, korte broek en slippers ! Een sigaretje opsteken lukt niet want de druppels zo groot als knikkers worden door korte windstoten overal heen gestuurd.

 

Extra lastig hier : de steeds weerkerende overstromingen. Doch dikwijls weet je niet welke straten getroffen zijn, soms zijn de buien heel plaatselijk. Zo kan Nern Plub Waan goed berijdbaar zijn terwijl het parallel lopende Kao Noi, in vogelvlucht daar vijfhonderd meter vandaan, een woeste rivier is. Door die locale buien kan het zijn dat je favoriete eetstalletje waar ze uitstekende <som tam> verkopen domweg gesloten is en ben je eraan voor de moeite. En zodoende wordt zelfs een biertje gaan drinken problematisch.

 

Jack, onze geliefde kroegbaas, zit met de handen in het haar. Verleden jaar had hij enorm plezier in die hoosbuien, maar dit jaar niet. De buien komen te vroeg op de dag voor Jack. Zelfs nu, met dagdagelijkse buien, geeft het klimaat hier ons nog hoop. Want vanaf zonsopgang rond zes uur schijnt de zon in een strakblauwe hemel. En dat blijft zo tot ongeveer drie uur in de namiddag. Dan verschijnen de wolken, zwart als de nacht, en vallen de stortbuien over ons heen. Net op het moment dat we die beruchte Thaise kriebel aan het krijgen waren – “even douchen en borreluurtje gaan houden”. En dus blijven we thuis.

Jack zit op zijn favoriete plaats, op de hoek van de toog aan de straatkant, somber voor zich uit te staren. Geen klanten. Geen roddels. Geen poolers. Niks. Hij kijkt naar de rivier voor zijn bar en wou dat er vis in zat, kon hij de tijd doden. Denkt erover om een soort ferry in te zetten. Wordt langzaam maar zeker dronken, eenzaam als hij zich voelt. En mijmert hij over vorig jaar, toen kwamen de buien rond zeven, acht uur ‘s avonds. De bar vol met klanten en die konden niet meer huiswaarts, iedereen gedoemd om urenlang te wachten tot het water was weggetrokken na de buien. Wat een tijd was dat !

 

En het gaat van kwaad naar erger voor Jack. Kapiteins van poolteams geven verstek. Volledige poolteams geven zelfs forfait in de competitie – die kleinere bars geraken niet meer aan voldoende spelers want velen ontvluchten de regens en trekken een poosje huiswaarts. En dus worden wedstrijden afgelast – Jack’s bar zonder spelers, geen supporters en dus geen omzet. Zijn beroemde televisies vallen uit tijdens de hevige onweders dus de Engelse sportfanaten blijven ook weg.

De die-hards die toch nog komen opdagen zijn slecht gehumeurd. Ze drinken, net als David-de-Fries, warme thee. Niks aan te verdienen hier. Zodoende werd Jack zelfs ziek. Uitgerangeerd. Wij, de stamgasten, hadden zelfs medelijden met hem en dat wil wat zeggen.

 

Jack, nog even ! En de regens stoppen, zijn we allemaal tevreden want terug het weer waarvoor we naar hier kwamen. Veel te warm en broeiende zon. Maar dan drinken we meer. Nog een week of twee, de Thai beginnen zelfs nu al te zeggen “morgen regent het niet meer”. Hun manier om te vertellen dat de moessons gaan stoppen.

De Inquisiteur